Eigentijdse ouder doet mee met zuiltje ruilen

Iedereen is het er opeens over eens: ouders moeten meer te zeggen krijgen op school. Maar hoeveel meer? En welke ouders eigenlijk?

Zes dorpen telt de gemeente Schinnen. Zes basisscholen staan er ook. Alle zes katholiek. De vrijheid om een onderwijsrichting te kiezen is schaars in Zuid-Limburg.

'Met dertig handtekeningen hadden we hier drie jaar geleden een openbare school kunnen oprichten'', zegt Erik Piso spijtig. Hij is voorzitter van de voorlopige ouderraad van de openbare school in oprichting in Oirsbeek, gemeente Schinnen. Nu heeft-ie de handtekeningen van zo'n honderd ouders en nog is het niet genoeg. De wetgeving heeft zijn initiatief ingehaald. Een op te richten basisschool in Oirsbeek moet op ten minste 200 leerlingen kunnen rekenen naar de normen van de nieuwe onderwijswet Toerusting en Bereikbaarheid.

De strenge stichtingsnormen die nu voor scholen gelden, hebben het huidige, verzuilde scholenbestand in Nederland bevroren. Hooguit in groeigemeenten komt er nog een enkele school bij, verder mogen de bestaande scholen blij zijn als ze niet hoeven sluiten of fuseren, want ook de opheffingsnormen zijn verscherpt. Dit jaar zijn er elf nieuwe scholen gesticht, terwijl vóór de nieuwe normen werden ingevoerd, jaarlijks zo'n zestig scholen werden opgericht.

Discrepantie

Ouders zullen het dus moeten doen met de scholen die er nu staan, voor lange tijd. En dat terwijl steeds duidelijker wordt dat er een discrepantie bestaat tussen het schoolaanbod en het gewenste onderwijs. Bij de behandeling van de nota Toerusting en Bereikbaarheid vorige week spraken vrijwel alle fracties in de Tweede Kamer hun zorgen hierover uit.

Voor een kwart van de schoolkinderen in Limburg is in hun eigen woonplaats alleen katholiek onderwijs beschikbaar, zo heeft onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uitgewezen. Voor bijna eenderde van hen is er geen openbaar onderwijs binnen drie kilometer. In Friesland is de positie van het protestants-christelijk onderwijs onevenredig sterk. In de grote steden willen veel groepen ouders anderssoortig onderwijs; zo beleefde Den Haag een roerige zomer met hongerstakende ouders die een zelfstandige, liberale hindoe-schoolrichting erkend wilden krijgen. Het heeft niet mogen baten, de ouders hebben zich moeten schikken onder de paraplu van een bestaande organisatie: de Stichting Christelijk Onderwijs.

Bij de regelgeving over het oprichten van scholen, zo stelt het SCP in het rapport Schoolkeuzen en scholenplanning in het basisonderwijs van oktober vorig jaar, legt 'het bestaande aanbod meer gewicht in de schaal (...) dan het gewenste aanbod.'' Het verzuilde onderwijslandschap mag dan aan erosie onderhevig zijn nu de maatschappij in gestaag tempo ontkerkelijkt, de namen op de kaart blijven staan.

Lachertje

'De verzuiling is een lachertje geworden'', vindt onderzoeker N. van Kessel van het Instituut voor Toegepaste Sociale wetenschappen (ITS) van de universiteit van Nijmegen. Om het vege lijf te redden zijn de afgelopen jaren scholen van zuil verwisseld ('van kleur verschoten' heet zoiets in onderwijsjargon: een katholieke school die openbaar wordt, een protestants-christelijke die algemeen bijzonder wordt). Zo kon een katholieke school, in een plaats met veel katholieke concurrenten, zichzelf 'algemeen bijzonder' noemen en dan als enige algemeen bijzondere school in de gemeente behouden blijven door de soepeler opheffingsnormen die dan gelden. 'Dat die scholen van kleur konden verschieten, zonder dat er ook maar iets veranderde in de schoolleiding of in de leerlingenstroom, toont aan dat het huidige zuilensysteem is achterhaald'', aldus Van Kessel.

Ander voorbeeld. In de grote steden staan scholen onder een katholieke vlag, terwijl 97 procent van de leerlingen uit Marokko of Turkije komt. 'En het zou toch wel heel toevallig wezen als die net allemaal katholiek zijn'', zegt Van Kessel. 'Van een school die ooit is opgericht met de handtekeningen van ouders die voor een bepaalde richting kozen, wordt nooit meer getoetst of ze nog wel van die signatuur (willen) zijn.'' Je zou, vindt Van Kessel, scholen moeten dwingen zich nadrukkelijker te profileren. 'Als je katholiek bent, neem dan als schoolbestuur alleen katholieke kinderen aan. En als je andere leerlingen toelaat, moet je je school ook aanpassen.''

Dat laatste ligt, gezien de ontzuiling van de maatschappij, meer voor de hand. Van Kessel heeft regelmatig, op verzoek van gemeenten, enquêtes uitgevoerd naar de schoolvoorkeur van ouders. 'Bij de meeste peilingen vinden we dat 25 tot 30 procent van de ouders een voorkeur heeft voor openbaar onderwijs.'' Gemeten naar de veertienhonderd basisschoolleerlingen in de gemeente zou er voor Oirsbeek dan zeker een openbare school inzitten, al moest er een katholieke school voor verkleuren.

Van Kessel: 'Het schoolbestuur zou eigenlijk een afspiegeling moeten zijn van de ouders die hun kinderen ernaartoe sturen. Elke school een non-kleur, en de ouders bepalen periodiek de kleur van de school.''

Dat is zeer bedreigend voor de bestaande bestuursorganisaties. Niet alleen kunnen ze nauwelijks nog nieuwe scholen stichten, straks kunnen ouders met een opiniepeiling in de hand ook bestaande scholen dwingen van kleur te veranderen.

Belangrijke ouders

'In de jaren '90 zouden de ouders een belangrijke plaats in moeten nemen op de scholen'', vindt G. Brenninkmeyer, voorzitter van een van die organisaties, de Nederlandse katholieke scholenraad. Brenninkmeyer sprak zijn wens uit bij de opening van het nieuwe gebouw van de Nederlandse Katholieke Oudervereniging (NKO ), afgelopen zaterdag in Den Haag. De katholieke interpretatie werd dezelfde dag gepresenteerd: de NKO stelt voor een keurmerk in te voeren voor 'scholen met een positief klimaat voor ouders'.

Het is de vraag of Erik Piso en de zijnen genoeg hebben aan deze morele steun. Een half jaar geleden hebben de ouders bij de Raad van State geprotesteerd tegen de afwijzing van hun verzoek tot oprichting van een openbare school. Intussen stuurt Piso ('Ik ben een echte openbare'') zijn kinderen naar de openbare school in Brunssum, vier kilometer verderop. Maar die is 'chronisch vol'.

De dochter van een andere 'openbare', Anneke Duteil, gaat dus noodgedwongen wèl naar de katholieke basisschool in Oirsbeek. Waar ze elke ochtend bidt voor de les begint en verplicht de communieles moet volgen. Om op die school toch te kunnen meedenken en meepraten, wilde Duteil plaatsnemen in de medezeggenschapsraad. Het is niet gelukt, zij noch een van de andere openbaargezinde ouders werd gekozen in de medezeggenschapsraad. En dan mócht zij van de school nog meedoen, het SCP stelde vast dat 73 procent van de katholieke scholen van ouders eist dat ze de grondslag van de school onderschrijven, willen ze in de medezeggenschapsraad kunnen komen.

Nu heeft ze haar hoop maar gevestigd op de mogelijkheid dat een van de zes katholieke scholen in Schinnen van kleur verschiet. Ze heeft de wind een beetje mee. Minister Ritzen heeft voorzichtig geopperd dat een school van kleur moet kunnen verschieten, als de ouders dat willen. Dat proces moet vooral geleidelijk gaan en in alle harmonie - een briesje waar de muren van de katholieke school in Oirsbeek niet van zal omvallen.

    • Bas Blokker