Rollen ideaal bezet in Cocktail van milde Rijnders

Voorstelling: Cocktail van Gerardjan Rijnders door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Titus Muizelaar. Spel: Kees Kulst, Olga Zuiderbroek, Chris Nietvelt, Lineke Rijxman, Hajo Bruins, Hugo Koolschijn, Marjon Brandsma, Fred Goessens. Decor: Paul Gallis. Licht: Kees van de Lagemaat. gezien 10/11 Stadsschouwburg, Amsterdam. T/m 13/10 aldaar. Toernee t/m 15/1/94.

Achter op het podium staat een krukje in de vorm van een getrokken kies. Als dat geen symbool is! In Cocktail, het nieuwe stuk van Gerardjan Rijnders, heeft iedereen kiespijn, ook in overdrachtelijke zin. Kiespijn is hier de condition humaine, daar valt niet aan te ontkomen. Het kan alleen nog erger.

Pijn, ziekte en dood zijn niet weg te denken uit het werk van Rijnders. Leken de praatjes over kankergezwellen en anorexiapatienten in Count Your Blessings vooral bedoeld om te choqueren, in Cocktail is de toon veel serieuzer. Niettemin noemt Rijnders het stuk een komedie, in de traditie van zijn relatiedrama's Silicone, Pick-Up en Tulpen Vulpen. Weerspiegelt dat drieluik de tijdgeest van de jaren tachtig, Cocktail gaat over het huidige decennium, dat beheerst wordt door de angst voor aids. Rijnders' stuk is gebaseerd is op The Cocktail Party van T.S. Eloit, maar alleen een paar situaties zijn hetzelfde. bij Eloit sterft hoofdpersoon Celia in Afrika als een martelaren temidden van doodzieke mensen, bij Rijnders sterft iedereen een beetje en zonder een greintje heiligheid, door een zeer Westerse ziekte die zich zomaar aan hen opdringt.

We zien acht jeugdig geklede veertigers, omringd door kunst, design en mode, die in een midlife crisis verkeren. Sinds een van hen, Alex, met aids is besmet, zijn zij het spoor volkomen bijster. Opeens worden zij met hun neus op hun sterfelijkheid gedrukt. Opeens hebben ze behoefte aan spirituele leiders. Zoals in alle stukken van Rijnders uit hun onzekerheid zich vooral in grote spraakverwarring. Ze struikelen over hun woorden, ze bedienen zich van kromme beeldspraak en hun gedachten ontglippen hen voortdurend zodat hun zinnen in het luchtledige blijven hangen. Van hun zoektocht naar het Hogere doen zij in de banaalste bewoordingen verslag. Om een te worden met het Al proberen zij bijvoorbeeld 'uit hun hersens te zakken', wat dat ook moge wezen. Origineel zijn ze niet, want in het laatste deel horen we, in een afwijkende volgorde, een bijna letterlijke herhaling van de gesprekken die al eerder door andere personages werden gevoerd. Zo ontstaat een hechte structuur van verwijzingen en leidmotieven.

Ging het hulpeloze gebrabbel van Rijnders' figuren in oudere stukken op den duur irriteren, hier werkt het eerder medelijden. Ook het chaotische liefdesleven van deze groep, bestaande uit twee echtparen met daaromheen drie kennissen voor de losse sekscontacten, heeft niets aanstootgevends. Rijnders wordt met de jaren milder, lijkt het wel. Zijn tekst klinkt als pure poezie - en toch kun je vreselijk om zijn personages lachen. Om de nerveus met haar handen wapperende Julia (Chris Nietvelt) bijvoorbeeld, die steeds geschrokken 'sorry!' roept, of om de roodharige Jane (Marjon Brandsma) die haar man pest met de woorden: "Moet je dat daar nu zien zitten/ een icoon van intellectuele devotie/ of hoe dat ik dat omschrijven?/ een soort intellectueel kubisme/ een blokje waar ik over struikel." Eigenlijk zijn alle rollen ideaal bezet. Bovendien kunnen de acht spelers erg mooi zingen en dansen. Haast elke acteur heeft een eigen song, vaak begeleid door een schriel hammond-orgeltje. Je krijgt er tranen van in je ogen, zo hevig zijn de emoties van de zangers.

Ook decor en belichting zijn prachtig. Een kantelbare wand, die soms als een tentdak boven de speelvloer hangt, zorgt voor een intieme sfeer. De belichting is een mirakel. Razendsnel draaien de lampen om hun as, tegelijk, als dansers in een groot ballet, en het licht is blauwig, warm paars of verblindend wit.

Titus Muizelaar en Gerardjan Rijnders zeggen keer op keer dat zij de Stadsschouwburg niet langer wil bespelen. Deze voorstelling laat echter zien dat Toneelgroep Amsterdam uitstekend overweg kan met het ouderwetse lijsttheater.