De lust om over een leven te beschikken; Een aangekodigde zelfmoord

Een aangekondigde zelfmoord heeft iets van een première. Als hij eenmaal een feit is, dan is het woord aan de toeschouwers.

Zij zijn degenen die het oordeel vellen, en de hoofdrolspeler is hulpeloos. Hij heeft zijn werk gedaan, en zijn uiterste best; zijn lot rust nu in handen van anderen. 'I've always depended on the kindness of strangers', zegt de suïcidale Blanche in A Streetcar Named Desire. Deze laatste woorden voor haar laatste afgang hebben altijd een dramaturgische bijbetekenis gehad: de actrice die ze uitsprak, zei ook iets over haar métier. Ik besta niet zelf, ik besta voor zover er anderen, onbekenden, toeschouwers zijn die mij, door van mij te houden omdat ik optreed, laten bestaan.

Volgens Pier Paolo Pasolini is het leven één langgerekte camera-instelling, één vloeiende ongebroken blik geworpen op het vormeloze, lukrake leven - en pas wanneer iemand sterft begint de montage. De film wordt in reepjes herinneringen geknipt en, of we willen of niet, die reepjes voegen we samen tot een (nieuw) verhaal. De dood is de montage, schreef Pasolini in De ketterse ervaring.

Dit geldt, zo bleek afgelopen weken, wel heel speciaal voor de zelfmoordenaar. Hij acteerde zo soeverein en eigenmachtig; hij hield de regie zo strak in handen; hij ensceneerde zelfs een serie laatste ontmoetingen met de opinieleiders van ons tijdsgewricht, de columnisten; vastberaden en mediamiek ging hij zijn laatste weg - maar koud was hij niet meer, of hij viel letterlijk in stukjes uiteen. Niet eens in 'columns', maar echt in krantestukjes. Ze waren zo snel geschreven, dat het leek alsof ze al klaar hadden gelegen, en dat was in zekere zin ook zo: er was een Laatste Krante-interview bij, en een televisie-interview, dat vanavond wordt uitgezonden, en waarvan ik me afvraag wie ernaar zal willen kijken. Wie ben je, als je willens en wetens gaat kijken naar het aangekondigde interview met iemand die er zijn zelfmoord in aankondigt? Wat is dit anders dan een soort snuff-movie voor intellectuelen? Er is eigenlijk maar één ogenblik waarop ik het had willen zien, en dat was in de dagen voorafgaande aan de zelfmoord; toen had het nog iets kunnen betekenen. Maar zoals zo velen die niet in Amsterdam-Zuid wonen, wist ik niet van het voornemen, ik wist nauwelijks iets van Venema af, want ik had nog nooit een letter van hem gelezen.

Veel méér dan bij iemand die gestorven is door een oorzaak buiten hem zelf, vormden de reacties van de stukjesschrijvers en de interviewers tezamen een godloos Laatste Oordeel. Hij kon, hoe dan ook, zijn dood helpen, dus moest zijn dood geaccepteerd worden, als een uitspraak over zijn leven. Al was het alleen al omdat iedereen die erover schreef door de zelfmoordenaar ruimschoots van te voren van het voornemen op de hoogte was gesteld. Ze waren betrokkenen, en dat maakte de haast waarmee ze reageerden onthutsend. (De enige uitzondering was Opheffer in De Groene met een stukje 'Zelfmoord doe je in het geheim'. Die kop zegt genoeg: “Ik vond dat ik mijn vriendschap moest tonen door hem niet te helpen.”)

Kan het - iemand z'n zelfmoord accepteren? Als hij betrekkelijk jong is, en gezond, en verwikkeld in levens van anderen, en met een dak boven zijn hoofd, en genoeg te eten, en levend in een rechtsstaat? Natuurlijk stonden er plichtsgetrouwe zinnetjes in de stukjes, die neerkwamen op: 'ik respecteerde zijn beslissing'. Toch klonken ze een beetje dunnetjes, alsof er tijdens het zinken van de Titanic een schadeformulier werd ingevuld.

Gunstig

Zelfmoord is de gedachte die iedereen in hevigere of minder hevige mate heeft uitgeprobeerd; het is voor velen de grond onder alle andere gedachten. Het is bij uitstek de eventualiteit die je doet oordelen over jezelf. 'Zonder de gedachte aan de zelfmoord zou ik mezelf al lang gedood hebben', heeft Cioran geschreven, en ik geloof dat veel meer mensen dit motto, zonder het te kennen, boven hun bed hebben hangen dan je geneigd bent te denken. Geen van de stukjesschrijvers en interviewers heeft met succes zelfmoord gepleegd of, voor zover ik weet zijn beraamde zelfmoord wijd en zijd verkondigd. Hun oordeel over het eigen leven is kennelijk tot op heden te gunstig geweest. Daarmee beweer ik niet dat zij gunstig oordelen over zich zelf - maar door er, en plein public, te zijn, en wekelijks te berichten dát zij er zijn, zeggen ze van hun eigen leven dat het geleefd moet worden, al is het maar omdat hun angst er niet meer te zijn te groot is. Het botte feit van hun stukjes spreekt een oordeel uit.

Toen zij met deze aankondiging van deze zelfmoord in aanraking kwamen, moesten zij dus oordelen. Kan ik van een ander aanvaarden wat ik van mijzelf niet aanvaard?

Het curieuze is nu dat deze schrijvers zich eendrachtig en met groot vertoon van sentimentaliteit zijn gaan neerleggen bij de beslissing. Ze hebben hun laatste ontmoeting met Venema gehad, en, als je de verslagen daarvan voor waar aanneemt, dan is het steeds als volgt gegaan: ze hebben gezegd dat ze het vreselijk vonden wat hij van plan was, ze hebben hem proberen uit te leggen dat het belangrijker is om te leven dan om dood te zijn, ze hebben wie weet zelfs gezegd dat ze het onzin vonden - maar uiteindelijk hebben ze gezegd: je bent vastbesloten, dus ga maar. Ze hadden respect. En doordat ze hun eigen oordeel in feite opschortten, vooral ook in hun stukjes na afloop, oordeelden ze, in mijn ogen, met een soort verdubbelde kracht, op een bijna godgelijke, almachtige manier. Venema mocht gaan, ze lieten hem gaan in de illusie dat zij hem begrepen, ze wilden hem in vriendschap laten gaan, en lieten hem los.

Nu ik er over nadenk kan ik alsnog één reden bedenken om de voorgenomen uitzending van Theo van Goghs interview te willen zien - en dat is omdat het altijd nog denkbaar is dat Van Gogh aan het eind van het gesprek doet wat de anderen niet hebben gedaan: de vriendschap opzeggen, desnoods in een handgemeen. Venema de deur van de studio wijzen en zeggen: je doet maar wat je doen moet, maar iemand die mij dwingt om dadenloos respect te betuigen voor deze beslissing, die vergt teveel van me. Want zo lang je mij wil vertellen wat je van plan bent, forceer je mij een oordeel over je leven uit te spreken dat ik, zo lang ik zelf wil leven, nooit en te nimmer vellen wil: ik weiger.

Euthanatisch

Twee maanden geleden kwam in deze rubriek het televisieprogramma Op leven en dood ter sprake, waarin vijftig Nederlanders hadden mogen kiezen tussen twee baby's. Er was de panelleden uitgelegd waarom de baby's in een peperdure couveuze gelegd moesten worden - ze zouden allebei sterven als dat niet zou gebeuren -, en nadat de ouders hun verhaal hadden gedaan, drukten de aanwezigen op een knop, en de baby met de meeste stemmen zou doorgaan naar 'de volgende ronde'.

Wat me toen frappeerde was hoe gretig iedereen meedeed aan dit spel, dat natuurlijk helemaal geen spel meer was. Die gretigheid was onvergetelijk, en herdefinieerde een woord dat, voor zover ik weet, door Andreas Burnier is gemunt: euthanatisch. De lust om over een leven te beschikken. Je zag, met je eigen ogen, hoe keurige landgenoten gloriëren wanneer zij een oordeel op leven en dood mogen uitspreken.

Eenzelfde zucht naar de glorie die het bepalen van de waarde van een mensenleven met zich mee kan brengen, sprak uit de stukjes na Venema's dood. Tot elke prijs zouden ze die week nog hun stukje schrijven; als de wiedeweerga waren ze er bij om ons te laten weten dat ze er uiteindelijk 'ergens wel iets van begrepen'.

Op leven en dood heeft geen serieuze discussie losgemaakt, en nu ik de ijver zie waarmee men zich in de bocht van 'het respect voor deze beslissing' heeft gewrongen, begrijp ik het beter: ook deze stukjesschrijvers hadden hun ogenblik van goddelijke almacht beleefd, en vermeiden zich daar nu in. Ze gaven er geen enkel blijk van de laatste ontmoeting met deze man te zien als een nederlaag, als een afschuwelijke krenking van hun overtuigingskracht. (Natuurlijk hebben ze allemaal afzonderlijk in meerdere of mindere mate geprobeerd Venema van zijn daad te weerhouden - daarover heb ik geen oordeel.) Het leek wel alsof ze iets moois en plechtigs hadden meegemaakt. 'Ik was er bij,' zongen de stukjes, 'hij vond mij de moeite van het afscheid nemen waard hij heeft mij uitverkoren om respect te betuigen.'

Al die mannen hebben het grootste failliet meegemaakt dat het leven (behalve zelf dood willen) in petto heeft; een gezonde, zij het diep gekrenkte, aan een soort gewetensziekte lijdende man niet van zijn zelfgekozen einde kunnen afhouden. Dat valt niemand te verwijten - het is de tragedie van om te beginnen vrijwel elke psychiater, maar valt er mee te leven?

Kennelijk heel wel, want niemand van de vrienden schreef: “Venema, ik besta, dus had jij ook moeten bestaan; jouw stap trekt me, als ik me er niet uit alle macht tegen verzet, met je mee.”

Ze schreven het tegendeel: ze schetsten zijn leven, zijn zware jeugd, zijn tegenslagen, zijn vreemde zelfkwellende aard, zijn moeizame schrijverschap; uit de stukjes maakte zich het beeld los van een man met een mateloos geweten maar zonder gezag, - en met dit alles impliceerden ze 'ergens' te begrijpen dat de zelfmoord er de aanvaardbare uitkomst van zou zijn, en drukten ze eendrachtig op de verleidelijke columnistenknop.

Begrip kan dodelijker zijn dan welke reden om dood te willen gaan dan ook.