Rushdie verwant met 'Sarajevo van de geest'

Kenmerk zendt vanavond een korte film uit die Johan van der Keuken en Frank Vellenga maakten over het filmfestival in Sarajevo. Zij volgen de studente Marijela Margeta, die alle voorstellingen bezocht. (Ned 1, 20.26).

AMSTERDAM, 11 NOV. Even leek zijn plotselinge verschijnen het thema van de avond - solidariteit van Amsterdamse schrijvers en intellectuelen met het belegerde Sarajevo - te overschaduwen. Salman Rushdie, de door een doodvonnis van ayatollah Khomeiny getroffen auteur van de 'blasfemische' roman De Duivelsverzen, dook gisteravond op in de ambtswoning van Amsterdams burgemeester E. van Thijn. Rushdie was de onverwachte derde gast naast de Hongaarse schrijver György Konrád en Haris Pasovic, een van de organisatoren van het filmfestival in Sarajevo, dat vorige week onder buitengewoon penibele omstandigheden honderd films vertoonde aan een belegerd publiek dat hongert naar cultuur.

Rushdie, voor het eerst in Nederland, zei sterke verwantschap te voelen met het vroegere 'Sarajevo van de geest', de stad die zijn ideaal van een seculiere moslimcultuur benadert, een ideaal dat van alle kanten wordt bedreigd. Als terrorisme effect lijkt te hebben, dan zal het zich herhalen, waarschuwde de schrijver. “Waar zuiverheid om de hoek komt kijken, ligt de weg naar Auschwitz open,” zei Rushdie, doelend op de etnische zuiveringen in ex-Joegoslavië. “Zuiverheid is het gevaarlijkst van alles, wat wij nodig hebben is meer dirt.”

De bijeenkomst, bijgewoond door Amsterdamse schrijvers als Harry Mulisch, Bert Schierbeek, Adriaan van Dis, Stephan Sanders en Conny Palmen, is opgezet toen het er nog naar uitzag dat Sarajevo deze winter kortstondig culturele hoofdstad van Europa zou worden. Dat idee is inmiddels door de Europese ministers van cultuur verworpen. Haris Pasovic, net gearriveerd uit het deprimerende Sarajevo en enigszins daas van de warmte, de electriciteit en de luxe van de burgemeesterswoning, had voor dat idee geen goed woord over. “Als je Sarajevo tussen Antwerpen en Lissabon inperst, doe je niets anders dan je handen in onschuld wassen.” Toch pleitte hij voor een doorbreking van het isolement van de stad en fulmineerde tegen de dubbele belegering, door de Serviërs én door de VN-troepen, die bepalen wie de stad in en uit mag en daardoor buitengewoon impopulair zijn bij de bevolking. “Er is een grote muur om Sarajevo en we moeten een culturele corridor maken.” Zo verhinderde de VN tot woede van Pasovic een aantal acteurs, onder wie Vanessa Redgrave en Jeremy Irons, het filmfestival te bezoeken.

Konrád was de wijze oude man in het gezelschap. De vicevoorzitter van de PEN-club verhulde niet dat met het uitbreken van de oorlog in Joegoslavië voor veel Oosteuropeanen de hoop op snelle integratie in Europa is vervlogen. Hij kapittelde het Westen om zijn Schadenfreude over het uiteenvallen van de Joegoslavische federatie, waarna Europa in steeds dunnere koekplakken van etnische meerder- en minderheden wordt opgesneden. Een licht verwijt aan het adres van de Joegoslaven klonk in zijn stem door, toen hij memoreerde dat de Oosteuropese dissidenten het vroeger al enigszins griezelig vonden dat ze in Joegoslavië nooit gesprekspartners vonden.

Konrád leek, anders dan Rushdie, ook niet van plan in een vliegtuig te springen en naar Sarajevo af te reizen. Hij had zijn bekomst van symboliek en noemde de handdruk van de Kroatische president Franjo Tudjman, die het vorig jaar in Dubrovnik georganiseerde PEN-congres met zijn plotselinge aanwezigheid voor zijn eigen propagandistische doeleinden misbruikte, “het ongelukkigste moment in mijn leven”.

Tot een echt debat wilde de avond overigens niet uitgroeien. Er hing enige onzekerheid in de lucht over het doel van de bijeenkomst. Een solidariteitsverklaring, een reis naar Sarajevo, financiële steun? Even openbaarde zich een mogelijk twistpunt toen Konrád zei dat “het gereedschap om de bevolking van Sarajevo van de dood te redden nu in handen is van de Bosnische regering: het is een pen om het vredesverdrag te tekenen”. Hij noemde dat de minst slechte van alle oplossingen. Volgens Konrád wordt de bevolking van Sarajevo gegijzeld door militairen en bureaucraten, die, ex-communist als zij allen zijn, slechts kunnen denken in termen van de absolute staat. Pas als de vrede getekend is, aldus Konrád, heeft het zin de culturele opbouw weer ter hand te nemen. Helaas ging Pasovic hier niet op in. Hij antwoordde slechts dat de Bosnische regering het vredesakkoord niet kon tekenen omdat het parlement er niet mee had ingestemd. Over Konráds pogingen om via de PEN-club 52 schrijvers uit Sarajevo te evacueren (“Ik wist niet dat wij zoveel schrijvers hadden,” zei Pasovic verbaasd) zei de regisseur: “Als ik schrijver was in Sarajevo, zou ik me schamen om te vertrekken.”

Aan het eind van de avond schonk burgemeester Van Thijn het filmfestival van Sarajevo een satelietfax om het isolement te doorbreken. Daarna ging namens Press Now, het steuncomité voor de onafhankelijke pers in ex-Joegoslavië, en het in Amsterdam opgerichte PEN-centrum voor Bosnië-Herzegovina een bruine inzamelenveloppe rond voor postpakketjes met koffie, whiskey en sigaretten voor 35 schrijvers in Bosnië.