Geen wapenstilstand in Diksmuide

Het is vandaag Wapenstilstandsdag, maar om Belgiës oudste monument uit de Eerste Wereldoorlog, een versteende loopgraaf bij Diksmuide, voeren Vlaamse nationalisten en Belgische patriotten een felle strijd. De politieke boedel is in België vrijwel verdeeld. Nu is de geschiedenis aan de beurt.

DIKSMUIDE, 11 NOV. De secretaris maakt zich zorgen. We staan boven op de 84 meter hoge IJzertoren, windstoten tot 60 kilometer per uur slaan ons in het gezicht. De regen striemt de Westhoek van Vlaanderen. Vandaag, op de 75ste Wapenstilstandsdag, zal hier voor het eerst een Vlaamse eerste minister de vlag met de Vlaamse Leeuw hijsen. De secretaris tuurt omhoog naar de vlaggemast. Arbeiders bouwden van steigermateriaal al een wankel trapje. Ze worstelen nu met dik staaldraad dat furieus tegen de mast slaat. “Zijde gij al kloar?” Het antwoord verwaait.

Premier Luc Van den Brande is maar een klein manneke en de vlag is zeven meter lang - de Leeuw moet vandaag namelijk wel te zien zijn, daar hoog boven de toren met de kolossale tekst AVV/VVK, Alles voor Vlaanderen / Vlaanderen voor Kristus. De toren is gebouwd in de vorm van een grafkruis, naar het voorbeeld van de Vlaamse oorlogsgraven. De secretaris besluit proef te hijsen. Dit volgens voorzitter van het IJzerbedevaartcomité Vandenberghe “politiek historisch moment” mag uiteraard niet ontsierd worden doordat de premier de vlag niet de baas kan. Stel je voor dat hij behalve de vlag ook zichzelf hijst. Het mag vandaag niet zot worden. Regenen zou het in ieder geval niet.

Eén verdieping lager, achter het veilige glas van de panoramazaal, wijst voorzitter Vandenberghe op de plassen regenwater. Dwars door de sponningen giert de westenwind: de toren, pas 25 jaar oud, is zo lek als een mandje. Het comité is op zoek naar de benodigde zestig miljoen frank. Vandenberghe, universitair docent in Antwerpen, doet voor hoe hij groepen bezoekers het Vlaamse verhaal wil vertellen. Met grote gebaren wijst hij naar het benevelde landschap. Dáár beneden Frans-Vlaanderen “met al z'n problemen”. Dáár de zee, “om te tonen dat we een open nationalisme voorstaan”. Daar beneden de Paxpoort, die in 1946 werd gebouwd met het puin van de eerste IJzertoren, opgeblazen door onbekenden die de Vlaamse collaboratie uit de Tweede Wereldoorlog wilden wreken. En ten slotte, dáár het riviertje de IJzer, de frontlinie uit de Eerste Wereldoorlog. “Van hieruit kun je de Dodengang net zien liggen”, wijst Vandenberghe.

De voorzitter ziet IJzertoren, Dodengang, Paxpoort als één geheel. Samen met de her en der verspreide oorlogskerkhoven moet het één groot, internationaal vredesmonument worden, ter nagedachtenis aan de soldaten die omkwamen in de loopgraven.

Pag.4: Het Vlaamse verdriet voorbij

Maar ook als getuigenis van het testament waarmee de overlevenden terugkwamen: vrede, vrijheid en verdraagzaamheid. In de loopgraven van Nieuwpoort, Ieper en Diksmuide begon immers ook de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. De frontblaadjes die de Vlaamse soldaten uitgaven, werden door het Franstalige Belgische commando verboden. De Vlaamse grafkruisjes met het AVV/VKK erop, werden verwijderd of de inscripties werden dichtgesmeerd. De commando's waren uitsluitend in het Frans. “....et pour les Flamands la même chose”, zo zouden officieren tegen hun Vlaamse soldaten hebben gezegd die hen niet begrepen. Dat er veel meer Vlamingen dan Walen sneuvelden aan de IJzer is daarvan het gevolg, zo wordt tot op de dag van vandaag in Vlaanderen aangenomen. Wie het verdriet van Vlaanderen zoekt, kan het hier vinden. Er is ook een grap over. Het monument voor de Onbekende Soldaat moet wel voor een Vlaming zijn bedoeld, “want anders was het wel de Onbekende Officier geweest”.

Voorzitter Vandenberghe vindt het officiële bezoek van de Vlaamse premier Van den Brande enorm belangrijk. De Vlaamse overlevenden uit de loopgraven worden vandaag beloond met een ééntalig, zelfstandig, Vlaams gewest en een eigen premier. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de voorzitter waakzaam blijft. Vandaag stelt hij in zijn toespraak een nieuwe misstand aan de kaak. Het Belgische leger is vorige week grotendeels opgenomen in het Eurokorps, dat samen met Frankrijk en Duitsland is gevormd. In de Euro-legerplaats Straatsburg worden straks drie talen gesproken: Engels, Frans en Duits. Geen Nederlands dus. “Vijfenzeventig jaar geleden werden Vlaamse soldaten de vuurlinie ingejaagd met Franse bevelen. Morgen zullen Vlaamse soldaten opnieuw in het Frans bevelen krijgen in het Eurokorps. Dat is voor ons onaanvaardbaar.” Op deze Vlaamse 'lieu de mémoire' kunnen de politici aan deze woorden niet voorbijgaan.

Om het 'pedagogische vredesproject' te kunnen realiseren had het IJzerbedevaartcomité ook plannen voor de Dodengang. Die zou, net als de IJzertoren, moeten worden gerestaureerd. Het afbrokkelen van de met cement gevulde 'zandzakken' moest worden tegengegaan. De armzalige fototentoonstelling in het ontvangstgebouw is aantrekkelijker gemaakt. Er was slechts één probleem: de concessie voor de exploitatie berustte sinds 1927 bij de Koninklijke Belgische Touring Club, een van de drie automobilistenclubs die België rijk is. Zij presenteerden de Dodengang als een nationaal oorlogsmonument - een heldenplaats van het Belgische leger.

Maar eind oktober vorig jaar verliep de concessie en het IJzerbedevaartcomité greep zijn kans. Bij de openbare aanbesteding van het Belgische ministerie van financiën werd de hoogste offerte ingediend. Op 1 april kwam de Dodengang geheel conform de wet in handen van het IJzerbedevaartcomité. Maar toen beging het comité een tactische fout, waarmee het de aandacht van de hele natie trok. De Belgische vlag boven de loopgraaf werd voor het eerst na 75 jaar gestreken en vervangen door de pacifistische groen-witte PAX-vlag. “Dat is een internationaal symbool, dat kan ècht niet provoceren”, zo verdedigt Vandenberghe zich. “We hebben er toch niet de Vlaamse Leeuw gehesen?” Maar het kwaad is al geschied. Het comité blijkt een nieuwe brochure uit te delen aan de toeristen, waarin subtiel ruimte is gemaakt voor de Vlaamse soldaten. Op de omslag prijkt Renaat de Rudder, een van de Vlaamse verzetshelden in het Belgische leger. In de tekst wordt gewag gemaakt van de 71 procent Vlaamse gesneuvelden in 1917 en tersluiks op de IJzertoren geattendeerd.

De tegenstand kon niet uitblijven. Half april besloot minister Maystadt (financiën) de concessie weer in te trekken. Het Diksmuidense gemeentebestuur, dat een lagere offerte had ingediend, protesteerde tegen het 'Vlaams-nationalistische' karakter dat de Dodengang dreigde te krijgen. Dat sentiment leefde nog sterker in Brussel en Wallonië. Vooral de Waalse liberalen speelden het hoog op bij de nationale regering. Ook het Paleis te Laken zou hebben getelefoneerd; Koning Boudewijn, toen nog in leven, was 'not amused'. De Franstalige minister Maystadt besloot daarop dat de gemeente Diksmuide toch maar de concessie moest krijgen. Een gemeente is tenminste 'overheid' en in dit geval ook nog geporteerd voor de nationale zaak. In de maanden die volgden, mislukten alle bemiddelingspogingen en voerden alle acteurs in de Belgische talenstrijd hun vertrouwde vaudeville-rollen op. Patriotten gekwetst, Walen niet begrijpend, Brusselaars boos, Vlamingen balend van België. Vorige week sommeerde Financiën het comité dan de sleutel van de Dodengang terug te geven. Dat heeft de voorzitter geweigerd. “We willen eerst die formele beslissing zien, zodat we in beroep kunnen bij de Raad van State.” Het comité zegt aan alle wettelijke regels te hebben voldaan en geheel conform de wet de concessie dan ook te hebben gekregen. En dan nu weer inleveren? “Dit kan echt alleen in België.” Het heeft Vandenberghe gesterkt in zijn opvatting dat de Belgische staat voortaan van de oorlogsmonumenten moet afblijven. “We moeten het nationale erfgoed ook maar eens gaan opsplitsen. Wat heeft Maystadt hier nog uit te staan?” Hij wijst erop dat monumentenzorg al een gewestelijke bevoegdheid is. Het zijn de laatste stuiptrekkingen van het oude België, meent Vandenberghe. “Wij willen als zelfbewuste Vlamingen het Europa van vandaag binnentreden. België lost zich vanzelf op.”

De secretaris komt naar beneden met de vlag, natgeregend. Hij lacht. Het is gelukt. De enorme Vlaamse vlag is door één man te hijsen. “Maar we kregen hem alleen met drie man weer naar beneden.”

    • Folkert Jensma