Gisela May over het zingen van Weill, Eisler en Brel; Bij Brecht kan de ademhaling niet hoorbaar genoeg zijn

Gisela May, de Duitse zangeres die nog heeft samengewerkt met Bertolt Brecht, vindt dat de erotiek van een lied mag worden getoond. Vorige week gaf ze een masterclass in Arnhem. “In het zangonderwijs wordt de lichamelijkheid verwaarloosd. Als het lichaam het niet kan meevoelen, is de expressie verkeerd.”

“Mein Gott, jetzt hat sie's.” Gisela May is zichtbaar opgelucht. Hoe breng je een jonge zangeres aan het verstand dat het 'nee' in dit lied van Brecht niet temerig, niet verdrietig en al helemaal niet onzeker mag klinken? Hoe zing je uit de grond van je hart 'Nein'. Na een aantal pogingen vindt Gisela May de sleutel. Ze vraagt de sopraan om tijdens het zingen met een voet stevig op de grond stampen, en ineens werkt het.

Die May, zoals ze in Duitsland wordt genoemd, was deze week in Arnhem om leerlingen van het conservatorium (tegenwoordig de faculteit Muziek van de Hogeschool voor de kunsten), ter gelegenheid van de opening van de nieuwe behuizing, wegwijs te maken in het repertoire waarmee ze internationaal bekend werd: liederen op teksten van Bertolt Brecht en op muziek van ondermeer Kurt Weill en Hanns Eisler.

“Als het lichaam het niet kan meevoelen, is de expressie verkeerd,” houdt May de studenten voor. “De erotiek in een lied mag je best laten zien.” In de Ballade vom Förster und der Gräfin wordt gezongen over een jarretelgordel, dus krijgt de zangstudente het verzoek om bij daarbij naar haar been wijzen. Ze volgt de nauwkeurige instructies op, steekt haar knie de lucht in en legt een hand nadrukkelijk op haar dijbeen.

Dat was nu ook weer niet de bedoeling. May gaat naast haar staan en doet het voor. Ze is niet meer de jongste, al weet ze haar leeftijd goed verborgen te houden, achter zorgvuldig geblondeerd haar en een stevig opgemaakt gezicht met een opvallende zwarte streep oogschaduw boven haar wimpers. Ze heeft haar gedrongen figuur schijnbaar tegen, en in deze kleding - een bruin, geruit colbert met stropdas - is ze misschien geen toonbeeld van vrouwelijkheid. Maar op het moment dat ze zich naast de vleugel een fractie opricht, haar heup iets naar voren draait en de hand met een sierlijk gebaartje op haar been legt, is ze de wulpse, geraffineerde en o zo mooie gravin, die de arme boswachter met succes verleidt. “En als je eenmaal daarnaar wijst, is de rest ook niet meer ver weg,” voegt ze er ten overvloede aan toe.

“In het zangonderwijs wordt de lichamelijkheid verwaarloosd,” zegt May in de pauze. “Zangers vragen altijd weer: 'Waar moet ik met mijn handen naar toe?' Ze beseffen niet dat er een taal van subtiele gebaren bestaat, die ze kan helpen om de tekst uit te beelden. Ook de adem is een expressiemiddel waarvan in de klassieke zang vrijwel geen gebruik wordt gemaakt. Zangers leren juist hoe ze onhoorbaar moeten ademhalen. Bij Brecht kan de ademhaling vaak niet hoorbaar genoeg zijn.”

Zelf heeft May geen zangonderwijs gevolgd. Ze beschouwt zichzelf in de eerste plaats als actrice en Brecht noemde haar een singende Schauspielerin. Zingen vindt ze echter gemakkelijker dan acteren, want in de partituur staat in principe alles genoteerd. Een acteur heeft alleen zijn woorden, een zanger heeft een tekst waarin dynamiek, tempo en timing nauwkeurig zijn voorgeschreven. Tijdens de masterclass blijkt May zich echter niet al te veel van de notatie aan te trekken. De verbaasde zangers, geïndoctrineerd door de heersende mode van wat Duitsers zo mooi Notentreue noemen, vragen haar hoe ver je eigenlijk kunt gaan in de interpretatie van een lied.

“Je mag de muziek van Weill, Eisler, Dessau en al die anderen niet te academisch benaderen,” zegt May. “Zo studeer je haar in, maar daarna maak je er een eigen verhaal van. In een lied van Brecht is de zanger acteur en regisseur tegelijk. Brecht was een Dramatiker, een toneelschrijver, maar van het intieme soort. Opera is natuurlijk ook drama. Maar daar moet de zanger om te beginnen over een orkest van honderd man heen zingen. Daarvoor is zoveel techniek nodig, dat er onwillekeurig een zekere onnatuurlijkheid in de stem sluipt.

“Bij Brecht is onnatuurlijk stemgebruik slechts een expressiemiddel dat spaarzaam gebruikt moet worden. Vroeger was dat anders. Zijn liederen werden, volgens de mode van toen, bijna altijd met een extreem hoge stem gezongen. In films uit de jaren dertig en veertig hoor je dat ook, die rare hoge stemmetjes.”

De stem van Gisela May heeft van nature een doorrookte klank en is daardoor bij uitstek geschikt voor dit repertoire. Met haar hesige, donkere en sensuele geluid lijkt ze de erfgename van Lotte Lenya, de echtgenote van Kurt Weill. “Weill is al lang geen Lotte Lenya meer,” zegt May. “Gelukkig,” voegt ze er venijnig aan toe. “Je mag Weill tegenwoordig op verschillende manieren uitvoeren. Natuurlijkheid is de basis. Dat hou ik jonge zangers ook voor. Ze moeten hun eigen klank vinden en niet denken dat ze door een masker of een pruik op het podium ook zelf ineens iemand anders zijn geworden. Wel geloof ik dat bepaalde stemmen geschikter zijn voor dit repertoire dan andere. Sommige stemmen hebben een verkeerd timbre, of zijn door hun scholing hun natuurlijke kleur zijn kwijtgeraakt. Ute Lemper bij voorbeeld zingt veel Brecht en doet dat uitstekend. Maar toch hoor ik dat ze geschoold is in de Amerikaanse musical. Waar dat in zit is moeilijk aan te wijzen, misschien heeft het met maniertjes te maken.”

Nazi's

Gisela May werd geboren in een artistieke omgeving. Haar moeder was actrice. “Als kind zong ik thuis al de liederen van Eisler. Ook in de tijd van de nazi's, hoewel dat levensgevaarlijk was. Ik herinner me dat we zongen met een wollen deken over ons heen, om te voorkomen dat de buren ons zouden horen. Mijn ouders waren fanatieke anti-nazi's. Daardoor heb ik, ondanks mijn leeftijd, de oorlog bewust beleefd. Maar ze konden me niet te veel vertellen, omdat ze bang waren dat ik me op school een keer zou verspreken.”

De oorlog herinnert ze zich als een verschrikkelijke tijd. In een laat stadium moest haar broer in dienst, en hij is niet van het front teruggekeerd. Een van haar leraren werd gefusilleerd, toen hij in 1944 in het openbaar beweerde dat Duitsland de oorlog ging verliezen. In haar dagboek schreef ze: 'Ich bin umgeben von Toten.' Na de oorlog hoorde ze de veelal eenzame verhalen van kunstenaars die uit de emigratie terugkeerden - van Brecht, Eisler en Dessau. Ze werkte een aantal jaren met Brecht in zijn Berliner Ensemble en groeide daar uit tot een van de belangrijkste Brecht-vertolksters sinds Lotte Lenya.

“Mijn kunstenaarschap is sterk gevoed door het antimilitarisme van mijn ouders en van de vrienden uit mijn jeugd. Ik beschouw het als een opdracht om me in te zetten voor de menselijkheid. Kunst is een middel om mensen aufzuklären, om ze ergens van bewust te maken. Brecht wilde op zijn grafsteen hebben staan: 'Hij heeft voorstellen gedaan, wij hebben ze aangenomen.' Mooie woorden - ze staan er trouwens niet op.

“Ik wil niets voorschrijven, want ik ken zelf de weg niet. Maar ik hou van kunst die suggesties doet voor een eerlijkere en socialere samenleving. Wat dat betreft heb ik de tijd tegen. Het publiek heeft weinig belangstelling voor engagement. Ik stel met zorg vast dat steeds minder mensen naar de schouwburg gaan om met de dingen van de wereld geconfronteerd te worden, om antwoorden te krijgen. Nee, niet om antwoorden te krijgen, maar om de juiste vragen te horen. Ze willen alleen nog maar worden afgeleid en geamuseerd. Dat is legitiem, maar Brecht heeft het daardoor moeilijk in deze tijd.”

Gisela May merkt dat de vraag naar een volledig Brecht-programma steeds kleiner wordt. Om aan de moderne smaak tegemoet te komen, heeft ze zich de laatste jaren verdiept in de liederen van Jacques Brel. “Ik moet toegeven, dat ik er veel plezier aan beleef,” zegt ze beschroomd. “Maar ook Brel heeft een politieke boodschap. Net als Brecht is hij ein leidenschaftlicher, kämpferischer Humanist. Het verschil is alleen dat Brel geen voorstellen doet voor een betere wereld. Hij toont de verhoudingen zoals ze zijn.

“Muzikaal zijn er grote verschillen. Bij Brel moet je in de melodie kruipen. Je moet zijn woorden voelen en je zonder enige distantie met de tekst identificeren. Bij Brecht moet je heel voorzichtig zijn met emoties, terughoudendheid is geboden. Grote gevoelens mag je slechts aanstippen, want ieder ogenblik kunnen ze breken.”

De pauze is voorbij. Gisela May haast zich terug naar haar studenten. Achter de gesloten deur klinken piano-akkoorden. Is het Das Lied von der Unzulänglichkeit menschlichen Strebens, Of is dat op dit moment te mooi om waar te zijn?

    • Paul Luttikhuis