Geen rente-impuls voor dollar

AMSTERDAM, 12 NOV. In de verslagperiode is het op de valutamarkten tamelijk rustig gebleven. De dollar en de yen wisten ten opzichte van de Europese valuta's per saldo lichte koerswinst te boeken, terwijl binnen het EMS de zwakke EMS-munten zich konden versterken ten opzichte van de gulden en de D-mark. Op korte termijn worden geen forse koersmutaties verwacht, noch tussen dollar en Europese valuta's, noch binnen het EMS.

Na een stijging van ongeveer 10 cent in de vorige verslagperiode, fluctueerde de dollar in de afgelopen twee weken rond 1,90 gulden. Per saldo boekte de Amerikaanse munt nog een koerswinst van circa twee cent, dat vooral samenhing met de publikatie van gunstige conjunctuurcijfers (leading indicator en werkgelegenheid). Aanvankelijk heerste bij veel marktpartijen de verwachting dat het economische herstel in de Verenigde Staten gepaard zou gaan met een stijging van de inflatie. Hierop zou de Fed (het stelsel van centrale banken in de VS) dan moeten reageren met een verhoging van de rentetarieven, hetgeen de dollarkoers verder zou opstuwen. De uiteindelijke prijscijfers, die begin deze week bekend werden, duidden echter op het tegendeel. De producentenprijzen daalden met 0,2 procent, terwijl de consumentenprijzen conform de verwachtingen met 0,4 procent stegen. Dit was niet verontrustend, omdat de stijging van de benzine-accijnzen daar deels debet aan was.

Omdat op korte termijn de conjuncturele opleving niet lijkt te leiden tot (inflatoire) knelpunten, is de vrees voor een spoedige rentestijging niet gerechtvaardigd. Dit geldt te meer daar dubieus is of in het vierde kwartaal een groeiversnelling zal optreden (zoals in deze column twee weken geleden reeds is betoogd). Een en ander betekent dat de dollarkoers in de komende maanden in onze optiek zich zal bewegen rond het huidige koersniveau, dat wil zeggen in de 'trading range' van 1,85 - 1,95 gulden.

In het wisselkoersmechanisme van het EMS verloren de twee overgebleven 'bakens', de gulden en D-mark, opnieuw terrein ten opzichte van de zwakke EMS-munten. De spilkoersafwijking van de zwakste munt van het stelsel (thans de Deense kroon) ten opzichte van de sterkste munt (sinds 2 augustus de gulden!) is afgenomen tot 5 procent. Op 9 september bedroeg deze afwijking nog 9,2 procent, terwijl de maximaal toelaatbare afwijking 15 procent bedraagt. De koersstijging van de Deense kroon hangt waarschijnlijk samen met de relatief gunstige groeivooruitzichten. In dit licht konden de Deense monetaire autoriteiten zich een nieuwe renteverlaging (voor de zesde maal sinds begin augustus) permitteren. De lichte opleving van de Belgische en de Franse munt komt mogelijk voort uit het voorzichtige rentebeleid in die landen. Wel is het herstel van de Belgische frank van kwetsbare aard. Nadat bleek dat de vakbonden een breed front gingen vormen, waardoor landelijke stakingen onvermijdelijk lijken, moest de Belgische frank prompt een deel van de koerswinst inleveren. In Frankrijk is de strijd tussen voorstanders van het 'franc-fort' beleid (dat wil feitelijk zeggen het rentedictaat van de Bundesbank respecteren) en de aanhangers van een zelfstandig Frans rentebeleid naar de achtergrond verdwenen. De voorstanders van een 'franc-fort' beleid lijken vooralsnog het plecht in hun voordeel te hebben beslecht, doch eventuele ongunstige cijfers en/of een toeneming van de sociale spanningen kunnen de discussie weer doen oplaaien. Dit kan de franc onder druk zetten. Steun kan de Franse munt daarentegen putten uit het besluit dat de Franse centrale bank onafhankelijk zal worden, in lijn met het verdrag van Maastricht. Worden ook de overige elementen van het verdrag (bij voorbeeld de EMU-criteria) door de Europese beleidsmakers gerespecteerd, dan kunnen oplopende spanningen in het EMS wellicht worden voorkomen.

Bron: Economisch Bureau ING Bank