Armoedebestrijding blijft prioriteit ontwikkelingshulp

DEN HAAG, 12 NOV. Armoedebestrijding in de wereld blijft eerste prioriteit van het Nederlandse ontwikkelingshulpbeleid.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) stelde gisteren bij de behandeling van zijn begroting en van zijn nota 'Een wereld in geschil' zowel de Tweede Kamer als een aantal ontwikkelingsorganisaties gerust. Hoewel zijn analyse over de rol van het ontwikkelingsbeleid in de wereld is veranderd, blijft armoedebestrijding prioriteit houden.

In zijn vroegere analyse, vier jaar geleden geformuleerd in de nota 'Een wereld van verschil', werd bij armoedebestrijding vooral gedacht aan de sociaal-politieke dimensie. De centrale uitspraak van Pronk was dat “de mensen het zelf moeten doen”. Nu is daar aan toe gevoegd, dat er ook een goed macro-economisch beleid nodig is: investeren in sociale sectoren, in sociale vangnetten, in werkgelegenheid.

Hulpverlening, zei Pronk daartoe uitgedaagd door de VVD'er Terpstra, is alleen effectief binnen een integraal economisch beleid, met inbegrip van ondermeer handelsbeleid en investeringsbeleid. “Als aan die voorwaarden niet wordt voldaan, is hulpverlening eigenlijk alleen maar een vorm van legitimatie om niet structureel bezig te zijn.”

In het bijzonder de twee regeringspartijen CDA en PvdA steunden de analyses van de minister. De CDA'er De Jong constateerde daarbij dat er “een einde is gekomen aan het ideologische debat” met de minister over ontwikkelingssamenwerking. Minister Pronk bevestigde dat. Er is geen sprake meer van een tegenstelling tussen de particuliere en de publieke sector. Pronk: “In de discussie met het bedrijfsleven is de toon anders geworden. Binnen de gestelde beleidsgrenzen willen wij graag samenwerken met het bedrijfsleven.”

Terpstra bestreed Pronks analyse dat er in de wereld meer conflicten zijn dan vroeger en dat derhalve - zoals Pronk in zijn nieuwste beleidsnota doet - gekozen moet worden voor conflictbestrijding, omdat in een oorlogssituatie geen ontwikkelingshulp en geen ontwikkeling mogelijk zijn. Pronk hield vol dat zijn analyse juist was: er zijn veel meer conflicten binnen landen, meer conflicten van niet-economische origine, conflicten waaien eerder van het ene naar het andere gebied over, het staatsgezag in veel landen is zwak en de internationale organisaties zijn te weinig afgestemd op het beheersen van dergelijke conflicten.

Het debat in de Tweede Kamer over Pronks begroting was vriendelijk van toon. Alsof men rekening hield met de suggestie vanuit onder andere het CDA dat er na Pronk geen minister, maar een staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking komt. Pronk zelf voelde dat ook aan: hij pleitte uitvoerig voor behoud van een minister van buitenlandse zaken en op hetzelfde departement een minister zonder portefeuille, belast met ontwikkelingssamenwerking.