VVD: Minister Pronk is veel te pessimistisch

DEN HAAG, 11 NOV. “Minister Pronk slaat in zijn pessimistische analyse nu net zoveel door als hij indertijd deed in zijn roze optimisme”, zei het Tweede-Kamerlid Terpstra (VVD). De Tweede Kamer vindt dat minister Pronk de keuze van landen waarmee Nederland een vaste hulprelatie onderhoudt in zijn begroting onvoldoende onderbouwt.

Juist op aandringen van de Kamer heeft Pronk dit aantal landen teruggebracht van 55 naar 34. Dat bleek gisteren bij de behandeling van zijn begroting in de Kamer.

Pronk kreeg complimenten voor zijn beleid van zowel zijn eigen partij, de PvdA, als van coalitiegenoot CDA. “Een goed minister, maar je ligt wel vaak met hem op de mat”, zei CDA-woordvoerder De Jong over Pronk.

“De PvdA-fractie oordeelt positief over deze minister”, zei PvdA-woordvoerster Verspaget.

CDA'er De Jong vond bovendien dat de minister een compliment verdiende omdat hij erin is geslaagd Ontwikkelingssamenwerking hoog op de politieke agenda te houden. Zijn stellingen, aldus De Jong, zijn niet altijd die van het CDA, maar hij is in elk geval duidelijk in zijn keuzes. Hij zou alleen, zo liet de CDA-man erop volgen, minder moeten vasthouden aan het primaat van de relatie overheid-overheid en de inbreng van het bedrijfsleven minder tekort doen.

CDA, VVD en de D66'er Tommel vonden dat Pronk zijn drastische beperking van het aantal ontwikkelingslanden (van 55 naar 34) dat reguliere Nederlandse ontwikkelingshulp blijft krijgen slecht onderbouwt. Niet duidelijk wordt waarom sommige landen nog wel en andere geen hulp meer krijgen. Bovendien verwijten zij de minister dat hij versnippering van de hulp niet echt tegengaat, omdat hij via een omweg andere landen voor ontwikkelingsgeld in aanmerking laat komen.

De minister introduceert in zijn begroting voor volgend jaar een categorie landen die in een overgangsfase zitten en daarom tijdelijk hulp kunnen krijgen. Dat zijn landen in Oost-Europa, voormalige Sovjet-republieken en een land als Vietnam. Het CDA heeft bedenkingen bij het geven van geld aan deze landen, omdat het geld eigenlijk bedoeld is voor 'echte' ontwikkelingslanden.

In een nota bij zijn begroting ('Een wereld in geschil') zegt hij af te willen van de gedachte dat ontwikkelingshulp de 'zachte sector' is van de buitenlandse betrekkingen. Pronk noemt dat 'ontschotting' van het beleid. De CDA'er De Jong zei het voor een deel eens te zijn met de analyses van Pronk, maar hij vindt dat deze met zijn nota zijn werkterrein ver te buiten gaat.