De last van sancties

TUSSEN RECHT EN pragmatisme bungelt de Lockerbiezaak. Bijna vijf jaar geleden explodeerde boven het Schotse Lockerbie een Pan Am-vliegtuig. In het toestel en op de grond kwamen 270 mensen om het leven. Twee medewerkers van de Libische geheime dienst werden geruime tijd later aangewezen als de aanstichters van deze veelvoudige moord. Pogingen om het tweetal uitgewezen te krijgen teneinde ze in het Verenigd Koninkrijk te berechten lopen steeds weer vast op de onwil van de Libische autoriteiten om hun medewerking te verlenen. De internationale gemeenschap heeft gereageerd met sancties, tot dusver zonder resultaat.

Gisteren heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de sancties aangescherpt. Dat ging met moeite. De Amerikanen wilden het verst gaan met een boycot van de Libische olie-export. Landen als Duitsland, Italië en Spanje vreesden voor hun bevoorrading en verzetten zich. Daarop dreigde Rusland met een veto als geen rekening werd gehouden met de schuld van Libië aan Moskou van vier miljard dollar, stammend uit de tijd van de goede betrekkingen met de Sovjet-Unie. Tegen de sancties zoals zij nu zijn besloten, heeft Libië zich inmiddels ingedekt. De maandenlange discussie in de Veiligheidsraad heeft het regime van Gaddafi daarvoor ruim de gelegenheid geboden.

LANGZAMERHAND ZIJN sancties het enige nog enigszins geloofwaardige wapen dat de internationale gemeenschap in handen heeft om staten te corrigeren die de beginselen van recht en vrede schenden. Een eenduidige conclusie over de werkzaamheid van dat instrument is moeilijk te trekken. Wat bijvoorbeeld Irak betreft lijkt het resultaat af te werpen: althans de nucleaire potentie van dat land zou teniet zijn gedaan. Ook Servië lijdt onder de embargo's die het zijn opgelegd, en volgens sommige waarnemers heeft dat lijden effect op de opstelling van het regime in Belgrado ten aanzien van de burgeroorlog in Bosnië. Vast staat dat Iran niet onder de indruk is - zoals het onder absurdistische omstandigheden verlopen bezoek van de schrijver Salman Rushdie aan Nederland nog eens heeft aangetoond. Ieder die de druk op Iran wil verhogen, zal rekening hebben te houden met de goede commerciële betrekkingen die met dat land worden onderhouden. De regering-Clinton wringt zich in duizend bochten om China tot het naleven van de rechten van de mens te bewegen zonder het Amerikaanse zakenleven in dat land al te veel voor de voeten te lopen.

Sancties blijken een last, evenzeer voor de staten die de sancties opleggen als voor de landen die ze ondergaan. Er is dan ook een omgekeerde evenredigheid tussen de omvang en intensiteit van sancties en de macht en commerciële betekenis van de getroffen staat. Libië in ieder geval wordt nog wel ontzien.