Voormalig eiland in de Maas wordt ruig stuk grond

MAASTRICHT, 10 NOV. De complete Europese top van regeringsleiders en dat ene (Franse) staatshoofd keek er destijds, december 1991, vanuit de vergaderzaal in het provinciehuis te Maastricht op neer: de Kleine Weerd, een voormalig eilandje in de Maas dat op het ogenblik uit een kaal weiland en een paar bietenakkers bestaat. Maar dat gaat veranderen. Het twaalf hectare metende terrein moet een ruig stuk natuur worden, waar wilde planten, struiken en bomen tot volle wasdom komen en een kleine kudde Poolse Koniks-paarden ter begrazing rondloopt.

De plannen voor de Kleine Weerd zijn een initiatief van het Wereldnatuurfonds (WNF), dat hier, in de voortuin van het 'Gouvernement', een zogenoemd voorbeeldproject voor natuurontwikkeling gestalte wil geven. Deze opzet past in een breder streven van de organisatie naar een verdubbeling van het natuurlijke areaal in Nederland. In tien jaar tijd moet dat oppervlak met 2.000 vierkante kilometer toenemen, een groei die volgens de organisatie mogelijk is door overtollige landbouwgronden - en dan vooral in rivierenland - uit produktie te nemen en aan de natuur terug te geven.

Daar bij Maastricht, schuin tegenover de St. Pietersberg, werkt het WNF voor dat doel samen met provincie, gemeente en Rijkswaterstaat. Ongeveer de helft van de uiterwaard is eigendom van verschillende overheidsinstellingen, de andere helft is in bezit van particulieren, van wie de meesten al te kennen hebben gegeven hun part aan het WNF te willen verkopen. Na een fase van ontwikkeling, die de voorwaarden moet scheppen voor natuurlijke processen, wordt het beheer overgedragen aan de stichting Het Limburgs Landschap. Het terrein zal te zijner tijd vrij toegankelijk zijn voor publiek.

De plannen zijn gisteren bekendgemaakt in de marge van een internationale conferentie over bescherming van de Europese natuur, die op diverse fronten in ijltempo achteruit gaat. De vierdaagse bijeenkomst, die zich ook in Maastricht afspeelt, draagt als titel 'Eeconet', een term die het verlangen naar een Europees ecologisch netwerk van natuurgebieden en half-natuurlijke landschappen weerspiegelt.

“Ons plan met de Kleine Weerd”, zei WNF-directeur S. Woldhek bij de presentie, “is een praktische invulling van de conferentie, want het mag natuurlijk niet bij mooie woorden blijven.” Ook volgens de Limburgse gedeputeerde drs. J.J.M. Tindemans past een Kleine Weerd-nieuwe stijl uitstekend in die context, “omdat rivieren en hun oevers de slagaders van een ecologisch netwerk vormen”.

Vooral langs de Grensmaas - waar deze rivier de grens vormt tussen Nederlands en Belgisch Limburg - gaat natuurontwikkeling een belangrijke rol spelen. Daarbij dient de grindwinning als economische motor, maar dan anders dan vroeger. Tindemans: “De grindwinning zal zich niet langer in de diepte, maar in de breedte voltrekken. In plaats van diepe grindgaten onstaat dus een breed overstromingsgebied voor het Maaswater, waar de natuur spontaan tot ontplooiing kan komen.”

Langs het zestig kilometer lange traject, ruwweg tussen Roosteren en Maastricht, beheert het Wereldnatuurfonds op het ogenblik vier gebieden en gebiedjes volgens de beginselen van natuurontwikkeling. Een daarvan ligt op Belgisch grondgebied bij Lanaken, vrijwel tegen de bebouwing van Maastricht-Noord, waar alle elementen van rivierbegeleidende natuur voorkomen: moerassige delen, oud ooibos van wilg en populier, droge zandige koppen, stromend en stilstaand water.

Intussen is gisteren, op de eerste dag van de Eeconet-conferentie, officieel de oprichting aangekondigd van een Europees Centrum voor Natuurbescherming, dat begin 1994 in Tilburg wordt gevestigd. Dit centrum, waarin universiteiten en onderzoeksinstituten van verscheidene Europese landen samenwerken, moet meehelpen een dam op te werpen tegen de vaak dramatische aftakeling van de natuur in Europa.

De staf van het bureau zal voorlopig bestaan uit acht man. Directeur wordt ir. F.C. Prillevitz, vroeger hoofd van Staatsbosbeheer en laatstelijk vertegenwoordiger van Nederland bij de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, in Rome. Staatssecretaris Gabor (natuurbeheer) heeft het centrum een jaarlijkse subsidie van een miljoen gulden in het vooruitzicht gesteld.

    • F.G. de Ruiter