Zeldzaam spektakelstuk ontbeert meedogenloze strijd; Heerenveen kiest voor happening

AMSTERDAM, 11 NOV. Bekervoetbalwedstrijden dragen doorgaans een aantrekkelijk karakter. De ontknopingen kunnen verrassend zijn. De duels worden met spanning tegemoet gezien, omdat de uitslag meer dan van competitieduels onherroepelijk is. En omdat herinneringen aan vroegere ontmoetingen levend worden gehouden. Bekervoetbalwedstrijden teren op traditie. Zoals Ajax-Heerenveen (8-3), in de derde ronde van het KNVB-bekertoernooi.

Als het niet de bekerfinale van vorig jaar was waarin Ajax met 6-2 van Heerenveen won, dan was het wel de 6-5 overwinning die de Friezen in 1950 na een 5-1 achterstand in de competitie op de Amsterdammers behaalden. Ze hebben iets gemeen die wedstrijden tussen de twee clubs. Dat moet ook zo blijven, vindt Foppe de Haan, trainer van Heerenveen.

Terugverlangend naar het feest ter ere van het voetbal in Friesland dat dit jaar in mei Rotterdam rondom de bekerfinale woedde, meende De Haan gisteravond in het Olympisch Stadion zijn spelers opdracht te moeten geven er een frisse, open wedstrijd van te maken, een promotie voor het mooie voetbal, een hernieuwd eerbetoon aan de trouwhartige Friese aanhang die weer in groten getale was meegereisd.

Zelfs de nogal royale 8-3 nederlaag kon De Haan niet verleiden tot teleurstellende woorden. Vreemd, als van een andere, zachtaardige, tolerante voetbalwereld, sprak de verliezende trainer na afloop respectvol van “een Ajax-Heerenveen of Heerenveen-Ajax zoals het altijd is”. En “dat het voor voor de neutrale toeschouwers toch een aantrekkelijke voetbalwedstrijd is geweest”. Alsof buiten beroepstoeschouwers op de perstribune veel onpartijdig publiek in een voetbalstadion aanwezig is.

De Haan is een beetje de correctheid zelve. Daar valt in hem te prijzen als mens. Maar als sportman en trainer wiens elftal zojuist een forse nederlaag heeft geleden, had hem enige (uiterlijke) teleurstelling niet misstaan. Het is een houding die doorgaans ook bij zijn spelers opvalt. Ze hebben leuk gevoetbald, ze hebben gescoord, hun aanhang heeft luidruchtig meegeleefd en ze hebben de reputatie hoog gehouden dat Heerenveen een leuke club is, die sympathiek voetbalt. Een club die alleen al op basis van de hoge aaibaarheidsfactor behouden moet blijven voor de top van het Nederlandse voetbal.

Tegen zulke teams speelt Ajax graag. Ze zijn niet lastig, ze laten je voetballen, ze hebben respect voor je, ze zullen je enkels sparen. Zelfs al spelen ze zoals Heerenveen gisteravond tegen zijn gewoonte defensief met een libero en aanvallend met slechts twee spitsen, ze willen er vooral een leuke wedstrijd van maken, de spelers uit Heerenveen. En van zulke uitdagingen dromen Ajacieden.

Ajax-Heerenveen was een zeldzaam spektakelstuk. Maar meer van zulke vriendelijke partijen en de geloofwaardigheid van het topvoetbal komt in het geding. Het duel droeg nooit het karakter van een bekerwedstrijd. Het was vanaf het begin al geen botsing tussen twee elftallen die een meedogenloze strijd voerden, geen 'cupthriller'. Ajax was natuurlijk de betere ploeg, maar zag vooralsnog geen kans zijn surplus aan voetbalkwaliteiten in doelpunten uit te drukken. Na de 1-0 voorsprong moest Ajax zelfs toestaan dat Heerenveen uit een van zijn eerste aanvallen de gelijkmaker aantekende.

Een schitterende vrije trap van ruim dertig meter van Frank de Boer (die er in Nederland patent op begint te krijgen), waaruit de bal in de kruising van het doel belandde, leidde de verwachte Ajax-triomf in. De 3-1 achterstand van Heerenveen bij de rust verleidde trainer De Haan tot een offensieve zet. “Toen heb ik maar besloten er maar een happening van te maken.” Hij bracht een aanvaller in het veld en offerde daarvoor zijn vrije verdediger op. Ruim een kwartier na het begin van de tweede helft stond het daardoor al 7-1. Van een wedstrijd kon toen al helemaal geen sprake meer zijn.

De vervolmaking van het doelpuntenfestijn was aangenaam, leuk voor fijnproevers, voor liefhebbers van mooie treffers, voor de Ajax-aanhang die gewend is aan mooie doelpunten (hoewel sinds jaren niet zoveel), voor de schutters om hun zelfvertrouwen op te vijzelen. Zoals voor Heerenveen-spits Tony Alberda - met libero Ten Voorde de enige Fries in het Friese elftal. Het jonge spitsje, dat lange tijd met een blessure sukkelde, was nota bene de beste met drie treffers.

Het zijn van die meevallers waarmee Heerenveen snel genoegen neemt. Zeker nu, na de teleurstellende uitslagen van de laatste weken in de competitie. Maar gezien de rouwsfeer in het convooi van het twintigtal bussen dat tegen middernacht huiswaarts sloop, niet tot bevrediging van de aanhang. Die moet zich toch een andere voorstelling hebben gemaakt van een bekerwedstrijd.