Verliezers: CDA blijft deemoedig, PvdA zoekt discipline

DEN HAAG, 11 NOV. Christenen noemen het deemoed. Bij socialisten staat het bekend als discipline. Beide geestelijke artikelen zijn deze weken, tijdens de opstelling van de kandidatenlijsten van CDA en PvdA voor de Tweede-Kamerverkiezingen en de herverdeling van functies, zeer in trek.

Oud-minister G. Braks constateerde maandag “met vreugde” dat hij kandidaat had “mogen” zijn van de Nederlandse regering voor een internationale post waarvoor hij zojuist was gepasseerd. Het Tweede-Kamerlid K. Tuinstra uit St. Annaparochie, die van het partijbestuur van het CDA volgend jaar niet naar het Binnenhof mag terugkeren, ondernam geen pogingen verandering te brengen in die beslissing. Dat zou “het belang van Friesland, waaraan ik mijn Kamerlidmaatschap te danken heb, te veel schaden”, zei hij.

Het is het soort christelijke bescheidenheid dat Harry Mulisch beschrijft in zijn jongste roman, 'De ontdekking van de hemel'. De Oostenrijkse Habsburgers, zo laat de schrijver een van de hoofdpersonen vertellen, volgden een vast begrafenisritueel. Drie keer moest de stoet bij de begraafplaats - de Kapuzinergruft - aankloppen. Telkens vroeg een monnik daarbinnen: 'Wer ist da?', waarna alle titels van de overleden keizer volgden als antwoord. Pas nadat 'Ein armer Sünder' als antwoord uit de stoet opklonk, zwaaiden de deuren open.

De socialisten zijn, soms, een beetje jaloers op zoveel christelijke vroomheid. Net als bij het CDA staat de partijtop van de PvdA voor de vraag hoe ze een groot aantal Kamerleden met ingang van mei volgend jaar kan wegsturen en toch kan voorkomen dat de pleuris uitbreekt.

Ingetogenheid is daarbij een veelgevraagd artikel. Met ingehouden adem wordt in de PvdA aanschouwd of en, zo ja, hoe het beest in de verliezers naar buiten komt.

Pag.2: PvdA wil in cultuur op CDA lijken

Tot nu toe viel dat mee. “Waarom zou ik aangeslagen zijn?”, zei A. de Jong, een van de Kamerleden die deze week te horen kregen dat een nieuwe termijn er niet in zit, gisteravond monter voor de televisiecamera. L. Schoots, die volgende maand waarnemend burgemeester wordt van Zevenhuizen-Moerkapelle, verklaarde ontspannen dat vier jaar in de Kamer lang genoeg is geweest. Alleen de reactie van G. van Otterloo verried verbittering, maar ook berekening. “Blijkbaar heeft men niet voor kwaliteit gekozen”, constateerde hij. Hij liet doorschemeren zich niet bij de beslissing te zullen neerleggen en als 'kwaliteitskandidaat' te proberen toch op een verkiesbare plaats te komen.

Deemoed betreft een stemming, maar discipline staat gelijk aan tucht, staat in Van Dale. De afgelopen weken is er alles aan gedaan om de PvdA-Kamerleden in te peperen dat 'openlijke baalpartijen' het belang van de partij schaden en derhalve ongewenst zijn. Behalve de aanhoudende desastreuze opiniepeilingen die als een verdovende drug werken, heeft de partijleiding een ander instrument gevonden om onwillige verliezers in het gareel te houden. Sinds kort functioneert er een outplacement-bureau waar PvdA-Kamerleden zich kunnen aanmelden. 'Het CDA zorgt goed voor zijn mensen' is een veelgehoord cliché op het Binnenhof, maar de PvdA is er, alweer, jaloers op. Voor vertrekkende Kamerleden in het CDA staan tal van functies open in organisaties van ziekenhuizen of scholen waar ze vaak meer macht kunnen uitoefenen dan als volksafgevaardigde. PvdA'ers moeten het echter hebben van terugkeergaranties naar de overheid, zoals het Kamerlid K. van der Vaart, of van een plekje in één van de adviesraden. Maar onder de laatste vindt straks onder het mom van 'staatkundige hervorming' een grote schoonmaak plaats.

Alvorens headhunters zich over de parlementaire werkzoekenden ontfermen houdt partijvoorzitter F. Rottenberg een 'outtake'-gesprek met de verliezers. Dat houdt een breuk in met een partijcultuur waarin menselijke aandacht voor elkaar niet tot de erkende gebruiken behoort. Zo klaagde Elske Ter Veld, die als staatssecretaris huilend van het toneel verdween en nog steeds geen andere baan gevonden heeft, over een gebrek aan warme woorden van partijleider Kok.

Niet alleen qua cultuur maar ook in procedures probeert de PvdA meer op het CDA te lijken. Waar in de Pvda vroeger lokale partijbaronnen hun kandidaten selecteerden en afvaardigden naar Den Haag, hield nu de kandidaatsstellingcommissie en het partijbestuur onder leiding van Rottenberg de touwtjes stevig in handen. Daarmee is de band tussen de Kamerleden en hun gewestelijke achterban zwakker geworden, een andere verklaring waarom de verliezers zich tot nu toe niet breed maken in de pers.

“De partijvoorzitters Rottenberg en Van Velzen lijken op elkaar”, concludeerde deze week een CDA-Kamerlid dat volgend jaar verdwijnt. Hoewel zijn partij koketteert met de mogelijkheden die de provincies hebben om de kandidatenlijst bij te stellen, is die invloed tamelijk gering gebleken. Afgelopen maandag vonden slechts minimale aanpassingen plaats die het bestuur een week eerder had vastgesteld. Het voorkoken had zijn werk gedaan. Partijvoorzitter van Velzen heeft er een gewoonte van gemaakt regulier met de voorzitters van de regionale Kamerkringen te overleggen. Een CDA-woordvoerder: “Dat heeft de mogelijkheden vergroot tot regie.” Ook al zo'n begrip waar ze bij de PvdA dezer dagen geen genoeg van kunnen krijgen.

    • Kees Versteegh