Günter de Bruyn

Günter de Bruyn: Mein Brandenburg. Uitg. S. Fischer, 165 blz. Prijs: ƒ 53,20.

Volgens een oud grapje viel de schepper van de wereld in slaap bij zijn creatie van de Oostduitse Mark Brandenburg. Sindsdien zou de tijd daar langzamer voortschrijden dan elders. Talloze neerbuigende opmerkingen zijn er over dit achterland van Berlijn gemaakt. Om de streek goed te leren waarderen, schrijft Günter De Bruyn in Mein Brandenburg, moet men veel gereisd hebben en desondanks de Mark kunnen bekijken zonder vergelijkingen te trekken. Eiger, Mönch en Jungfrau - om een paar toppers uit het dagboek van de modale globetrotter te noemen - zouden bepaald detoneren bij de feeërieke meren van het Havelland.

Tot de barden die de lof zongen van dit weinig spectaculaire zand- en veengebied behoorde Theodor Fontane. Aan diens Wanderungen durch die Mark Brandenburg uit de late negentiende eeuw voegt De Bruyn nu een eigentijds supplement toe, in de vorm van een met prachtige foto's verrijkt kijk- en leesboek. De Bruyn wijst de reiziger die de Mark wil leren kennen op details waarvoor Fontane, aan wie hij een fraai portret wijdt, destijds geen oog had. Dat is niet zo verstandig van Günter de Bruyn, want hij hoopt tevens vurig dat de toeristen aan de Mark voorbij zullen gaan. Toerisme zou de genadeklap betekenen voor deze rustige streek, die tijdens het veertigjarige DDR-bewind behoorlijk werd verwaarloosd. Een wervender boek had hij echter niet kunnen schrijven.

Naast Fontane komen ook andere schrijvers aan bod, zoals de malle romanticus Fouqué, die het belang van zijn letterkundige werk mateloos overschatte maar met zijn narrengedrag het literaire leven van zijn tijd wel verlevendigde. Een ontdekking is de rijmelende dominee Schmidt, wiens dichtader ging stromen bij een blik op een bezemsteel in de bijkeuken of de spinnewebben in een vervallen kerk.