Kamer: korte metten met nep-bestelauto's

DEN HAAG, 11 NOV. Automobilisten met een 'nep-bestelauto' krijgen tot 1 april 1994 de tijd hun wagen aan te passen, anders moeten ze alsnog de belasting betalen die ze tot nu toe konden ontwijken. Dit is de uitkomst van een debat in de Tweede Kamer gisteren over een wetsvoorstel om de inrichtingseisen van bestelauto's te verscherpen.

Het gaat om ongeveer 100.000 auto's met een zogeheten grijs kenteken. Dat geeft recht op een lagere motorrijtuigenbelasting en vrijwaarde de automobilist van de belasting die bij aankoop van een auto moet worden betaald (vroeger BVB geheten, nu BPM). Het kabinet heeft de eisen aangescherpt omdat veel bestelauto's feitelijk louter particulier werden gebruikt, terwijl de fiscale voordelen slechts voor bedrijven waren bestemd. Door een achterruit te blinderen en de achterbank te verwijderen voldeden auto's tot nu toe al aan de eisen.

De automobilist die deze ingrepen voor 1 april ongedaan maakt, hoeft geen naheffing BPM te betalen. Staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) had deze termijn wel tot 1 januari 1995 willen laten lopen, maar zwichtte gisteren voor een Kamermeerderheid van CDA en PvdA. De autobranche, verenigd in Bovag-RAI, probeerde gisteren tevergeefs een langere termijn dan tot 1 april voor de ombouw van de auto's bij de Kamer binnen te slepen. Overigens is de aanpassing van de nep-bestelauto niet verplicht, als de bezitter het voertuig maar onder 'geel kenteken' laat registreren en de hogere belastingtarieven hiervoor betaalt.

De verladersorganisatie EVO reageerde teleurgesteld op de uitkomst van het debat. Volgens de EVO worden ook bestelauto's die wel (mede) bedrijfsmatig worden gebruikt door de belastingmaatregelen getroffen. De motorrijtuigenbelasting kan met enkele duizenden guldens oplopen, als het tarief voor personenauto's wordt toegepast.

Een andere consequentie van de wet is dat het vervoeren van een passagier in de laadruimte van een bestelauto met duizend gulden kan worden beboet.