Macedonie; Een vulkaan in ruste

Macedonië is sinds het begin van de Joegoslavische crisis een vulkaan in rust geweest. Het eindeloze touwtrekken met Griekenland over de naam van de republiek, de door Griekse tegenwerking en de Joegoslavië-boycot stagnerende economie (dit jaar daalt het BNP opnieuw met vijftig procent), de nauwelijks verhulde Servische aanspraken op Macedonië en de permanent slechte relaties tussen de Macedonische meerderheid en de Albanese minderheid hebben nog niet tot geweld geleid. De arrestatie echter van een tiental Albanezen en vooral de achtergrond van die aanhoudingen tonen aan dat die rust buitengewoon kwetsbaar is.

Volgens de voorlopig nog schaarse informatie uit Skopje zijn de Albanezen aangehouden wegens wapensmokkel uit Albanië op grote schaal en de vorming van een paramilitaire groepering die liefst 20.000 leden zou tellen en die zou streven naar de afscheiding van de door etnische Albanezen bewoonde gebieden in het westen en noorden van Macedonië. Onder de arrestanten bevinden zich de onderminister van gezondheid, Imer Imeri, en Hisen Haskaj, een adviseur van de minister van defensie (die abusievelijk eerder als onderminister was geïdentificeerd). Haskaj is volgens minister van binnenlandse zaken Frckovski inmiddels beschuldigd van spionage. Voor welk land hij heeft gespioneerd zei Frckovski niet, maar het gaat waarschijnlijk om Albanië.

Dat het niet nog altijd niet botert tussen de Macedonische meerderheid en de Albanese minderheid in Macedonië is op zich geen nieuws. De Albanezen, officieel 22 procent van de 2,3 miljoen zielen tellende bevolking, veertig procent volgens henzelf, nemen het de Macedoniërs kwalijk dat ze in de grondwet niet worden genoemd als gelijkberechtigde, constituerende natie maar genoegen moeten nemen met de status van nationale minderheid. De Albanezen eisen bestuurlijke autonomie in de gebieden waar zij de meerderheid vormen. Ze mogen op het ogenblik hun taal en schrift alleen in die gebieden gebruiken en voelen zich vooral in het onderwijs gediscrimineerd. Een kwart van het aantal kinderen op de lagere scholen van Macedonië is van Albanese afkomst, maar Albanezen maken slechts 7,7 procent van de leerlingen op de middelbare school uit, maar 1,5 procent van de studenten aan de universiteit en maar vier procent van het aantal overheidsambtenaren.

De kloof bleek het duidelijkst uit een opiniepeiling van afgelopen zomer. Daarbij liet 86 procent van de Albanezen weten zich als tweederangsburger behandeld te voelen en vond 66 procent de relaties met de Macedoniërs 'slecht'. Als er zich problemen met de Macedoniërs zouden voordoen, rekende tachtig procent van de Albanezen op actieve hulp uit Albanië.

De Albanezen nemen met hun belangrijkste partij, de Partij voor Democratische Welvaart (PDP), nog steeds deel aan de regeringscoalitie met de ex-communisten. Maar de PDP staat al anderhalf jaar lang onder druk om uit die regering te stappen. Als dat gebeurt, kan het tot een regeringscrisis en nieuwe verkiezingen komen, waarbij de kans groot is dat de fel nationalistische oppositiepartij VMRO-DPMNE (Macedonische Revolutionaire Organisatie-Democratische Partij voor Macedonische Nationale Eenheid) aan de macht komt. Dat is nu al de grootste partij in het parlement. Als de VMRO-DPMNE gaat regeren, kon het met de lieve vrede in Macedonië wel eens snel gedaan zijn.

Die druk op de PDP neemt gestaag toe. In de Albanese gemeenschap is sprake van een geleidelijke radicalisering. Diverse steden met een Albanese meerderheid, zoals Tetovo, Kucevo en Gostivar, hebben het Macedonisch afgeschaft als officiële taal in het plaatselijk bestuur, hetgeen tot scherpe protesten van de Macedonische minderheid in die steden heeft geleid. Ook doen de laatste tijd in gemengde dorpen steeds vaker anonieme pamfletten de ronde waarin Macedoniërs door radicale Albanezen met geweld worden bedreigd als ze niet opkrassen: het verlangen naar 'etnische zuiverheid' lijkt ook hier door te dringen.

De aanhouding van Imeri en Haskaj c.s. is onheilspellend, niet alleen omdat de radicalisering kennelijk is doorgedrongen tot een dergelijk hoog niveau, maar ook omdat die radicalisering - als de informatie van de Macedonische autoriteiten klopt - de vorm van separatisme aanneemt. En nog onheilspellender is dat volgens die Macedonische autoriteiten de vorming van een 'paramilitaire formatie' door de Albanese separatisten het werk is van een geheimzinnig 'militair comité' binnen de PDP. Misschien klopt dat, misschien niet. In beide gevallen komt de bekendmaking neer op een aanwijzing dat het met de relaties tussen de Macedoniërs en de Albanezen nog slechter is gesteld dan de buitenwacht tot dusverre duidelijk was.

    • Peter Michielsen