Intense en gedreven Beethoven van het Juilliard Quartet

Concert: KAM serie Juilliard String Quartet. Programma: Haydn: Strijkkwartet in D, Hob III opus 71/2. Imbrie: Strijkkwartet nr. 5. Beethoven: Strijkkwartet nr. 14 in cis opus 131. Gehoord: 10-11 Concertgebouw Amsterdam.

Een zware bril met een elastiekje, te nauw sluitende grijze pakken, het zijn uiterlijke tekenen van verwording van een strijkkwartet dat al bijna een halve eeuw bestaat. Met het Juilliard String Quartet, dat in de loop der jaren wel eens van samenstelling wisselde, is het een beetje als met oude kaas: het brokkelt eerder af, maar de smaak is veel rijker en pittiger dan die van jongere soorten.

Primarius Robert Mann, de enige die in 1946 ook al deel uitmaakte van het originele Juilliard Quartet, is nog altijd bepalend voor de geest van het kwartet. Begrippen als 'mooi' en 'virtuoos' hebben volgens deze vioolveteraan van over de zeventig niets met kamermuziek van doen. Het gaat zijns inziens om de essentie van de muziek. “To get inside a phrase, to make that phrase really exist, has been a lifelong involvement for me”, verklaarde Mann in 1980.

Vandaar dat het Juilliard Quartet beroemd werd om zijn vitale, onderzoekende, soms bijna agressieve benadering van de muziek.

Gisteravond duurde het wel even voordat dit spirituele niveau van emotionele intensiteit en compositorische analyseerdrift werd bereikt. Tijdens de bijna pijnlijk slordige vertolking van Haydns Strijkkwartet in D waren de heren van het Juilliard Quartet er nog niet helemaal met hun hoofd bij. Ze gebruikten dit werk als middel om fysiek en mentaal weer een beetje warm te draaien, en daarmee deden ze Haydn èn zichzelf onrecht aan.

Veel genuanceerder en geinspireerder klonk daarna het Vijfde Strijkkwartet van de in 1921 geboren Amerikaanse componist Andrew Welsh Imbrie. Het behoort tot de nobele eigenschappen van het Juilliard Quartet om op ieder concert een eigentijds werk uit te voeren. Of het klassiek georienteerde publiek dat nu leuk vind of niet, aan het Juilliard Quartet zal het niet liggen dat veel 20ste eeuwse kamermuziekwerken maar niet aan willen slaan. Maar ook al werd het Vijfde Strijkkwartet van Imbrie, dat heel in de verte een beetje doet denken aan de Lyrische Suite van Alban Berg, te vuur en te zwaard verdedigd, zelfs het Juilliard Quartet kon niet verhelen dat de inhoud van deze muziek de breedsprakigheid ervan niet rechtvaardigt.

Maar pas door de alle aandacht opeisende lokroep van de late Beethoven werd het Juilliard Quartet gedreven tot een grootse prestatie. Ineens was daar weer die ultieme concentratie en die bijna waanzinnige bezieling waaraan het kwartet zijn faam te danken heeft. Beethovens gecompliceerde muzikale labyrint werd benaderd als een architectonisch wonder, waarbinnen de luisteraar getuige mocht zijn van hartverscheurende taferelen.