Walvisvaart

De heer Wouter van Dieren, lid van de Club van Rome, noemt de Noorse walvissen een prachtig voorbeeld van een 'renewable resource' en ziet geen reden om tegen de Noorse walvisjacht te zijn (W&O 28 okt). Want wat zou nu een jaarlijkse vangst van vijfhonderd dwergvinvissen betekenen, als er honderdduizend dieren zijn? Greenpeace zou volgens hem eens genuanceerd moeten nadenken over de walvisvaart.

Ook de Noorse premier Brundtland, bekend voorvechtster van duurzame ontwikkeling, heeft met een eigen bijdrage in de Nederlandse pers in de afgelopen zomer met soortgelijke uitspraken een lans gebroken voor de Noorse jachtpraktijken. Ik acht het nodig om uitspraken als die van Van Dieren over walvisjacht aan te vullen met enige opmerkingen.

Alle levende planten en dieren zijn vernieuwbaar, zij krijgen immers nakomelingen. Waar het bij duurzaamheid om gaat is in welke mate de mens zijn omgeving aantast om zelf te bestaan.

In het mariene ecosysteem behoren walvissen tot de kwetsbare top van de voedselpiramide. Voor walvisjacht rijst de vraag: Jacht waar nodig of jacht waar mogelijk? Voor commerciële walvisvaart bestaat geen noodzaak voor voedselvoorziening. Jacht is heel goed mogelijk, kijk maar naar walvisjacht door bijv. eskimo's, die in hun traditionele cultuur kleine aantallen jagen voor eigen gebruik. De strikte voorwaarden die de internationale gemeenschap stelt aan de commerciële jacht zullen moeten uitwijzen hoeveel walvissen de Noren zouden kunnen vangen.

Walvispopulaties zijn in deze eeuw overal in de wereld gedecimeerd, de een na de ander legde het af tegen de hebzucht van de mens. Vangstlimieten werden tot in de jaren tachtig veelal gestuurd door natte-vingerwerk, zoals 'een jacht van vijfhonderd op de honderdduizend walvissen is geen probleem'', om met Van Dieren te spreken. Pas toen de walvis het geluk kreeg een van de symbolen van de natuurbescherming te worden, werd er afdoende ingegrepen in de grootschalige jacht.

Het voorlopige verbod op de commerciële jacht, ingesteld door de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC), is sinds 1986 van kracht. Sindsdien is de IWC bezig een systeem te ontwikkelen om een beheersbare walvisvaart mogelijk te maken. Men gaat daarin uit van het voorzorgprincipe: er mag pas gejaagd worden als blijkt dat er genoeg walvissen zijn. Tot nu toe werd de walvis immers pas beschermd als kon worden aangetoond dat het slecht ging met de populatie.

Vangstlimieten worden met behulp van een wiskundig model vooral bepaald door het aantal walvissen in de zee en niet door de behoefte om de zware zakken met zwemmend zilver, zoals oud-minister Braks enige jaren geleden de kijk van jagers op walvissen eens uitbeeldde, weer uit de zee te halen. Ondanks het feit dat er niet zo veel bekend is van walvispopulaties, lijkt in enkele gevallen toch een beperkte commerciële jacht op dwergvinvissen mogelijk te zijn.

Het IWC-beheersysteem zal ook afspraken over controle en inspectie bevatten. Dit alles moet nauwkeurig worden vastgelegd in internationale wetgeving. Het resultaat van het gehele pakket is wellicht dat een beperkte jacht kan worden toegestaan in de nabije toekomst. De jacht op dwergvinvissen voor de Noorse kusten kan daar bij horen.

Veel landen zijn tegen alle commerciële walvisvaart, slechts twee landen, Noorwegen en Japan, willen de jacht voortzetten. Noorwegen heeft dit jaar al besloten om, buiten de internationale afspraken om, op eigen houtje de commerciële jacht te hervatten. Het Noorse geduld leek op. Een groot aantal landen heeft onmiddellijk scherp geprotesteerd tegen deze eenzijdige actie van Noorwegen.

Mevrouw Brundtland lijkt er desondanks door haar eigen adviseurs van overtuigd dat de Noorse commerciële walvisjacht niet in strijd is met een duurzaam gebruik. Maar dat een beheersysteem met nauwkeurige, onafhankelijke controle en inspectie van het gehele proces nog steeds geen overbodige luxe is moge worden geïllustreerd door een recente ontdekking van smokkel van walvisvlees van Noorwegen naar Japan. In oktober jongstleden werd in Noorwegen een lading van 3,5 ton walvisvlees met bestemming Zuid-Korea onderschept. Het vlees was verpakt in dozen, waarop vermeld stond dat zij garnalen bevatten. Men vermoedt dat het vlees bestemd was voor de Japanse markt, waar naar schatting van de grote Japanse krant Mainichi Shimbun het aanzienlijke bedrag van 250-600 gulden per kilo zou worden betaald.

Het getuigt van weinig historisch besef om de huidige Noorse walvisvaart als een voorbeeld van duurzaam gebruik van natuurlijke rijkdommen te beschouwen. Het is een zienswijze die illustratief is voor een groeiende ongedurigheid bij commerciële entrepeneurs, die een zakelijke aanpak van de natuur nastreven. De heer Van Dieren maakt zelf de fout die hij de milieubeweging toeschrijft.

    • Kees Lankester
    • Werkt bij de Stichting Natuur