Heupen en hoofden zwieberen op de beat

Gezelschap: Nederlands Dans Theater 2; nieuw werk: Petrol-Head Lover. Choreografie, toneelbeeld en kostuums: Gideon Obarzanek, muziek: collage, licht: Joop Caboort. Reprises: Step Lightly, Paul Lightfoot / Le Mystère des Voix Bulgares en November Steps, Jiri Kylián / Toru Takemitsu. Gezien: 11 nov., AT&T Danstheater, Den Haag. T/m 18 dec. tournee, inl. 070-3609931.

Het lijkt een nieuwe trend te worden in de danswereld om verschillende werken in één programma te presenteren onder een overkoepelende titel. Zo brengt NDT2 nu onder de naam Arrivés en Nouveautés een voorstelling met het werk Step Lightly uit 1991 van NDT1-danser Paul Lightfoot, de herinstudering van Jiri Kylián's in 1977 voor NDT1 gemaakte November Steps, en de nieuwe creatie Petrol-Head Lover van de hier nog onbekende choreograaf Gideon Obarzanek.

Obarzanek die in 1966 in Australië als zoon van Poolse ouders geboren werd, werd geschoold in de klassieke dans bij The Queensland Ballet Company en de Sydney Dance Company waar hij ook werkzaam was. Daar presenteerde hij in choreografische workshops zijn eerste eigen werken die zoveel indruk maakten dat meerdere opdrachten volgden. Drie jaar geleden besloot hij te kiezen voor een bestaan als free-lance choreograaf.

In tegenstelling tot wat zijn opleiding en danscarrière zouden doen vermoeden, laat Obarzanek in zijn voor twee vrouwen en drie mannen van NDT2 gemaakte werk een zeer eigentijdse dansstijl zien. Hij maakt fiks gebruik van allerlei elementen uit de populaire (dans)cultuur van de hedendaagse jeugd. Heupen swingen losjes, benen zwaaien hoog op, hoofden volgen schuddend en zwieberend de beat in de muziek, de blik is vaak in zichzelf gekeerd en soms zie je mensen volledig uit hun dak gaan. Maar er zijn ook andere facetten. Zo laten enkele onderdelen een wonderlijke lethargie zien - lichamen laten zich slap in de armen van een partner vallen, een arm heft zich krachteloos omhoog om het eigen hoofd met een lichte tik naar de andere kant te sturen, de romp deint zachtjes heen en weer.

Andere fragmenten zijn juist heel fel en bijna agressief zoals daar waar de vrouwen de buiken en magen van de mannen als springplank gebruiken. De geforceerde gejaagdheid en de combinatie van nonchalance en het slaafs volgen van modieuze grillen worden vooral in het begin benadrukt in kostumering en toneelbeeld: zoevende helikopter-skeletten met flikkerende lampjes dalen uit de lucht en de dansers zitten rond de heupen verpakt in fel gekleurde mini-autootjes, vliegenierskappen op het hoofd, stofbrillen op de neus. Later zijn de mannen gekleed in hempjes, donkere wijde broeken en rond het middel geknoopte sweaters, terwijl de dames in strakke topjes en leggings gehuld zijn. Het werk heeft vaart, is verrassend, is afwisselend in stemming en beweging en wordt voortreffelijk uitgevoerd door de kleine, pittige en van een prachtige fysiek voorziene Catherine Riesl, de altijd weer boeiende Tessa Cooke en Mário Radacovky, Dylan Newcomb en Joeri de Korte die nauwelijks in viriliteit en kunnen voor elkaar onderdoen. Voortreffelijk gedanst werd er ook in de twee eerder genoemde 'oudere' werken, waarvan de herneming zeer gerechtvaardigd bleek.

    • Ine Rietstap