Wegvervoerder bevecht druk op tarieven met extra diensten

TILBURG, 10 NOV. Niet de vlam maar de klad zit in de pijp van het beroepsgoederenvervoer over de weg. “We zijn weer helemaal terug in de tijd van de cowboys. De bedrijfstak is sterk verbrokkeld. Willen we als sector overleven, dan zullen we ons steeds meer moeten onderscheiden met onze kwaliteit”. Dat zegt directeur H.A. Jansen van Scansped Holland BV in Tilburg, de Nederlandse vestiging van het Zweedse concern Scansped, onderdeel van Bilspedition AB. Sleutelwoorden daarbij zijn physical distribution en value added logistics.

Hoewel sprake is van economische recessie, blijft het aantal transportondernemingen groeien: van 7469 in 1987 naar 8870 in het tweede kwartaal van dit jaar. Ruim 3200 ervan beschikken slechts over één vrachtwagen. Het aantal werknemers steeg tussen 1987 en het tweede kwartaal van 1993 van 71.700 naar 104.120. Van de 8870 bedrijven houden zich 5196 bezig met grensoverschrijdend vervoer. Dat waren er in 1980 nog 1648. Nederlandse bedrijven verzorgden in 1990 26,8 procent van het grensoverschrijdend wegvervoer in de EG.

De rentabiliteit ervan verslechterde door grote druk op de tarieven de laatste jaren aanzienlijk. In het internationaal vervoer lag het rendement van Nederlandse bedrijven gemiddeld op 2,1 procent negatief, waar het in 1987 nog 4,6 procent positief was. Binnenlands daalde de rentabiliteit van 3 naar 1,6 procent.

Jansen: “De lage prijsstelling gaat als een virus door de markt. De aanwas komt voornamelijk door de toeneming van het aantal zogenoemde eigen rijders die voor een habbekrats tweedehands materieel kopen dat door de recessie overvloedig wordt aangeboden. Ze rijden voor 1,55 gulden per kilometer terwijl je het als gezond bedrijf eigenlijk niet kunt doen voor minder dan 2 gulden”.

Scansped heeft in Tilburg, Oldenzaal en Enschede bijna 400 werknemers in dienst, beschikt over 240 vrachtwagens en boekt een omzet van 95 miljoen gulden per jaar. Het is de voortzetting van de vroegere transportonderneming Weduwe J. van Casteren in Tilburg. Wat is gehandhaafd, zijn de mythologische namen op de vrachtwagens. Moedermaatschappij Bilspedition heeft ruim 11.000 werknemers, 185 vestigingen in Europa, een jaaromzet van 7,5 miljard gulden en 5000 vrachtwagens.

Scansped Holland BV vestigde zich twee jaar geleden van de binnenstad op het nieuwe industrieterrein Katsbogten in Tilburg. “Hier in Brabant is nog ruimte”, aldus Jansen. Langs de autoweg Tilburg-Breda verrezen immense overslaghallen en een logistiek centrum waar, aldus Jansen, Indistributie van value added logistics wordt verricht: een combinatie van industriële en distributieactiviteiten. Dat zou, zegt hij, ook de rest van het gezonde Nederlandse wegvervoer moeten doen.

Dan zouden volgens Nederland Distributieland, waarvan Jansen bestuurslid is, de komende tien jaar tussen de 50.000 en 100.000 nieuwe arbeidsplaatsen kunnen ontstaan en een aanzienlijke groei van de de omzet. Voor Brabant, zegt Jansen als voorzitter van Overleg Transport Brabant, zou het aantal arbeidsplaatsen met 10- tot 15.000 kunnen stijgen.

Scansped Holland noemt zich al enige tijd geen transportonderneming meer maar een logistieke dienstverlener. Wat nu in zijn reusachtige hallen (300 meter lang, 30 meter breed) gebeurt, hield menig werknemer voorheen nooit voor mogelijk, zo bevestigt een 33-jarige loodsbaas, sinds 1976 in dienst van de onderneming.

Een van de klanten is het Britse ICL. Dit computerbedrijf heeft zijn activiteiten op het gebied van fysieke distributie uitbesteed aan Scansped. Leveranciers zenden onderdelen van pc's naar Tilburg, zoals toetsenborden uit Mexico en beeldschermen uit het Verre Oosten. Scansped zorgt vervolgens voor de assemblage, inclusief het installeren van de soft- en hardware. De feitelijke distributie gebeurt met vrachtwagens, die volgens een vaste dienstregeling rijden.

“Hiermee spelen we”, zegt Jansen, “in op de toenemende vraag naar transport met toegevoegde waarde”. Voor de assemblage van de pc's wordt op dit moment een nieuwe hal gebouwd met een oppervlakte van 2700 vierkante meter. Die hal zal trilling- en stofvrij zijn en de temperatuur kan er worden geconditioneerd. Tussen de dertig en veertig mensen zullen er werk vinden.

“Een bedrijf als het onze is al lang geen transportbedrijf in de oude zin van het woord meer, waar nog alleen aan 'wielenproduktie' wordt gedacht”, aldus Jansen. Zijn directeur Personeel en Organisatie, F.J.M. Smeets, ziet het accent in de bedrijfsvoering op vrachtvervoer tussen A en B gaandeweg verminderen, want “dat kan iedere hansworst met een groot rijbewijs”.

Ter beteugeling van 'de acute bedreiging van de bedrijfstak en om kansrijke perspectieven van indistributie zeker te stellen' ontwikkelde het Overleg Transport Brabant een Strategisch pact industriële logistiek (SPIL). Dit vindt dat “gezien de moordende concurrentie en de steeds hogere eisen het ontwikkelen van beleidsvormende samenwerkingsverbanden kamerbreed van grote betekenis is”. Het pact is gericht op behoud en versterking van de gezonde delen van de bedrijfstak. Indien men zich, aldus het pact, meer toelegt op Value added logistics, zal dat leiden tot versterking van de concurrentiekracht, innovatie en extra werkgelegenheid. Bij de uitwerking van het pact zullen overheid (provincie en gemeenten), maar ook regionale besturen van de arbeidsvoorziening, banken en de Brabantse universiteiten en hogescholen moeten worden ingeschakeld.

Volgens Nederland Distributieland liggen er voor Nederland op het gebied van distributie in Europa grote kansen. In 1993 vestigden Japanse en Amerikaanse bedrijven in Europa 400 zogenoemde Economische Distributie Centra (ECD's) waarvan ongeveer 170 in Nederland. Bij die Nederlandse ECD's zelf werken 20.000 mensen, terwijl uitbesteed werk en investeringen nog eens voor 30.000 banen zorgen. Dat is, aldus Nederland Distributieland, meer dan tweemaal zoveel als enkele jaren geleden werd voorspeld op basis van onderzoek van het Nederlands Economisch Instituut (NEI).

    • Max Paumen