Andriessen hekelt plan tot beperking fiscale vrijstelling

DEN HAAG, 12 NOV. Het plan van staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) om de belastingvrijstelling van bedrijven op winsten uit andere landen te beperken heeft tot een fors meningsverschil geleid met minister Andriessen (economische zaken). De fiscaal woordvoerders van de regeringsfracties zeggen desgevraagd in een reactie dat Van Amelsvoort “zo snel mogelijk” moet afzien van zijn voornemen.

De aanscherping van de zogeheten deelnemingvrijstelling betekent volgens minister Andriessen een verslechtering van de fiscale concurrentiepositie van Nederland. In Duitsland wordt bijvoorbeeld met ingang van 1 januari 1994 een ruimere deelnemingsvrijstelling ingevoerd dan in Nederland. Een versoepeling is daarom logischer in plaats van een beperking, aldus Andriessen desgevraagd. Volgens een woordvoerder van Financiën is het voorontwerp ingediend voor een “maatschappelijke discussie”. Op dit moment worden de reacties geïnventariseerd en “binnenkort” neemt Van Amelsvoort een beslissing of hij zijn voornemen doorzet, aldus Financiën.

“Het plan van Van Amelsvoort heeft een negatief effect op de investeringen en dus de werkgelegenheid”, meent fiscaal woordvoerder Vermeend van de PvdA-fractie. De staatssecretaris moet met beleid komen om de fiscale concurrentiepositie van Nederland te versterken “en niet afbreken”, aldus Vermeend. Zijn CDA-collega Vreugdenhil benadrukt dat de Tweede Kamer heeft gevraagd om een studie naar de mogelijkheden de deelnemingsvrijstelling te beperken. “De dadendrang van de staatssecretaris jaagt de ondernemers in de gordijnen. Dat is niet verstandig”, zegt Vreugdenhil.

De oppositiepartijen VVD en D66 hekelen het voornemen van de staatssecretaris. “Absoluut het verkeerde signaal en puur slecht”, meent D66-afgevaardigde Ybema. “Een beleidsblunder van de eerste orde”, oordeelt het Kamerlid Van Rey (VVD).

Bedrijven hebben al “signalen afgegeven waaruit blijkt dat zij zich terughoudend opstellen ten aanzien van investeringen”, zegt mr. A.J.M. Timmermans, fiscaal specialist van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen.

Pag.17: Nederland fiscaal tegen de trend in

Door de deelnemingsvrijstelling hoeft een Nederlandse onderneming over in het buitenland gemaakte winst geen belasting te betalen, mits die winst in het buitenland al is belast. Nederlandse ondernemingen kunnen hierdoor onder dezelfde fiscale concurrentievoorwaarden opereren als locale ondernemingen.

Met de deelnemingsvrijstelling heeft Nederland jarenlang buitenlandse investeerders weten aan te trekken. Nu gaat het tegen de Europese trend in; landen als België, Luxemburg, Frankrijk, Oostenrijk en Denemarken verruimen hun deelnemingsvrijstelling of hebben al een soepeler regime, zegt Timmermans. “Zelfs Duitsland, traditioneel minder ingesteld op expansie naar buiten, voert met ingang van 1 januari 1994 een deelneminsvrijstelling in. Het voorontwerp van Van Amelsvoort is de wereld op zijn kop”, vindt de fiscaal specialist van het VNO.

Financiën wil de deelnemingsvrijstelling niet meer laten gelden voor deelnemingen die zijn gevestigd in zogeheten belastingparadijzen. Volgens Financiën is sprake van een zogeheten tax haven als de effectieve belastingdruk op de winst onder de 15 procent ligt. In Nederland bedraagt deze belastingdruk minimaal 35 procent.

De aanscherping van de deelnemingsvrijstelling is volgens Financiën onder druk van de Verenigde Staten tot stand gekomen. Het was een Amerikaanse voorwaarde bij het eind vorig jaar gesloten belastingverdrag tussen Nederland en de VS. Dit verdrag, dat moet voorkomen dat bedrijven zowel in de VS als in Nederland belasting betalen, is begin oktober door de Tweede Kamer goegekeurd. Op dit moment behandelt de Amerikaanse Senaat het verdrag en eind november spreekt de Eerste Kamer haar oordeel uit over het verdrag.

Volgens VNO-woordvoerder Timmermans blijkt uit het recente protocol bij het belastingverdrag niet dat Nederland de deelnemingsvrijstelling moet beperken. De fiscaal woordvoerders van de regeringsfracties onderstrepen deze opvatting.

Timmermans: “Van Amelsvoort is op dit moment overbodige wetgeving aan het voorbereiden. Dat schaadt de fiscale concurrentiepositie van Nederland.” Hij onderstreept dat de plannen van Van Amelsvoort “haaks” staan op de trend in andere EG-landen.

Verder wil Van Amelsvoort de fiscale aftrekmogelijkheden beperken van een in Nederland gevestigde vennootschap die rente betaalt op een lening die is versterkt door een buitenlandse dochter. Ook hierbij verwijst Van Amelsvoort voor zijn argumentatie naar het belastingverdrag met de VS. “Maar het verdrag noopt niet tot een beperking”, oordeelt Timmermans.

    • Cees Banning