Zakelijke samenwerking vervangt sociale binding leden; Coöperaties liggen onder vuur

VEENENDAAL, 10 NOV. Staat de coöperatie al met één been in het graf of gaat deze ondernemingsvorm juist een tweede jeugd doormaken? Het is een vraag die de coöperatiebestuurders druk bezighoudt, zo bleek afgelopen week op de jaarlijkse coöperatiedag van de Nationale Coöperatieve Raad voor land- en tuinbouw.

Coöperaties zijn de laatste jaren steeds zwaarder onder vuur komen te liggen. Ze zouden te log zijn, niet marktgericht kunnen werken en niet meer in staat zijn de belangen van hun leden voldoende te behartigen. Anderzijds, zo stellen de critici, belemmeren de grote inspraakmogelijkheden die de leden binnen een coöperatie hebben op hun beurt de slagvaardigheid van de bestuurders. Daardoor krijgen coöperaties steeds meer achterstand op hun particuliere branchegenoten. De eigendomsverhoudingen binnen coöperatieve organisaties, die het moeilijk maken kapitaal van buiten aan te trekken, leveren bovendien problemen op bij het plegen van grote investeringen.

Dat veel van die kritiek terecht is, is ook bij de coöperatiebestuurders zelf al lang doorgedrongen, bleek tijdens het NCR-congres. Maar, zo werd duidelijk, over mogelijke oplossingen om coöperaties sneller en slagvaardiger te maken wordt wel heel veel gepraat, maar van een uitwerking in de praktijk is nog niet veel gekomen. Wat volgens de sprekers als een paal boven water staat is dat aan de basis van de coöperatie, de belangenbehartiging van de leden, niet getornd moet worden. Of, zoals de voorzitter van de zuivelcoöperatie Coberco, E. Meilink, zei: “Uitgangspunt van de coöperatie blijft het verschaffen van inkomenszekerheid aan de leden.”

De verhouding met de leden zal de komende jaren wel moeten veranderen, benadrukten verschillende sprekers. De onbreekbare band van loyaliteit die de boeren vroeger met 'hun' coöperatie hadden is broos geworden. De boeren zijn mondiger en kritischer geworden en eisen meer inspraak in de gang van de zaken binnen de coöperaties. Een trend die vaak op gespannen voet staat met het streven van de bestuurders om snel op veranderende marktsituaties te kunnen inspelen. Spanningen kunnen ook worden veroorzaakt door het feit dat de leden vooral hun eigen korte-termijnbelang op het oog hebben en vaak nauwelijks genegen zijn inkomen op te offeren voor de lange-termijninvesteringsplannen van de bestuurders.

Dat de coöperatie ten dode zou zijn opgeschreven, werd in alle toonaarden ontkend. Een recente enquête onder 1800 boeren en tuinders in Nederland levert het bewijs dat bestuurders en leden elkaar over en weer nodig blijven houden, zo stelde NCR-voorzitter prof. dr. C.P. Veerman. Meest verrassende conclusie uit dat onderzoek is volgens hem dat met name jonge boeren en tuinders zich weer aangetrokken voelen tot een vorm van coöperatieve samenwerking - mits zij het gevoel hebben dat de onderneming hun belangen voldoende behartigt. Zij willen op zakelijke gronden samenwerken en - anders dan nu vaak het geval is - de mogelijkheid krijgen om bij een coöperatie op te stappen als de belangenbehartiging ze niet meer zint.

Ook volgens Coberco-voorzitter Meilink is aan een zakelijke benadering niet meer te ontkomen. “Begrippen als betrokkenheid en binding moeten anders ingevuld worden”, aldus Meilink. De leden zullen volgens hem moeten inzien dat de huidige situatie het voor de coöperaties onmogelijk maakt op alle terreinen inspraak toe te staan. Daar staat tegenover dat de coöperatiebestuurders moeten beseffen dat boeren niet langer op emotionele gronden verbonden blijven met een coöperatie. De leden staan volgens Meilink volledig in hun recht als zij eisen dat hun investering voldoende oplevert om de verbintenis lonend te houden. “We moeten accepteren dat de sociale binding is weggevallen. Als we onze leden willen behouden, dan zullen we moeten zorgen voor uitstekende resultaten”, aldus Meilink.

    • Marcella Breedeveld