Bedreigde fladderaars

Vlinders. Kwartaaltijdschrift van de Vlinderstichting. November 1993, jaargang 8, nr 4. Redactieadres postbus 506, 6700 AM Wageningen. Tel. 08370-24224. Abonnement voor donateurs, bijdrage minimaal ƒ 35,- per jaar. Giro 5134425 t.n.v. Vlinderstichting Wageningen. ISSN 0923-1846.

Niet alleen de vlinders worden bedreigd, ook de Vlinderstichting krijgt het moeilijk. Terwijl grote organisaties als Wereldnatuurfonds en Natuurmonumenten hun ledental dankzij spectaculaire en ongetwijfeld geldverslindende publiciteitscampagnes met sprongen zien stijgen, mogen de vlindervrienden hun handen dichtknijpen als ze bij de jaarwisseling hun boekjaar met 4000 donateurs kunnen afsluiten. Tegelijkertijd groeit de belangstelling voor vlinders met de dag.

De negen medewerkers in Wageningen worden bedolven onder verzoeken om adviezen en informatie. Overheidssubsidie voor dit ideële werk ontbreekt, dus tracht de stichting de zaak draaiende te houden middels giften, verkoop van eigen foldertjes, brochures, lespakketten waarmee je op school een complete vlinderkweek kunt opzetten en onderzoek-in-opdracht. Door de bezuinigingen bij gemeenten en andere terreinbeheerders wordt die laatste markt echter steeds krapper.

Tot de inventarisaties die het afgelopen jaar werden uitgevoerd behoort het gras tussen start- en landingsbanen van Schiphol, dit op verzoek van de directie. Veel bijzonders werd er niet aangetroffen, vooral omdat er zo vaak wordt gemaaid. Voor Rijkswaterstaat werd een aantal Westbrabantse dijken, waar een snelweg gepland is, onderzocht. Verrassend was hier vooral de aanwezigheid van de zeldzame Greppelsprinkhaan. Op het PEN-eiland bij Muiden, waar men een vuilstort wil maken, bleken 12 soorten dagvlinders present, 11 soorten libbellen plus 79 nachtvlinders. En voor de gemeente Doetinchem werd op verzoek een beheersplan voor haar wegbermen gemaakt.

Van dit alles wordt verslag uitgebracht in het kwartaalblad Vlinders. Het telt 32 pagina's, afwisselend twee in kleur en twee in zwart-wit. Een bestseller zal het nooit worden, het is meer een vriendelijk (maar daarom niet minder serieus te nemen) wetenschappelijk clubblad. Met bijvoorbeeld een recensie van 'The Hawkmoths of the Western Palearctic', het nieuwe internationale standaardwerk over Pijlstaartvlinders, ('zeer goed en begerenswaardig, al blijft het storend dat aan de aparte voedingsgewoonten van de Doodshoofdvlinders nauwelijks aandacht wordt besteed''). En pal daarnaast een redactioneel bedankje voor het geschenk van mevrouw Ribbens uit Didam, die met één draadje DMC twaalf ragfijne vlinders borduurde voor in het kantoortje van de Vlinderstichting aan de muur, 'als dank omdat jullie zoveel voor vlinders doen.''

Naast verenigingsnieuwtjes, boekbesprekingen en nieuwe aanwinsten uit de Vlinderwinkel, waaronder verschillende leuke kinderboeken, uitgebreid aandacht voor de bedreigde Grote Vuurvlinder, Lycaena dispar. De Nederlandse ondersoort 'batava' was lange tijd de enige officieel beschermde vlinder in ons land, maar het heeft niet mogen baten. Op dit moment is er nog maar één levensvatbare populatie over. In de Overijsselse Weerribben vliegen nog 160 van deze fraaie, vlammend oranje moerasvlinders rond. In de Wieden zag men er vorig jaar nog maar eentje: hier staat de soort op het punt te verdwijnen.

Met financiële steun van de Elektriciteits Produktiemaatschappij Oost- en Noord-Nederland (EPON) die dat Grote Vuur wel een aardig symbool vond, is nu een reddingscampagne op touw gezet. Vast staat, dat vooral door de ontginning en ontwatering van laagveenmoerassen veel leefgebied voor de grote Vuurvlinder verloren is gegaan. Bovendien is gebleken dat de belangrijkste waardplant, de Grote waterzuring, het hoogste eiwitgehalte bevat als deze plant op een niet te zure standplaats staat. Daar ontstaan zwaardere poppen en kunnen de vrouwtjes veel meer eieren afzetten dan wanneer de waardplant in een te zuur milieu groeit. Helaas zijn veel terreinen de laatste jaren zuurder geworden.

Tijdens een veldexcursie die de Vlinderstichting hield, werd vastgesteld dat geschikte riet- en hooilanden in de Wieden teveel versnipperd zijn om nog als leefgebied te kunnen dienen. Verder lijkt de waterzuring hier schaarser en minder vitaal. Veel sloten in de Weerribben zijn dichtgegroeid, waardoor de doorstroming van het water stagneert en de verzuring toeneemt. Tenslotte speelt wellicht mee dat de Weerribben een jonger moerasgebied zijn dan de Wieden: wellicht hoort de Grote waterzuring bij een bepaald ontwikkelingsstadium en is zijn achteruitgang in oudere moerasgebieden een natuurlijk fenomeen.

Om toch iets voor de met uitsterven bedreigde vlinder te doen wordt bepleit om het maaibeheer van Natuurmonumenten een beetje aan te passen. Natuurmonumenten heeft als standpunt, dat men geen soortenbeheer wil voeren, maar een systeembeheer. Al het rietrijke hooiland wordt helemaal gemaaid, waardoor de waterzuring èn de Grote Vuurvlinder verdwijnen. Voor het in stand houden van bloemrijke slootkanten zouden niet alleen vlinders, maar ook allerlei andere insekten dankbaar zijn. Natuurmonumenten heeft laten weten dat dit althans op sommige plaatsen bespreekbaar is, want de vuurvlinder moet blijven.

En de Vlinderstichting ook.

    • Marion de Boo