Moet groei?

Hebben we dat nou nodig: high definition televisie (HDTV)? Moet het CD-tje nog kleiner en het geluid nog fijner? En het postmodern gestyleerde elektrische vleesmes? Is het ergens goed voor dat de economie maar doorgroeit? Zijn we nu zoveel beter af dan dertig, veertig jaar geleden?

Iedereen die wel eens iets verder denkt dan zijn volgende pilsje, stelt zich van tijd tot tijd deze en dergelijke v. Onlangs kwamen ze aan de orde toen Wouter van Dieren de Erasmuslezing uitsprak. Van Dieren is lid van de Club van Rome, een gezelschap van wetenschappers, industriëlen en politici dat zich al dertig jaar met de milieuproblematiek op wereldschaal bezighoudt. Hij verwijt de economische machthebbers dat ze produktiegroei verwarren met vooruitgang. Geen nieuw verwijt, maar er kan niet hard genoeg op gehamerd worden. Als we het over produktiegroei hebben, wordt de toeneming van het nationaal produkt bedoeld. Van Dieren wijst er terecht nog eens op dat we bij de meting van dat nationaal produkt allerlei fouten maken.

Een voorbeeld: bij de produktie van vervoersdiensten produceert een vliegveld geluidsoverlast. De vervoersdiensten worden bij de nationale produktie geteld. Maar de geluidsoverlast wordt niet als 'negatieve produktie' afgetrokken. Sterker nog: de geluidsisolatie die nodig is om in de omliggende woningen die hinder te beperken, wordt weer als produktie geteld. Op zichzelf terecht, want die isolatie voorziet in de behoefte aan stilte. Maar zonder de geluidshinder was de isolatie niet nodig geweest. Je moet dus de waarde van de hinder op de produktie in mindering brengen. Al vele jaren heeft de econoom Hueting daarop gestudeerd. Maar nog steeds is dit soort fouten niet aangepakt.

Produktiegroei geeft dus een vertekend beeld van onze vooruitgang, van de toeneming van onze welvaart in de zin van behoeftenbevrediging. Daar zijn we het over eens. Maar is produktiegroei daarom op zich verwerpelijk?

Je kunt niet ontkennen dat de levensstandaard van miljoenen mensen is verbeterd door produktiegroei. Die groei heeft al vanaf de eerste dag het milieu belast. Zolang dit zich beperkte tot een niet al te groot aantal mensen in niet al te veel industrielanden, kon de aardbol die last nog wel dragen. Maar de wereldbevolking groeit en steeds meer landen ontwaken en beginnen zich te industrialiseren. Tussen haakjes: de tv-beelden uit een aantal landen in Afrika beneden de Sahara laten zien wat er gebeurt als bij ongeremde bevolkingsgroei de produktie niet stijgt.

Maar het incasseringsvermogen van de aarde is begrensd. Er zijn grenzen aan de groei. Misschien zouden we een maximumniveau kunnen vaststellen. Tot hier en verder hoeft niet. Tot vandaag de dag wijst niets erop dat dit zou lukken. En krimp, allemaal een beetje minder, zit er al helemaal niet in. Kijk eens hoe sommige Nederlanders piepen als ze wat moeten inschikken om radeloze vluchtelingen op te vangen.

Mensen willen altijd meer. Als ze op een hoger niveau van behoeftenbevrediging zijn aangeland, smelt de helft van die bevrediging weg omdat ze hun streefniveau opwaarts bijstellen. De zogeheten 'preference drift'. Van de andere helft verdampt een groot deel doordat we ons vergelijken met anderen die het beter hebben, de 'reference drift'. Hans Ferrée vertaalt dit in Leuker leven met minder geld in deze krant op 27 oktober - toevallig dezelfde dag dat Van Dieren zijn lezing hield - met het Piggelmee-syndroom naar het altijd ontevreden vrouwtje van kabouter Piggelmee. Ferrée noemt een achttal oorzaken waarom het zo moeilijk is mensen met wat minder tevreden te laten zijn. Daaronder ook de Dolce Vita indoctrinatie: de manier waarop we door de reclamemedia het onbekommerde luxeleven als ideaalbeeld krijgen aangesmeerd. Diezelfde media zouden overigens volgens Ferrée kunnen helpen om het tandje minder als iets positiefs te verkopen.

Laten we er voorlopig van uit gaan dat het streven naar meer zo in de mensen gebakken zit dat de produktiegroei doorgaat. Dan staan ons een paar dingen te doen. Om te beginnen moet de bevolkingsgroei drastisch worden beperkt. Die groeit met name in veel arme landen nog steeds te snel. Vervolgens moet het verbruik van de produktiefactor natuur sterk worden teruggebracht. Doordat 'natuur' geen prijs had is er slordig mee omgesprongen en teveel van verbruikt. Alle technisch vernuft moet worden ingezet om het verbruik van grondstoffen en energie per eenheid produktie te beperken. Dat lukt het beste door wereldwijd de prijs van energie flink te verhogen. Daarmee zijn we er nog niet. Ook het gebruik van het milieu als afvalbak moet een (hoge) prijs krijgen. Het lozen van afval moet zo duur worden dat men zoekt naar minder vervuilende produktieprocessen. Met al die dingen zijn we bezig, maar het gaat langzaam. De voorheen-gratis-lozers schreeuwen om het hardst als ze er opeens voor moeten betalen. Bovendien mag Nederland niet te ver voor de muziek uitlopen, want dat tast onze concurrentiepositie aan.

Ja, groei moet. Want we kunnen niet zonder. Er is het inhaaleffect in arme landen. En in rijke landen lopen de Piggelmeetjes. Door de factor natuur voldoende hoog te prijzen kan de produktiegroei schone groei zijn. Groei die binnen de grenzen blijft van wat het ecologisch systeem aankan.