Wereldomroep dreigt de 'wereld' te vergeten

De Radio Nederland Wereldomroep speelt 'over de grens' een belangrijke rol voor vele duizenden Nederlanders en andere Nederlandstaligen. Maar dit station is tevens een gewaardeerde onafhankelijke informatiebron voor vele miljoenen buitenlanders die luisteren naar zijn Engelse, Franse, Spaanse en Arabische uitzendingen. Op dit moment verkeert de Wereldomroep echter in een crisis en dreigt de dienstverlening aan Nederlanders voorrang te krijgen.

Diep in de woestijn van Mali, het was in Bourem tussen Timboektoe en Gao, vertelde de voorzitter van de plaatselijk landbouwcoöperatie van veeteler-Touaregs mij dat Nederland in een politieke crisis was geraakt doordat “bekend was geworden dat de leider van de Nederlandse christen-democraten in de oorlog fout was geweest”. Een niet helemaal juist weergegeven mededeling want Van Agt was toen de CDA-leider, maar toch wel verrassend als je bezig bent met Malinese boeren te overleggen over een inentingscampagne voor het vee, lokale kredietvoorwaarden om jong vee te kopen en de afrekeningen te bekijken van de lokale coöperatiewinkel, activiteiten waarin geld was gestoken door NOVIB uit Nederland en OXFAM uit Engeland.

Dit nieuws had de voorzitter opgestoken door te luisteren naar de Radio Nederland Wereldomroep. Het was voor het eerst dat ik bemerkte dat deze Franstalige uitzendingen vanuit Nederland een wijdverspreid gehoor vinden onder kaders in voormalige Frans Afrikaanse koloniën.

Dit voorjaar heeft de Wereldomroep luisteraars in Afrika opgeroepen opstellen van maximaal duizend woorden in te sturen onder de titel 'Welke democratie voor Afrika?' Meer dan duizend Franstalige opstellen zijn inmiddels binnengekomen. Zonder enige overdrijving mag er dan wel van worden uitgegaan dat duizenden luisteraars meer deze oproep hebben gehoord en zich met deze oproep hebben bezig gehouden zonder uiteindelijk tot inzending te komen. Op dit moment worden uit deze inzendingen de beste dertig exemplaren geselecteerd, terwijl op die dag zelf een avondvullend programma gewijd zal worden aan dit onderwerp.

De Wereldomroep, een onafhankelijke publieke omroep, wordt in Nederland weinig beluisterd, maar speelt 'over de grens' geen onbelangrijke rol voor Nederlanders en andere Nederlandstaligen en als informatiebron voor anderen die luisteren naar onze berichtgeving in het Engels, Frans en Arabisch omdat zij de onafhankelijkheid zo waarderen. Niet zonder reden bestaat er nogal wat wantrouwen in Afrika met betrekking tot nieuws en opinies zoals die uitgezonden worden door zenders gefinancierd vanuit Engelse of Franse bron. Wantrouwen dat niet alleen gebaseerd is op ervaringen uit het koloniale verleden, maar tevens op nog steeds aanwezige grote economische en politieke belangen.

Op dit moment verkeert de Wereldomroep in een crisis. De organisatie wordt verweten “tekort te schieten in kwaliteit, flexibiliteit, besluitvaardigheid, interne informatie en controle”. Een interim-manager is benoemd. De doelstellingen worden opnieuw bekeken en het ziet ernaar uit dat “het brengen van informatie naar gebieden met een informatie-achterstand” ondergeschikt gaat worden aan “het geven van informatie aan Nederlanders en Nederlands-verstaanden in het buitenland” en aan het “verbreiden van een beeld van Nederland over de grenzen”.

Lofwaardig, ware het niet dat er dan vermoedelijk een budgetverschuiving zal worden uitgevoerd van geld dat nu gebruikt wordt voor uitzendingen in het bijzonder gericht op Franssprekend Afrika naar Nederlandstalige uitzendingen gericht op Europa. Op een totaal budget van tegen de 80 miljoen gulden gaat het om een verschuiving van circa 10 miljoen gulden voor niet-Nederlandstalige uitzendingen. Als we dan bovendien weten dat drie uur per dag Franstalige uitzending nog geen duizend gulden directe kosten meebrengt, moet de alarmbel wel geluid worden door iemand die weet hoe belangrijk de onafhankelijke Nederlandse informatie in Frans-Afrika gevonden wordt.

In 1990 organiseerde minister Jan Pronk in Maastricht een conferentie die als doel had, tegen het tij in, de belangstelling in Europa op Afrika gericht te houden en niet alle aandacht (en geld) naar Centraal- en Oost-Europa te laten afvloeien. De uitkomst van die conferentie was de oprichting van de 'Global Coalition for Africa', een 'denktank' van Afrikaanse presidenten, ministers, leidende persoonlijkheden uit het circuit van de Verenigde Naties en huns gelijken in de rijke wereld om in het bijzonder aandacht te geven aan de kwaliteit van 'het besturen' in Afrika. Veel gaat daar 'fout' omdat 'het bestuur' niet deugt, wat blijkt uit corruptie en het entameren van verkeerde projecten waarbij de rol van rijke donorlanden vaak ook dubieus is. De Global Coalition for Africa geeft veel aandacht aan de verbetering van de bestuurskwaliteit en ziet als een van de wegen hiertoe een forse democratisering van de Afrikaanse maatschappijen. Veel Afrikanen steken daar nu ook hun nek voor uit en in een reeks van landen leidt dit al tot resultaten.

Op zo'n moment zou het toch te gek zijn als wij een van onze beïnvloedingskanalen, te weten de Frans- en Engelstalige uitzendingen van Radio Nederland Wereldomroep, uit de lucht zouden halen om Nederlandstaligen in Europa beter te bedienen. In een situatie waaarin overheden in Afrika zo lang mogelijk meester willen blijven van radio en televisie ten faveure van zichzelf, rust er op ons een plicht het Afrikaanse kader te helpen zich te informeren via onafhankelijke internationale korte golf stations. Het staat vast dat de Wereldomroep hierbij goed 'scoort'. Het is begrijpelijk dat dit kader zich minder graag laat informeren door radiostations die vanuit de ministeries van buitenlandse zaken in de hoofdsteden van de voormalige moederlanden, Parijs en Londen, financieel worden gesponsord.

De Wereldomroep heeft een reputatie van betrouwbaarheid en onafhankelijkheid opgebouwd. Voor wel heel weinig geld biedt ze Nederland een kans Afrikanen te informeren, mede met als doel te komen tot een beter en democratischer bestuur en daardoor tot ontwikkeling. Dit opent ook culturele en economische perspectieven, voor Nederlandse vertaalde literatuur en voor contacten die ook economisch voor ons van betekenis kunnen zijn of worden. Geheel onzelfzuchtig hoeven onze activiteiten nu ook weer niet te zijn. Het is te hopen dat ontwikkelingen binnen de Wereldomroep mee besproken worden in de Tweede en Eerste Kamer bij de begrotingsbehandelingen van Ontwikkelingssamenwerking en WVC.

    • M. van Hulten