Boeiende keuze van 'museumloze' conservator Jan Hoet; Collectie Gent te gast in Breda

Tentoonstelling Gent te gast, een keus van Jan Hoet. T/m 2 jan. in De Beyerd, Breda. Open di-vr 10-17u, za-zo 13-17u. Eerste kerstdag en Nieuwjaarsdag gesloten.

Het affiche bij de tentoonstelling Gent te gast, een keus van Jan Hoet in De Beyerd Breda ziet er uit als een proclamatie. Hoet en de kunstenaars uit zijn museumverzameling 'bezetten' een Nederlandse expositieruimte. Het is overigens niet, zoals in een informatieblad van De Beyerd staat, de eerste grensoverschrijdende collectiepresentatie van Hoet in Nederland: in 1984 en 1989 vonden vergelijkbare exposities plaats respectievelijk in De Vleeshal in Middelburg en in de Stadsgalerij Heerlen.

Hoet die sinds 1975 conservator is van het Gentse Museum voor Hedendaagse Kunst, beschikt niet over een eigen gebouw. Hij bivakkeert nog steeds met zijn collectie in de zalen van het Museum voor Schone Kunsten. De plannen voor de inrichting van een casino als nieuw museum zijn op het laatste moment wegens gebrek aan financiële middelen afgeblazen.

Ondanks deze problemen, of misschien juist dankzij, heeft Hoet met een klein budget in vrij korte tijd veel tot stand gebracht. Vernieuwende tentoonstellingen zoals Kunst in Europa na '68 (1980), Chambres d'Amis (1986) en Open Mind (gesloten circuits) (1989) 'plaatsten' Gent op de culturele kaart van Europa. Zijn benoeming tot leider van de negende Documenta die vorig jaar in Kassel werd gehouden, betekende een erkenning van zijn talent als tentoonstellingsmaker.

Door deze exposities en door zijn goede relaties met kunstenaars heeft Hoet een aantal mooie werken voor het Gentse museum kunnen verwerven. Zo staat op de binnenplaats van De Beyerd de installatie die Mario Merz ontwierp voor Chambres d'Amis. Het werk van Kounellis dat in Breda te zien is, ontstond als 'ritueel gebaar' in de laatste nacht voor de opening van Kunst in Europa na '68, schreef Hoet in de bijbehorende catalogus. Boven een stapel stenen hangt aan muur een zwart geblakerd palet. Tussen de stenen en het palet zijn roetsporen aangebracht. 'Kunst behoudt haar bindingen met geschiedenis, de kunstenaar keert hier terug naar het beginpunt en herstelt bij de bezoeker het contact met de oorsprong van de tekens.' Aldus Hoet in 1980.

Deze beschrijving van de Kounellis' werk zegt ook iets over de manier waarop Hoet kunstwerken exposeert. Door onverwachte combinaties, ook van oud en nieuw werk, wil hij het contact met de kunst herstellen en bezoekers uitdagen zelf op zoek te gaan naar mogelijke betekenissen.

Zo vestigt de combinatie van het werk van Kounellis met Hagen-Vorhalle (1983) van Reinhard Mucha de aandacht op de olielamp die diep in het binnenste van Mucha's op elkaar gestapelde zware houten kast en dressoir brandt. De reuk van brandende olie voegt daar een extra dimensie aan toe. De regency-spiegel van de Belg Marcel Broodthaers en de ruimtelijke conceptie van de Italiaan Lucio Fontana roepen vragen op over de verhouding tussen de toeschouwer en het oppervlak van een kunstwerk. Door het schilderij Perspective (Le balcon de Manet) (1950) van Magritte waarop Manets figuren zijn vervangen door doodskisten in één zaal te tonen met de gezeefdrukte elektrische stoelen van Andy Warhol, ontdekt men opeens parallelen tussen deze werken.

Voor sommige fijnbesnaarde kunstkenners is deze manier van exposeren misschien tè anekdotisch of zelfs platvloers. Toch zijn de ambiances die Hoet creëert vrijwel altijd verhelderend. Ze leggen geen beperkingen op, maar bieden de kunstwerken juist de ruimte om hun kwaliteiten optimaal te tonen - ook aan een groter publiek.

Behalve de vaste poolsterren aan het firmament van Hoet - Beuys, Nauman, Panamarenko, Weiner, Daniels - zijn in Breda ook recente aanwinsten te zien van (nog) onbekende kunstenaars als Pekka Nevalainen, Mariella Simoni en Ulrich Meister die ook aan de laatste Dokumenta deelnamen.

Niet alle werken uit de Gentse collectie zijn van hoge kwaliteit, maar door het vuur waarmee Hoet ze brengt, worden ook die de moeite van het bekijken waard.