Californiërs willen geen 'school voor nazi-ouders'

'Californië verspilt ons belastinggeld aan scholen waar leerlingen gunplay leren in plaats van wiskunde.'' De directeur van de katholieke St. Matthias high school (300 leerlingen) in Los Angeles is teleurgesteld over de uitslag van het onderwijsreferendum in de staat. Amper twee blocks verderop is zijn collega van de openbare Bell high school (4.200 leerlingen) juist opgelucht. 'Nu kunnen nazi's tenminste geen eigen school beginnen met sponsorgeld van de staat'', zegt hij.

Waar ging het om? Vorige week dinsdag gingen de Californiërs naar de stembus om per bindend referendum een 'onderwijsvoucherplan' te beoordelen. Na felle campagnes stemde eenderde van de kiezers vóór en tweederde tégen de mogelijkheid om ouders een onderwijssubsidie (voucher) van 2.600 dollar per jaar te geven. Daarmee zouden ook de minder vermogende ouders, net als in Nederland, in de gelegenheid worden gesteld te kiezen tussen een openbare en een - veel duurdere - particuliere school.

De voorstanders van het voucherplan - onder wie de katholieke kerk, religieuze groeperingen en een handjevol zakenlui - zagen er een aantal voordelen in. Voor het eerst zou de 'gedwongen winkelnering' van de openbare school in de buurt worden doorbroken. Dat zou meer keuzevrijheid betekenen voor de ouders en leiden tot meer concurrentie tussen scholen - wat de kwaliteit van het onderwijs ten goede zou komen. Want net als de andere staten hanteert ook Californië geen algemene onderwijsmaatstaven. Uniforme eindexamens zijn er onbekend, de privé-scholen zijn vrij hun eigen curriculum te bepalen. Alleen op openbare scholen worden leerlingen rond hun vijftiende getest op basisvaardigheden als lezen, schrijven en rekenen.

Momenteel vergoedt de staat Californië alleen het schoolgeld van 5.300.000 scholieren op 7.600 openbare scholen, die het onderwijsmonopolie op hun directe omgeving hebben. De ouders van de 550.000 leerlingen op 3.800 privé-scholen moeten zelf het volle pond voor het onderwijs betalen (gemiddeld 4.500 dollar per jaar). Als ze over voldoende geld beschikken, hebben ze dat er graag voor over. Want in de regel is de lokaal bestuurde openbare school van slechtere kwaliteit dan een ongesubsidieerde particuliere school: de klassen zijn er kleiner, de leraren gemotiveerder, en er ligt meer nadruk op het inhoudelijke curriculum.

Onder de tegenstanders van het plan om dit systeem te doorbreken was de machtige California Teachers Association. Met openlijke steun van president Clinton betoogde de vereniging dat het voucheridee in feite neerkwam op welfare for the rich, financiële steun aan mensen die het al goed hebben. Bovendien vreesden de leraren dat obscure Hitler-volgelingen, heksengemeenschappen en andere extremistische groepjes waar Californië rijk aan is, met deze overheidssubsidie een eigen school zouden kunnen oprichten. Dat is wettelijk mogelijk, want in Californië is overheidsbemoeienis met een particuliere school niet alleen inhoudelijk maar ook bestuurlijk taboe. Onderwijs is een van de laatste ongereglementeerde gebieden, aldus William Ruckeyser, adviseur van California's superintendent of education. 'Een glimlach en een blanco strafblad zijn voldoende om een school te beginnen'', zegt hij. Behalve de Democraten zagen echter ook de Republikeinen in de staat er geen heil in om de achttien miljard gulden die jaarlijks wordt uitgegeven aan het openbaar onderwijs, voortaan ook te verdelen onder particuliere scholen. Dat zou ten koste gaan van het budget van de openbare scholen - en die hebben het al zo moeilijk.

Na het referendum is dan ook niemand tevreden achterover gaan zitten, daarvoor zijn de problemen te groot. De golden age of education is definitief voorbij, zoveel is iedere Californiër inmiddels wel duidelijk. Het Californische onderwijs wordt geplaagd door gangs en geweld, een hoog percentage drop outs (16 procent), grote klassen (gemiddeld dertig leerlingen, in Los Angeles is een klas van veertig geen uitzondering), geldgebrek, faillissementen, bureaucratie en corrupte bestuurders. Door de massale toeloop van immigranten naar de staat neemt het aantal scholieren jaarlijks toe met 190.000 extra; sinds het schooljaar 1991/1992 is nog maar een minderheid van de scholieren blank. De explosieve vraag naar scholing levert ook een groot ruimtegebrek op, vertelt Ruckeyser: 'Al zou je elke dag, weekeindes en vakanties meegerekend, eenentwintig klaslokalen bijbouwen, dan nog is er pas in het jaar 2000 voldoende ruimte voor het huidige leerlingental.''

De voorstanders van het voucher-plan proberen nu een nieuw voorstel te formuleren dat niet ten koste gaat van het budget van de openbare scholen. Daarnaast ligt er ook een nieuwe wet klaar, die als alles goed gaat volgend schooljaar wordt ingevoerd. Volgens die wet moeten alle circa honderd schooldistricten een open toelatingsbeleid voeren, waarmee het onderwijsmonopolie van de openbare school op de directe omgeving wordt doorbroken. Ruckeyser verwacht dat ouders zo meer betrokken zullen raken bij het onderwijs. 'Nu heerst er alom frustratie dat ze niet kunnen kiezen maar dat er voor hen wordt gekozen. Daarmee krijg je een houding van: het zal mij allemaal een worst zijn.''