De wegen tussen Israel en Jordanië worden gebaand

AMMAN, 11 NOV. Op tien kilometer na is de brede autoweg van Amman naar de Hussein-brug (Allenby-brug voor de Israeliërs) over de rivier Jordaan klaar.

Als ook daaraan de laatste hand is gelegd, is Jeruzalem binnen anderhalf uur vanuit de Jordaanse hoofdstad bereikbaar. “Met het oog op de vrede is deze weg met Amerikaanse financiële hulp aangelegd”, zegt een Jordaniër. “Na het tekenen van de vrede tussen Israel en Jordanië kan de weg in een handomdraai worden afgemaakt.” Het zware vrachtverkeer tussen Jordanië en de bezette gebieden, in de nabije toekomst Palestijnse autonome gebieden, hoeft dan niet meer over de smalle bergweg te kronkelen.

Als ook de grensfaciliteiten wat worden vergemakkelijkt, zullen Israeliërs in de nabije toekomst dagtochtjes naar Jordanië kunnen maken, terwijl in omgekeerde richting Jordaniërs een duik in de zee langs de lange Israelische kust kunnen nemen. De Israelische luchtvaartmaatschappij Arkia stelt zich al in op vluchten naar de Jordaanse hoofdstad Amman. Een enkele reis Tel Aviv-Amman komt volgens een woordvoerder van deze maatschappij op vijftig dollar.

Terwijl er nog onzekerheid bestaat over een mogelijke topontmoeting tussen premier Yitzhak Rabin en de Jordaanse koning Hussein, volgende week in Washington ter tekening van een vredesverdrag tussen beide landen, gaan de intensieve economische onderhandelingen tussen beide landen door.

Volgens het blad Ma'ariv is gisteren “in het geheim” een Jordaanse handelsdelegatie in Jeruzalem aangekomen. Een andere krant, Yedioth Achronoth, bericht vandaag dat investeerders uit Saoedie-Arabië op de New-Yorkse beurs aandelen van een Israelische high-tec industrie hebben gekocht.

Het Franse blad Le Monde citeerde gisteren Jordaanse regeringskringen volgens welke de VS bereid zouden zijn voor koning Husseins handtekening onder een vredesverdrag met Israel de Jordaanse militaire schuld van 350 miljoen dollar kwijt te schelden en bovendien de buitenlandse schuld van Jordanië, in de orde van grootte van zes miljard dollar, te herschikken.

De Israelische kranten staan, net zoals gisteren, in het teken van de vrede met Jordanië en schotelen de lezers de voordelen voor die Israel daarvan in de eerste plaats op economisch gebied zal hebben. In deze optimistische sfeer zei het Israelische parlementslid Abdel Wahab Daraoushe gisteren dat koning Hussein zich voorbereidt op een openbare ontmoeting met premier Rabin, op een bezoek aan Jeruzalem en een rede in het parlement.

Politieke en persoonlijke rivaliteit tussen koning Hussein en PLO-leider Yasser Arafat over de toekomstige status van Jeruzalem, in het bijzonder over de heilige plaatsen van de islam, is wellicht een van de motieven van de Jordaanse vorst om haast te maken met een vredesverdrag met Israel.

Yasser Arafat heeft herhaalde malen gezegd dat hij na het ingaan van de Palestijnse bestuursautonomie in Jericho en de Gaza-strook op 13 december zo snel mogelijk in de Al-Aksa moskee in Jeruzalem wil bidden. Wegens zijn historische aanspraken op de islamitische heilige plaatsen heeft de hashemitische vorst er als telg uit het geslacht van de profeet Mohammed het grootste belang bij de PLO-leider een “historische slag” voor te zijn.

Hoewel de Jordaanse koning zich in 1988 formeel van de westelijke Jordaanoever heeft losgemaakt (voor 1967 deel van zijn koninkrijk), heeft hij nooit enige aanwijzing gegeven dat hij voor de Palestijnse belangen in Jeruzalem zou willen wijken. Het tempelberggebied in Jeruzalem waar beide moskeeën staan - de Koepel van de rots, vanwaar de profeet Mohammed te paard ten hemel voer, en Al-Aqsa - wordt sedert 1967 onafgebroken door het Jordaanse ministerie van godsdienstzaken, via de waqf, een islamitisch bestuur, beheerd.

    • Salomon Bouman