KUNSTSPONSORING

“Dat bedrijven sponsor zijn van culturele evenementen is een positieve zaak maar de staat moet de eerst verantwoordelijke blijven voor de continuïteit van de culturele sector.” Dat zei minister d'Ancona (WVC) tijdens een conferentie over sponsoring in Amsterdam. (NRC Handelsblad, 3 november).

Een merkwaardig standpunt. Niet de kunstenaars zelf, niet het geïnteresseerde publiek (inclusief sponsors) bepalen de continuïteit en daarmee de richting van de culturele sector, maar de staat, dat wil zeggen de minister namens haar de kunst-ambtenaren. Dat doet denken aan het kunstbeleid van het socialistisch realisme in Sovjet-Rusland of de Blut-und-Bodendoctrine in nazi-Duitsland. Alleen: toen werd de culturele sector betaald uit de staatskas, nu 'treedt de overheid terug', het bedrijfsleven mag betalen maar de minister zal wel vertellen waarvóór. Zou bij dat bedrijfsleven dan niet de vraag rijzen: Waar bemoeit mevrouw de minister zich mee, is het háár begroting of de onze? De minister weet precies wàt er financieel gesteund moet worden: 'vernieuwende controversiële kunstvormen'. Als kwaliteitscriterium is dat even inhoudloos als socialistisch realisme of Blut und Boden, maar zo is nu eenmaal sinds tientallen jaren het officiële deuntje. En stel nu eens dat het 'domme' publiek liever een goed geschilderd landschap, portret of stilleven wil hebben, kunstvormen die volgens de autoriteiten 'niet van deze tijd zijn'. Of, nog erger, zich gaat afvragen of er misschien miljoenen belastinggeld besteed zijn aan modieuze grappen die achteraf van weinig artistiek gehalte blijken te zijn?

    • Geurt Brinkgreve Amsterdam