GAK-BESTUURDERS [1]

In zijn column 'De Tweede Kamer oordeelt over het GAK' (NRC Handelsblad, 8 november) stelt prof. Bomhoff de bedrijfsverenigingen, het GAK en de Sociale Verzekeringsraad in gebreke omdat deze instanties geen volumebeleid hebben gevoerd.

De voorzitter van de Sociale Verzekeringsraad, prof. Fase heeft dit in de mondelinge verhoren van de enquêtecommissie ook toegelicht en gezegd dat de wetgever niet uitdrukkelijk een dergelijke taak in de wet heeft neergelegd. In wezen hadden de bedrijfsverenigingen en het GAK er ook geen instrumenten voor. Bomhoff vindt dit verweer ongelooflijk en absurd.

Een dezer dagen is een 'special' van Kluwer verschenen met commentaren van vier hooggeleerden op de analyse en aanbevelingen van de enquêtecommissie. Een kritisch commentaar op het onderzoek is van de hand van prof. mr. P. de Haan, emeritus hoogleraar in het administratief recht aan de VU te Amsterdam. Deze bespreekt ook het wettelijk instrumentarium voor het voeren van een volumebeleid; hij is het geheel eens met het commentaar dat prof. Fase heeft gegeven. Zelf schrijft hij: “Ik was eerlijk gezegd nog nooit op de gedachte gekomen, dat men sociale verzekeringswetten met hun wettelijk genormeerde aanspraken op uitkeringen ook kon beschouwen en behandelen als een soort van kaderwetten voor het voeren van een bepaald niet nader geformuleerd beleid. En dan nog wel een beleid dat bij de totstandkoming van die wetten hoegenaamd niet ter sprake is geweest.” Hij vindt dat de wetgever dan ook de nodige beleidsinstrumenten had moeten aanreiken voor een dergelijke volumebeperking.

Het komt mij voor, dat de geleerden op het terrein van staatsrecht en bestuursrecht het hier fundamenteel met elkaar oneens zijn. Ontslagname van de bestuurders, zoals door Bomhoff wordt voorgesteld, lijkt me daarom voorbarig.