Het einde van de kleur-miskoop; Een diepe herfst doet zichzelf te kort in ceriserood

Een bezoek aan een consulente van Color me Beautiful kost ƒ175,-. Inlichtingen bij CMB Nederland, tel. 05750-13608. Jacqueline Höcker: 020-6411514

Iedereen kent de miskoop van het t-shirt, overhemd of vest dat zo prachtig van kleur is. Maar elke keer als je het draagt stelt het teleur: het effect is lang zo mooi niet als die kleur deed vermoeden. Even kan je jezelf nog voor de gek houden met het excuus dat je zeker moe bent, of nog wat verkouden, maar als je gezicht elke keer door een acute bleekmakende moeheid overvallen wordt bij die ene trui, dan is er iets fout. Niet met de drager, maar met de trui. Met de kleur ervan, om precies te zijn.

De kleuren die je goed staan, vallen helaas niet altijd samen met de heersende mode. Zulke kleuren kunnen zelfs behoorlijk onvindbaar worden - het lijkt wel of modezaken steeds strenger worden in hun aanbod. Modekleuren en anders niet. Zo heerst dit jaar een herfstmode bestaande uit louter herfsttinten. In de etalages dwarrelt het bruin in vele variaties, afgewisseld met wat zand, brons en 'taupe' en nog steeds, hardnekkig, zwart. In schoenenzaken is het uitsluitend bruin en zwart wat de klok slaat. Wie per ongeluk blauwe laarsjes wil of een rode trui maakt een moeilijk seizoen door.

Voor mij is dit modekleurvoorschrift toevallig helemaal niet erg, zo weet ik sinds een bezoek aan een kleurconsulente. Ik blijk namelijk, wat kleurtype betreft, een 'diepe herfst' te zijn. Dat betekent dat donkere, matte tinten met een gele ondertoon, zoals donkerbruin, voor mij heel geschikt zijn. En ik mag ook zwart dragen. Gelukkig maar. Het zou, gezien mijn garderobe, heel vervelend zijn als nu voor eens en voor al was vastgesteld dat zwart mij helemaal niet staat. Dankzij een 'flow' naar 'winter' kan het, vond Jacqueline Höcker, die 'image consultant' is en is aangesloten bij de organisatie 'Color me beautiful/Kies je kleur'. In elke mode zit voor iedereen altijd wel iets, zegt zij. Dat is gerustellend voor de komende jaren, of voor andere kleurtypes.

'Colour me beautiful' werkt globaal met vier kleurengamma's: dat van de herfst, de winter, de lente en de zomer. Binnen elk gamma worden weer drie subtypes onderscheiden waarvan er twee al voorzichtig de overgang ('flow') naar een ander seizoen maken. Niet iedereen valt meteen feilloos in zo'n type, sommige mensen weten de onwaarschijnlijkste kenmerken in zichzelf te verenigen: zomerogen bij een winterhuid, herfsthaar en lentewimpers. Maar ook voor zulke gecompliceerde kleurpersoonlijkheden kan de kleurconsulente de geschikte tinten vinden.

Jacqueline Höcker meent dat het zelfvertrouwen kan toenemen als men weet dat men iets draagt wat staat, en dat we bovendien het effect van kleuren niet moeten onderschatten. Zou iemand na kennismaking zich alleen nog weten te herinneren: 'die mevrouw in het paars' dan is er vermoedelijk iets mis geweest met de kleurkeuze. Die heeft alles overheerst, omdat de draagster niet harmonieerde met haar colbert.

Zij legt een klant eerst het verschil tussen de seizoenen uit. Herfst en lente zijn warm, zomer en winter koel van kleur. Zomer en herfst hebben gevoileerde tinten, lente en winter zijn helder. Lente en zomer zijn lichter van kleur dan herfst en winter. De bijbehorende kleurnuances zijn te zien op een groot bord, waarop apart de basiskleuren en de 'lights' (men spreekt veel Engels in de kleurenwereld) zijn geplakt.

Daarna kan het eigenlijke werk beginnen. Met een neutraal wit manteltje om wordt de cliënt voor de spiegel gezet en langzaam ingekleurd. Men begint bijvoorbeeld met een pijnlijk aandoend lapje felroze stof onder de kin te houden. Daarna komt een warm roze. “Zie je?” vraagt Jacqueline. Nou en of.

Zo passeren het verkeerde en het goede blauw, bleekmakend citroengeel en oplichtend zonnebloem, akelig paarsrood en hartverwarmend tomaat. Soms zegt Jacqueline: “Dit olijfgroen moet je echt gaan dragen!” of: “Wit doet niets voor je.” Op een kaartje maakt ze aantekeningen en na een uur lapjes kijken is het zo duidelijk als wat en kan men een persoonlijk 'kleurenpaspoort' in ontvangst nemen. In plastic hoesjes zijn kaartjes geschoven met de typische vroege lente-, midzomer- of diepe herfst-tinten en erbij zit een kaartje waarop de consulente kleuren extra aanraadt of, hoewel ze bij het type horen, toch niet al te zeer aanbeveelt. Liever geen mango. Mosterdgeel alleen in combinatie met iets anders. Pas op voor mintgroen.

Met het kleurenpaspoort erbij kan thuis de kast aan een onderzoek onderworpen worden, of die niet vol hangt met kleuren die onomstotelijk niet meer kunnen. Niet omdat het van de mode niet mag, maar omdat een diepe herfst zichzelf te kort doet in ceriserood of lindegroen. Ik bespeur meteen een opmerkelijk gevoel van zelfstandigheid: de mode hoeft mij voortaan niets meer te vertellen, qua kleur. Ik weet wat ik kan hebben. Ik zit niet vast aan trendy leverkleurig; als ik wil draag ik olijfgroen. Zo tref ik al enigszins verkwijnende kledingstukken die feilloos bij mijn paspoort passen en zich voor kunnen bereiden op een bloeiende tweede carrière, maar ook een overhemd van lichtblauwe spijkerstof dat helaas door de mand moet vallen, evenals een al te veel naar koel citroen neigend vestje.

De kleurmiskoop moet met het kleurenpaspoort in de hand tot het verleden horen, voortaan halen we direct de foute blauwe ondertoon naar boven en wijzen die af. Of men er gelukkiger, harmonieuzer of succesvoller door wordt? Dat belooft Jacqueline Höcker niet. Zij biedt slechts hulp bij een verzorgd, indien nodig vertrouwenwekkend, verwarringstichtend of juist afstandelijk uiterlijk. Wie daar niet zelf haar voordeel mee weet te doen heeft pech.

    • Marjoleine de Vos