Watervervuiling oorzaak van levertumor bij bot

Vissen met zweren of abnormale uitgroeisels zien er allesbehalve appetijtelijk uit. De sentimentele consument legt al snel het verband met milieuvervuiling. Helemaal terecht, zo blijkt uit het proefschrift Fish disease and marine pollution, waarop Dick Vethaak (39) morgen aan de Universiteit van Amsterdam hoopt te promoveren. Dat meldt het universiteitsweekblad Folia.

Tien jaar geleden begon Vethaak in opdracht van Rijkswaterstaat zijn onderzoek bij het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek in IJmuiden. Aanleiding vormden berichten in de media over zieke vissen in de Duitse bocht en voor de Nederlandse kust. Vooral bij de bot gaat het om goed zichtbare en dus opvallende huidziekten.

In 1987 liet Vethaak in een praatje het woord kanker vallen. Dat werd een enorme rel. Die avond meldde het NOS-journaal dat de platvissen in de Noordzee aan kanker lijden en de volgende dag stond het in alle kranten, tot aan de Guardian toe. De onderzoeker schrok zich wild.

In ons land is de bot, anders dan in Zweden of Noorwegen, geen populaire consumptievis. Voor het onderzoek echter is hij wel interessant, omdat hij zowel in zee als in brak water voorkomt, ook in zwaar vervuilde wateren als Rijn en Noordzeekanaal. Als platvis scharrelt hij graag over de bodem, juist de plaats waar vervuildende stoffen zich ophopen.

Bekend was dat de bot aan huidziekten als zweren, wratziekte en vinrot kan lijden, al op een foto uit 1903 is een zieke bot te zien. Het optreden van levertumoren echter is nieuw.

Vethaak: 'Huidziekten zijn vaak infectieziekten, waarbij het mogelijke verband indirect is. Vervuiling kan het immuunsysteem ondermijnen, waardoor de kans op infecties toeneemt. Maar het is veel interessanter om een rechtstreeks verband aan te tonen tussen blootstelling aan stoffen en de gevolgen daarvan. Daarvoor moet je bij de lever zijn.''

In de lever die, net als bij varkens en runderen, vaak veel verontreinigingen bevat, worden vaak tumoren gezien als gevolg van chronische blootstelling aan vervuiling. Overigens wordt de lever bij het fileren van de vis verwijderd.

Tumoren zij chronische ziekten, die pas na verloop van tijd zichtbaar worden. Op zee laat het bewijs zich moeilijk leveren. In de eerste vijf jaar van zijn onderzoek zat de promovendus twee tot drie maanden per jaar op zee, soms bij windkracht acht, of met de vissen vastgevroren op het dek. Het vaste trekpatroon van de bot bestaat eruit dat de vissen 's zomers naar zee trekken om zich voort te planten en 's winters terugkeren naar de riviermondingen waar ze zijn opgegroeid. Bij deze vissen werden onder de microscoop soms dezelfde tumoren aangetroffen die ook bij muizen en ratten optreden na blootstelling aan kankerverwekkende stoffen.

Vervolgens werd het onderzoek verplaatst naar Texel. Vethaak kreeg drie grote bakken met zeewater ter beschikking van 40 bij 40 meter en drie meter diep. Hierin werden een schoon, een middelmatig en een vervuild milieu nagebootst. Voor dat laatste liet men een speciale partij Rotterdamse baggerspecie overkomen.

In elke bak werden 1200 eenjarige botjes losgelaten. Daarvan werden er drie jaar lang elke maand 100 opgevist en weer uitgezet, nadat hun huid en conditie waren beoordeeld. Op 25 botten per bak per half jaar werd sectie verricht om de leverontwikkeling te kunnen volgen. Na tweeënhalf jaar werden bij de vissen in vervuild milieu de eerste tumoren aangetroffen. Daarmee was het bewijs geleverd. Omdat de baggerspecie tienduizenden stoffen kan bevatten, waaronder PAK's en PCB's, is nog nader onderzoek nodig. Uiteindelijk wil Rijkswaterstaat tot richtlijnen (zogenaamde sedimenttoetsen) komen voor PAK- en PCB-gehaltes.

Voor huidziekten werden minder duidelijke verbanden aangetoond dan bij de tumoren. Opvallend waren wel bepaalde felrode zweren, die voor het eerst door sportvissers bij de spuisluizen van Den Oever waren gezien. Vethaak onderzocht achttien spuilokaties, op acht daarvan werden vissen met zweren aangetroffen. Nooit binnen, maar altijd net buiten de sluizen. Oorzaak is het spuien van zoet water in de Waddenzee. De wisseling van zoet naar zout bezorgt de vissen veel stress in de diepe, vieze spuigaten en daardoor raakt hun immuunsysteem verzwakt.