BVD drukte CPN in isolement

De BVD had in de jaren vijftig zeker enige invloed op de CPN. Toch slaagde de veiligheidsdienst er pas na 1956 in dieper in het partij-apparaat te infiltreren. De grootste invloed had de BVD waarschijnlijk door samen te werken met het gematigde vakverbond NVV bij het weren van communisten uit het bredere vakbondswezen.

De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) heeft vanaf het einde van de jaren veertig tot het begin van de jaren zestig veel aandacht besteed aan het doen en laten van leden en aanhangers van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Dat deze BVD-activiteiten van niet geringe invloed zijn geweest op de positie van de partij spreekt vanzelf. De CPN was niet opgewassen tegen het inlichtingenwerk van de BVD en de plaatselijke politiekorpsen, tegen afluisteren en visueel observeren van partijgebouwen en bestuurders, en de medewerking van het publiek waarop BVD en politie veelal konden rekenen. Zij reageerde op het bestaan van de BVD ten hoogste met het aanscherpen van de kaderselectie vanuit de partijtop, met geheimhouding van wat in de leiding gaande was, en met het kweken van een felle anti-BVD-stemming onder de eigen aanhang.

Alle overheidsdiensten en de grote particuliere ondernemingen bleven mede dankzij dit inlichtingenwerk in feite gesloten voor leden van de CPN; dit heeft aanzienlijk bijgedragen tot de vervreemding van vele communisten van de maatschappelijke en bestuurlijke werkelijkheid in ons land. Dat men in de CPN bovendien overging tot een soms meer en soms minder ernstig te nemen quasi-illegaliteit, versterkte haar sociaal isolement.

In 1950, toen de CPN-leiding met man en macht maar zonder enig resultaat trachtte het lossen van Amerikaanse militaire goederen in de havens van Rotterdam en Amsterdam te verhinderen, ontstond in de gesloten partijtop een ware crisis. Gerben Wagenaar, die vanaf 1945 als de tweede man in de leiding fungeerde, verscheen tussen maart en september 1950 - de periode waarin de oorlog in Korea ontbrandde waardoor in veler ogen grotere gewapende Oost-Westconflicten mogelijk werden - slechts één keer op de wekelijkse bijeenkomst van de dagelijkse leiding. Algemeen-secretaris Paul de Groot, de zeer dominerende eerste man in de leiding, trok zich vier maanden terug in Oost-Europa en droeg zijn functie zonder het partijbestuur ervan op de hoogte te stellen, over aan Annie Averink, een van de jongste bestuurders. Daar kwam nog bij dat in die tijd een volledig faillissement dreigde voor het partijblad De Waarheid. Men leefde er maandenlang van dag tot dag van de hand in de tand.

Wat opvalt is dat de BVD in dat jaar wel de fiasco's van de CPN-acties tegen de wapenzendingen signaleerde, maar niet op de hoogte bleek van de ernst van de problemen waarmee de CPN-leiding worstelde. Evenmin slaagde de BVD er - getuige de voor onderzoek toegankelijke stukken - voor het einde van de jaren vijftig in, belangrijke informanten in de partij te winnen, of zijn medewerkers dermate diep het partij-apparaat te laten binnendringen, dat men kennis kreeg van vertrouwelijk gehouden gegevens uit de landelijke leiding.

Maar in de jaren 1957-1958, toen zich binnen de CPN voor het eerst een oppositie van enig belang liet gelden, beperkte de BVD zich niet meer tot het verzamelen van inlichtingen. Zij ondernam toen pogingen de partij te destabiliseren of, zoals de vakterm luidt, te desorganiseren.

Na enkele tekenen van dooi in de ijzige internationale situatie besloot de CPN begin 1956 tot een 'nieuwe aanpak' gericht op verbreking van haar isolement, vooral op het terrein van de vakbeweging. Dus werden toen een aantal wijzigingen aan de orde gesteld in de landelijke leiding van zowel de partij als de door haar geleide Eenheidsvakcentrale. Dat leidde tot de vervanging van partijvoorzitter Wagenaar, EVC-voorzitter Reuter en EVC-secretaris Brandsen.

Deze poging tot vernieuwing werd echter doorkruist door het begin van de destalinisatie in de Sovjet-Unie, door een nieuwe forse nederlaag bij de Kamer-verkiezingen en de felle reacties in ons land op het ingrijpen van het Sovjet-leger in Hongarije. Intusen namen in de top van de CPN de onzekerheid en onenigheid snel toe. De leiders van de EVC conformeerden zich aanvankelijk nog aan de goedkeuring door de CPN van het Sovjet-optreden in Hongarije, maar in de loop van 1957 begon een aantal EVC-bestuurders zich te verzetten tegen de directieven van de partijleiding.

Vanaf dat moment werd de situatie in de partijtop met succes van buitenaf beïnvloed. De eerste voltreffer werd afgevuurd door Het Vrije Volk, dagblad van de PvdA en het NVV. De krant maakte de grote spanningen en de verdeeldheid in de CPN-top met naam en toenaam openbaar. Bij deze 'eigen berichtgeving' kon de krant zich baseren op degelijke inlichtingen, die haar met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid door de BVD zijn toegespeeld. Ook andere publikaties die onder kaderleden van de communistische partij en vakbeweging werden verbreid, verhevigden het onderling wantrouwen in de top van partij en vakbeweging dusdanig dat er weinig ruimte overbleef voor compromissen.

Voor zover de politieke tegenstanders van de CPN een belangrijke rol hebben gespeeld bij de ondergang van de partij in de jaren tachtig, moet in de eerste plaats het door sociaal-democraten geleide Nederlands Verbond van Vakverenigingen worden genoemd. Een beslissend moment in de geschiedenis van de CPN, die ambieerde 'de partij van de arbeidersklasse' te worden, vindt plaats in de periode 1946-1947, toen een ervaren NVV-leiding de fusie met de grote, door communisten geleide Eenheidsvakcentrale verijdelde en vervolgens de toegang van de traditionele arbeidersbeweging voor de CPN gesloten wist te houden. Zo slaagde de NVV-leiding er in de door de EVCzelf opgeworpen barrière rond CPN-leden in de bedrijven in stand te houden, hen heel de periode van de koude oorlog overzichtelijk te isoleren en beïnvloeding van de gang van zaken binnen de moderne vakbeweging vanuit de CPN te voorkomen. En de BVD had uiteindelijk de meeste invloed op de positie van de CPN door haar intensieve samenwerking met sociaal-democratische vakbondsbestuurders bij het weren van CPN'ers.

De CPN heeft in de jaren vijftig door het vermengen van haar optreden inzake binnenlandse sociale kwesties met haar vergaande ondersteuning van de Sovjet-politiek, zelf de voorwaarden geschapen voor een bondgenootschap tussen binnenlandse veiligheidsinstanties zoals de BVD en de democratische, op de concrete belangen van de Nederlandse arbeiders georiënteerde vakbeweging. Met het beoordelen van de geschiedenis van de CPN loopt men het risico de onjuiste veronderstelling te voeden dat deze sterk internationalistisch georiënteerde partij ook na de oorlog als een verlengstuk van geheime diensten van de Sovjet-staat heeft gefunctioneerd. Maar er vallen wat het internationalisme van de CPN betreft - enige naïviteiten en smeerlapperijen ten spijt - beslist niet alleen negatieve dingen te melden.

Zo ontmoette ik ooit een vrouw die zich vanuit deze CPN-tradities tijdens de bezetting in een van de provinciesteden inzette om Duitse militairen over te halen zich tegen het nationaal-socialisme te keren. Dit droeg er toe bij dat een kolonel van de Duitse luchtmacht in de staf van generaal Christiansen zich na contacten met haar voor het Oostfront meldde en daar de gelegenheid greep om in zijn Focke Wulf-jager naar Moskou te deserteren. Met haar eerste baby bezocht ze ook café's en restaurants waar Duitse militairen kwamen en verspreidde daar bierviltjes met in het Duits gestelde partijmanifesten.

Maar toen tijdens een controle zo'n manifest in haar tas werd gevonden, verdween ze met haar zoontje van vier maanden enige tijd in een Duitse politiekazerne. Daar werd zij een paar maal verhoord door een van de weinige SD-officieren die in dit land na de bevrijding ter dood is veroordeeld en ook ter dood is gebracht. In de zomer van 1945, kreeg ze bezoek van een Canadese officier, die had behoord tot een geallieerde militaire missie in Moskou, daar de gedeserteerde kolonel van de Luftwaffe tegen was gekomen en de man had moeten beloven haar diens groeten over te brengen, met de verzekering dat hij haar en haar man zo spoedig mogelijk zou komen opzoeken.Van de nieuwe ontmoeting kwam helaas niets: de deserteur is met tal van andere weliswaar anti-nazi maar te weinig Sovjet-gezinde Duitse officieren na de oorlog ergens in de Goelag-Archipel van Stalin en Beria omgekomen.

Haar man werd, ondanks een indrukwekkend verzetsverleden, enige jaren na de oorlog uit de CPN gegooid en dermate verdacht gemaakt dat ook de oppositie, die eind jaren vijftig in en naast de CPN opereerde, niets meer met hem te maken wilde hebben. De vrouw zelf heeft de partij, toen alle hoop op eerherstel was vervlogen, met stille trom verlaten.

Bij pogingen een goed beeld te vormen van de activiteit van communistisch gezinde Nederlanders, zal het moeten gaan om eerlijke, dus kritische, maar ook om evenwichtige en dus genuanceerde keuzes en beoordelingen. Dit ongeacht het antwoord op de vraag of er kwalitatief verantwoorde BVD-dossiers over hen bestaan en of buitenstaanders daarvan wel of niet kennis zullen kunnen nemen.

    • Ger Verrips