Sonia Herman Dolz op zoek naar tradities in haar geboorteland; De ontdekking van het stieregevecht

Romance de valentá. Regie: Sonia Herman Dolz. Met: Enrique Ponce, Manuel Tornay, Juan Antonio Maguilla. In: Amsterdam, Desmet; Rotterdam, 't Venster; Utrecht, Springhaver.

Dit najaar bereikt ons een golfje van voortreffelijke nieuwe Nederlandse documentaires. De overeenkomst tussen Jos de Putters Het is een schone dag geweest, Heddy Honigmanns Metaal en melancholie en Sonia Herman Dolz' Romance de valentá is dat de respectievelijke makers in hun eerste lange documentaire, opgenomen in het land van hun ouders, iets over zichzelf ontdekken. Dolz, bijna 31 jaar geleden geboren in Madrid als kind van een Catalaanse moeder en een Peruaanse vader, maar getogen in Rotterdam, werkte tot nu toe als cameravrouw voor andere filmmakers. Het enthousiasme van haar grootmoeder uit Barcelona over het stieregevecht, waar zij zelf niets van begreep, deed Sonia Herman Dolz besluiten om eens uit te zoeken wat “zo'n gozer beweegt om een roze kous over zijn harige mannebeen te doen”. Het resultaat van die filmische speurtocht heet Romance de valentá (Ballade van de moed) en werd vernoemd naar een smartlap uit de jaren veertig over de voortijdige dood van een jonge torero, die elke Spanjaard nog steeds mee kan zingen.

Al filmend is de nieuwsgierigheid omgeslagen in fascinatie. De door de Amerikaanse cameravrouw Ellen Kuras (Swoon) bloedmooi gefotografeerde film ademt niet meer de blik van een buitenstaander, maar trots over de eigen verbondenheid met een fiere traditie van eer, vakmanschap, liefde, geweld en het sacrale. In Dolz' eigen woorden: “het mooie van dat er heel lang niets gebeurt, en dat je dan eens in de zo veel gevechten gedurende een seconde versmelt met de stier, terwijl 23.000 mensen tegelijk olé roepen”.

Aanvankelijk was het de bedoeling veel te ensceneren in deze documentaire. De constructie ging uit van drie hoofdpersonen: een stierenfokker, die met grote zorg dieren voorbereidt op een eervolle dood; een klein jongetje dat er van droomt in de corrida te staan; en een stierenvechter als de held van het verhaal. Zoals wel vaker bij een goed voorbereide documentaire, was het lot de makers welgezind. De torero van hun keuze, de toen 20-jarige Enrique Ponce, groeide tijdens de opnamen uit tot de onbetwiste kampioen van Spanje en Latijns Amerika. De ernstig blikkende jongeman wordt letterlijk op handen naar zijn hotel gedragen, wanneer hij tijdens een gevecht in Murcia op verzoek van het publiek een bijzonder vurige stier het leven spaart. De spontane telefoongesprekken met zijn bezorgde moeder kreeg Dolz cadeau.

De bijrollen zijn iets meer geregisseerd. De zelf niet meer zo ranke 'aficionado' komt uit het bad, steekt een sigaar op en oefent, slechts gekleed in een handdoek, enkele passen voor de spiegel. De taxidermist lurkt aan zijn pijp in de vorm van een stierekop, wanneer hij het slachtoffer van de corrida vilt en vervolgens als trofee opzet. In de montage (van Andrez de Jong) wordt dat aan- en uitkleden van de dode stier doorsneden met de beelden van Ponce, die een nieuw tenue past. In een andere parallelmontage wordt een vergelijking getrokken tussen een doopceremonie en het brandmerken van de stierkalveren.

Dergelijke dwingende ingrepen passen bij een documentaire die, ondanks de afwezigheid van gesproken commentaar, een verhaal vertellen wil. Romance de valentá is dan ook geen 'cinéma vérité', maar een associatieve ballade, neergezet in forse streken zonder angst voor de schoonheid en overweldigende kracht van het onderwerp. Dolz weigert terecht zichzelf te verdedigen voor die keuze; wie principiële bezwaren koestert tegen het stieregevecht, zal niet overtuigd worden. Wie onbekend is met het fenomeen, kan zich er door laten veroveren.

De bijna ouderwets aandoende associatief-verhalende vorm - meer Haanstra dan Van der Keuken - is niet altijd volledig overtuigend. De continuïteit tussen Ponce en de torero in spe doet soms wat gekunsteld aan, bij voorbeeld. Maar het moment, vrijwel aan het begin van de film, dat het jongetje met zijn grootvader een bezoek brengt aan het graf van een legendarische stierenvechter en het kind zijn knuist legt in de marmeren hand van diens tombe, ontroert wel. We hebben dan net de oude archiefbeelden gezien uit 1920 van Ponce's onsterfelijke voorganger Joselito en begrijpen dat het doden van een stier ('menselijke intelligentie die de oerkracht overwint') vooral een symbolische, liturgische betekenis heeft. Het stieregevecht is geen sport, maar een kunst met het karakter van een eredienst. Dolz heeft die essentie zeer goed begrepen, zo blijkt uit deze waardige film over leven en dood, abstractie en wrede realiteit. Terwijl de macho-mythe van het stieregevecht ruimschoots gerelativeerd wordt, beklijft de ontdekking van menselijke trots, die ook blijkt uit de manier waarop een oudere dame haar sluier draagt of een ook niet meer zo jong paar met elkaar danst. Ook Sonia Herman Dolz heeft met Romance de valentá de angst voor sterfelijkheid overwonnen en is als filmmaakster thuis gekomen.