Een eersteklas opschepper

Rindert Kromhout & Jan Jutte, De paljas en de vuurvreter. Uitg. Querido. ƒ 24,90. Vanaf ca. 9 jaar.

Ted van Lieshout, De winkel van Wimper. Uitg. Van Goor. ƒ 22,50. Vanaf 8 jaar.

Voor veel Nederlanders is het niet meer dan een hoop met bier overgoten leutigheid, die je als buitenstaander de tenen doet krullen: carnaval. Nee, dan de Zuideuropese variant, die is onmetelijk veel eleganter, al was het maar omdat er geen hoempa-muziek, boerenkielen of reuzenbeha's aan te pas komen. Venetië bij voorbeeld moet er in carnavalstijd sprookjesachtig uitzien, met al die gemaskerde feestgangers in weelderige kostuums. Tegen die achtergrond speelt De paljas en de vuurvreter van Rindert Kromhout en Jan Jutte zich af. De figuren die daarin ten tonele worden gevoerd zijn zo uit de Commedia dell' Arte weggewandeld: een harlekijn, een legerkapitein, een vrek en een onweerstaanbare schone, hier simpelweg Duifje genaamd. Om Duifje gaat het allemaal: zowel Harlekijn als de kapitein adoreren haar, en dat maakt ze tot elkaars rivalen. Voortdurend proberen ze elkaar af te troeven, maar als Duifje er uiteindelijk vandoor is met de lachende derde is de verbroedering onvermijdelijk.

De paljas en de vuurvreter is volgens de traditie van de Commedia dell'Arte opgebouwd uit drie bedrijven, waarin steeds een van de drie hoofdpersonen als verteller optreedt. Op die manier verschuift telkens het perspectief: alledrie geven ze hun eigen versie van een serie gebeurtenissen, en het aardige is dat de legerkapitein en Harlekijn zich onmiddellijk van elkaar onderscheiden door hun manier van vertellen. De legerkapitein, een eersteklas opschepper, doet zijn verhaal met de nodige poeha, terwijl Harlekijn, de ongecompliceerde grappenmaker, een branieachtige onverschilligheid aan de dag legt. Daartussendoor - en in twee tussenspelen - geven ze commentaar op elkaars verhalen, want het geheel is aan elkaar gebreid door ze met z'n allen bij elkaar te laten zitten in het eethuis van Duifjes vader. In het beginspel wordt de situatie uiteengezet, het eindspel bevat zoals het hoort de ontknoping.

Door de aanpak waarvoor hij gekozen heeft - de traditie van de Commedia dell'Arte - heeft Kromhout zichzelf enige beperkingen moeten opleggen: de personages zijn typetjes, het verhaal is tot op zekere hoogte voorspelbaar. Daarom is het nawoord, waarin hij vertelt hoe hij ertoe kwam dit boek te schrijven en waarin hij en passant nog aardig wat informatie over de Commedia dell'Arte geeft, bijna een soort verantwoording geworden: dit soort bezwaren zijn hier niet op hun plaats. Kromhout legt bij voorbeeld uit waarom bijna alle rollen altijd door gemaskerde spelers werden gespeeld, en dat had de lezers eigenlijk van tevoren moeten worden verteld, alleen al omdat op de overigens prachtige, in zachte tinten uitgevoerde tekeningen van Jan Jutte vrijwel alleen maar gemaskerde types rondlopen. Maar binnen die beperkte opzet hebben Kromhout en Jutte (die eerder het prachtige Peppino maakten) er iets heel speciaals van weten te maken, een boek dat al net zo feestelijk is als de achtergrond waartegen het zich afspeelt.

Drijft De paljas en de vuurvreter op wijsheden als 'Waar twee honden vechten om een been...', Ted van Lieshouts De winkel van Wimper heeft onder andere als achterliggende gedachte dat wie niet sterk is slim moet zijn. Het is een wonderlijk verhaal over een jongen die met alle geweld een winkel wil hebben. Voor achtentachtig gulden wordt hij de eigenaar van een winkel die verder niemand wil hebben: een soort kast die midden in het bos staat (adres Krommeboom 1/2, want, legt de makelaar uit, 'De winkel is zo klein dat hij geen heel huisnummer heeft') en die bovendien al bewoond is door een egel, een spin en een rups.

Wat volgt is een soort fabel met aan de ene kant de door hebzucht gedreven Wimper en aan de andere kant drie lieve, onzelfzuchtige diertjes. Het gegeven dat Wimper op het moment dat hij zijn winkel opent geen idee heeft van wat hij er moet verkopen is ronduit absurd, en er wachten ons nog veel meer merkwaardige verwikkelingen. Origineel is het zeker, het slot is geraffineerd omdat je het op verschillende manier kunt opvatten, maar wat mij betreft is het allemaal wel erg bedacht. De winkel van Wimper is een knap uitgewerkt idee, in soepele taal geschreven en het ziet er nog leuk uit ook, maar voor de kinderen die dit gaan lezen valt er weinig in te herkennen. Van Lieshout maakt namelijk Kunst, en dat zullen we weten ook.

    • Carolien Zilverberg