Havist

Graag zou ik in de gelegenheid gesteld worden te reageren op het misselijkmakende stuk 'Havist teveel uit op plezier' (W&O 14 okt.) Ik ben het als leraar Nederlands aan een VWO/Havo-school al lang beu, dat de voor het overgrote deel goed gemotiveerde, goed werkende en prettige leerlingen van de Havo worden afgeschilderd als hersenloze, discobezoekende walkmandragers. Dat de Havo-leerling meer uit is op plezier dan de VWO-leerling is een loze kreet, die noch onderzocht, noch bewijsbaar is.

Een groot apparaat als de HBO-Raad heeft minder snel de neiging ongunstige ontwikkelingen aan eigen falen te wijten. Dat de slecht verlopende studies aan HBO-instellingen in verband zouden staan met slecht functionerende docenten, met een weinig soepele organisatie, met te weinig lesuren per week, met het ontbreken van een in de praktijk van jaren getoetst lesprogramma, met een gebrekkig inzicht van de schoolleiding in wat er leeft onder de leerlingen, is moeilijker over de lippen te krijgen dan het verwijt, dat de leerling zelf niet deugt. Het probleem ligt dan bij de Havo en zelfonderzoek is dan niet nodig. Gelukkig maar.

De analyse die de HBO-raad bij monde van J.J. Nijboer uit, is geen voorbeeld van consistent denkwerk. Een leerling verpleegkunde weet niet wat het plan-Simons is en dat wordt veroorzaakt door het niet lezen van kranten door Havo-leerlingen weet Nijboer te melden. De Havo-leerling zal dus meer kranten moeten lezen, is de conclusie. Er zal meer aandacht moeten komen voor algemene ontwikkeling en dus zouden de scholen hun lesprogramma's minder breed moeten maken.

Iemand die zoiets beweert, weet niet al te veel van de wijze waarop algemene kennis wordt vergaard in het voortgezet onderwijs. Het is juist de versmalling van het onderwijs tot 6 à 7 vakgebieden, die heeft geleid tot een vermindering van het doorgeven van algemene ontwikkeling. Komt dan de roep om precies op het HBO afgestemd onderwijs, dan is dat juist vragen om nog minder algemene kennis, nog minder bekendheid met andere zaken dan die door het HBO gevraagd worden.

Potsierlijk wordt het betoog wanneer gesteld wordt dat op de Havo meer aandacht besteed zou moeten worden aan taalvaardigheid, filosofie, en cultuurgeschiedenis studievaardigheden.

Taalvaardigheid is een aardig onderwerp, maar met een totaal van in de praktijk 3 à 3wekelijkse lesuren Nederlands komt niemand erg ver. En waarom juist een vak als filosofie en geen taalkunde of staatsinrichting of burgerlijk recht?

Een volgende kreet wordt geslaakt bij de 'doorstroomprofielen'. Laten we ons goed realiseren dat hier niets anders bedoeld wordt, dan dat leerlingen in de 3e klas van de Havo (die 14, hooguit 15 jaar oud zijn) moeten kiezen naar welke HBO-opleiding ze zullen gaan, met uitsluiting van elke andere.

De HBO-raad komt met een voorstel hoe de Havo moet worden ingericht. Het lijkt voorshands wat logischer te laten onderzoeken wat er mis is met die HBO-opleidingen, die bij kinderen van 17 jaar een volwaardig maatschappelijk inzicht als norm stellen en waar geen onderwijsinspectie de kwaliteit van docenten en van de diploma's garandeert.

    • R. Hamburger Dordrecht