Volksstemming Curaçao sluit kwart van volk uit

Op 19 november wordt er op Curaçao een referendum gehouden over de staatsrechtelijke toekomst van dit eiland. De referendumcommissie-Gilhuis adviseert de Eilandsraad van Curaçao het stemrecht voor dit referendum alleen toe te kennen aan de stemgerechtigden die op Curaçao wonen. Daardoor wordt aan de vele tienduizenden Curaçaoënaars die in Nederland wonen de mogelijkheid ontnomen mee te stemmen.

'De laatste resten tropisch Nederland' - de Nederlandse Antillen - verkeren op dit moment in een kritieke fase van hun geschiedenis. Sociaal-economisch gezien zijn de meeste eilanden in de jaren tachtig en negentig hard achteruitgegaan. Zo liep de werkloosheid onder jongeren op tot ruim 50 procent en migreerden steeds meer kansloze Antilliaanse jongeren naar Nederland. De van oudsher bestaande 'pendel-migratie' tussen het Caraïbische en het Europese deel van het koninkrijk is hierdoor versterkt. Nog meer dan in het verleden is er sprake van een duidelijke wisselwerking tussen de samenstellende delen van het koninkrijk.

De bevolking van de Nederlandse Antillen verkeert in grote onzekerheid over de staatsrechtelijke toekomst van hun eilanden. Daarover is de afgelopen twintig jaren al veel gediscussieerd. En sinds het aantreden van het kabinet-Lubbers III (en daarmee van minister Hirsch Ballin voor Nederlands Antilliaanse en Arubaanse zaken) zijn deze discussies in een stroomversnelling geraakt.

Op 19 november aanstaande wordt er op Curaçao een referendum gehouden over de staatsrechtelijke toekomst van dit eiland. Een referendumcommissie, onder voorzitterschap van prof. mr. Gilhuis, heeft vier keuzemogelijkheden ontwikkeld, variërend van een toekomst waarin alles bij het oude blijft tot volledige onafhankelijkheid van Nederland.

Ook de vraag wie aan het referendum mag meedoen is door bovengenoemde referendumcommissie beantwoord. De commissie adviseerde de Eilandsraad van het eilandgebied Curaçao het stemrecht voor dit referendum slechts toe te kennen aan de op Curaçao woonachtige stemgerechtigde Nederlanders. De Eilandsraad nam dit advies op 20 september met algemene stemmen over. Men zou verwachten dat een dergelijke ingrijpende beslissing goed is onderbouwd, gelet op de vergaande en rechtstreekse consequenties. Ook voor de in Nederland woonachtige Antillianen en met name de Curaçaoënaars onder hen.

De argumentatie die de referendumcommissie en de Eilandsraad heeft gevolgd is echter uiterst mager en er is nauwelijks nagedacht over de consequenties. Feitelijk wordt enkel om puur praktische redenen aan niet-ingezetenen het stemrecht onthouden. Dat is onzorgvuldig, ondemocratisch en derhalve onaanvaardbaar.

Het referendum is een historische gebeurtenis waarbij het volk van Curaçao zijn recht op zelfbeschikking kan uitoefenen. Maar bij dit referendum wordt niet alleen over de toekomst van het eiland Curaçao beslist, het heeft ook rechtstreekse gevolgen voor de andere eilanden van de Nederlandse Antillen en voor het koninkrijk zelf. Wat in dit referendum wordt besloten, raakt derhalve ook de belangen van de in Nederland woonachtige Antillianen en met name de Curaçaoënaars onder hen. Het is daarom een simpele kwestie van democratie, zeker ook gezien de uitgangspunten in het Statuut van het Koninkrijk, dat ook zij in deze fundamentele zaak een stem hebben.

Het referendum is op zichzelf een prima middel om gestalte te geven aan het zelfbeschikkingsrecht van het volk van Curaçao. Het Curaçaose volk (juridisch bestaat dit begrip nog niet!) woont echter niet alleen op Curaçao, maar ook elders, met name in Nederland. Er zijn ruim vijftigduizend Curaçaoënaars in Nederland op een totaal van 140.000 inwoners op het eiland Curaçao. De beslissing om de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht van het Curaçaose volk te beperken tot de ingezetenen van het eiland Curaçao raakt dan ook kant noch wal. Zeker gezien het feit dat noch het Koninkrijksstatuut, noch deGrondwet, noch andere wettelijke bepalingen enige beperking opleggen aan het recht van niet-ingezetenen van Curaçao om deel te nemen aan staatkundige referenda.

Immers, het referendum is een middel om het volk te raadplegen en niet een reguliere verkiezing voor een volksvertegenwoordiging. Referendums zijn tot op heden niet in de wet geregeld. Het is derhalve niet vanzelfsprekend dat die zullen worden gehouden volgens de reeds bestaande wetgeving inzake het kiesrecht van vertegenwoordigende lichamen. Vooral wat betreft de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht van een volk moet men voorzichtig zijn met het gelijkstellen van referendum en regulier kiesrecht, dat vaak gekoppeld is aan ingezetenschap. Daar waar het de Nederlandse situatie betreft is dat niet het geval, want de Europese Nederlander op de Antillen heeft, behalve het recht om daar aan een verkiezing of referendum mee te doen, tevens het recht om op het Nederlandse parlement te stemmen.

Ten overvloede wijzen wij erop dat in een aantal internationale verdragen, zoals het internationaal verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (VN-BUPO-Verdrag) en het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens, deelname aan democratische besluitvorming wordt gegarandeerd. Volgens de bepalingen van deze verdragen dienen burgers in de breedste zin van het woord te kunnen participeren binnen de democratie, wat in het bijzonder wordt gegarandeerd door het stemrecht in de voor de burger belangrijke aangelegenheden.

Wil men een referendum houden waarvan de uitslag ingrijpende constitutionele gevolgen heeft voor de gehele Antilliaanse bevolking dan dient men ook de gehele bevolking te consulteren en niet slechts een gedeelte. In ieder geval moeten de Antillianen en met name de Curaçaoënaars onder hen, woonachtig in het koninkrijk in de gelegenheid worden gesteld aan dit referendum deel te nemen. Dat dit extra tijd zal vergen in verband met de registratie van stemgerechtigden is duidelijk. Maar die tijd behoort een verantwoordelijke overheid voor een dergelijk belangrijk referendum gewoon te nemen.

De voorbereidingstijd voor dit referendum is sowieso heel kort geweest: slechts twee maanden liggen er tussen het besluit van de Eilandsraad op 20 september en het tijdstip van het referendum op 19 november. Of binnen zo'n korte tijd aan de belangrijke eis kan worden voldaan om de bevolking adequaat te informeren, is nog maar de vraag. Wij hebben de indruk van niet.

De politieke reden om haast achter het referendum te zetten was dan ook dat men de uitslag wilde 'meenemen' in de Slotconferentie tussen de Koninkrijkspartners (Aruba, de Nederlandse Antillen en Nederland) over de toekomst van de Nederlandse Antillen die voor aanstaande december was gepland. Nu de Antilliaanse regering c.q. het kabinet Liberia-Peters sinds de nacht van 27 oktober is afgetreden, rijst de vraag of deze slotconferentie nog wel kan plaatsvinden. Daarmee is de zogenaamde noodzaak voor een haastig referendum ook komen te vervallen. Uit dit alles blijkt dat het besproken besluit van de Eilandsraad van Curaçao niet alleen onzorgvuldig is, het is vanuit democratisch oogpunt onwenselijk en internationaal-rechtelijk beschouwd ontoelaatbaar.

    • Rudy Henriquez
    • Maria Cuartas