Verkleedkist

Soms, opgetogen lopend door een museum dat vol hangt met schilderijen die stuk voor stuk fortuinen waard zijn, en reeds waren toen zij gemaakt werden, zodat het een nauwelijks te bevatten voorrecht is om ze nu zo losjes naar verkiezing te kunnen passeren, of een ogenblik de pas in te houden - soms wordt een mens weer even gegrepen door het besef van de kolossale verkleedkist vol verhalen waaruit de Westerse kunst eeuwenlang haar thema's heeft gehaald.

Iedere afbeelding van een, twee of meer personages, hoe bijzonder ook van vorm, biedt toch ook houvast. Het verhaal is de kijker bekend. Een man en een vrouw: gauw genoeg is te zien of het Adam en Eva zijn, of Venus en Adonis, of Potifars vrouw, dat kreng, dat Jozef probeert te verleiden. Is er nog een vrouw bij? Zijn het dan misschien Lot en zijn dochters? Of is de derde een man? Kunnen het Suzanna en de ouderlingen zijn?

Elk schilderij, vanaf de Middeleeuwen tot het moment dat de kunst de kolder in de kop kreeg, ergens in de vorige eeuw, was een variatie op een thema. Het was een geboorte van Venus of een Christoffel, een Icarus of een kruisiging, een Hieronymus of een Niobe of een Avondmaal. Verhalen, vertrouwde, ontroerende, opwindende verhalen. Als iemand afweek, zelf iets verzon of iets onbegrijpelijks schilderde, nam hij welbewust een risico. Wat hij deed kon alleen worden geapprecieerd omdat het publiek de canon kende. Portretten en stillevens, al bevatten zij dan geen vertelbare verhalen, zijn toch variaties op thema's.

Geleidelijk worden steeds grotere delen van de Westerse kunstgeschiedenis voor steeds meer mensen duister (en wij weten al veel minder dan onze voorouders, zelf heb ik pas onlangs door een televisiepraatje van Henk van Os voorgoed leren onthouden dat Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes respectievelijk een engel, een leeuw, een rund, een adelaar bij zich hebben, in die volgorde), duister omdat die verhalen vergeten worden. Er ontstaan wel nieuwe verhalen, maar daar horen weer andere plaatjes bij. Voor die schatten in het Rijksmuseum en het Prado worden de mensen dan steeds dover. Zij zien ze wel, maar ze horen niks.

Iedereen heeft lievelingen in de grote kist. Ik houd van Annunciaties. Het is misschien wegens de combinatie van knusheid en plechtigheid, en daarbij het feit dat de kern van het verhaal - de boodschap van de engel aan Maria - nu juist nooit zichtbaar kan zijn, of hoogstens in de vorm van ijle lettertjes op een banier.

Tot de mooiste verhalen in de grote Westerse verkleedkist behoren die van Ovidius, de Metamorfosen die sinds tweeduizend jaar schilders vleugels geven. Ik weet nooit of ik nu meer houd van Danaë, met wie Zeus gemeenschap had nadat hij zichzelf had omgetoverd in een gouden regen, of van Leda, voor wie dezelfde god in zijn nood (zoals Rilke zegt) tot zwaan werd. Ik denk dat ik voor Leda kies. Peter Vos heeft een serie kleine Leda's met zwanen getekend, zo mooi en zo lekker dat zij zich met alle Leda's in de geschiedenis kunnen meten. Zij staan in het nieuwe nummer van Kunstschrift dat helemaal over de Metamorfosen gaat.

En dan hebben we nog Sebastiaan, die lieve Sebastiaan, te herkennen aan de pijlen in zijn bast. In Bergen op Zoom is nu een tentoonstelling over hem. Het is een beetje een oeverloze tentoonstelling, waar met meer trendgevoeligheid dan smaak ook moderne verhalen zijn toegelaten, associaties met body-piercing en homokitsch.

Maar dat het beeld van Sebastiaan, de Romeinse garde-officier die om zijn geloof met pijlen werd doorboord, opwindend is, valt moeilijk te ontkennen. Er zijn Sebastiaans van wie het lichaam zo gebroken en gemarteld is, dat zij op de Gekruisigde zelf lijken. Andere Sebastiaans - ik zag er een geschilderd door Bronzino in Madrid, o lieve help wat een lekkere jongen - maken duidelijk dat verhalen ook vroeger voor een schilder soms niet meer waren dan requisieten. Niet meer dan een lap uit de verkleedkist die je losjes kunt hangen om de schouders van een gegeven dat je nu eenmaal graag wilt afbeelden. Voor dat soort schilderijen zal zo gauw niemand doof worden, en dat is dan nog een troost.