Rijksmuseum voor Volkenkunde gaat ingrijpend verbouwen

LEIDEN, 10 NOV. Het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden zal de komende jaren ingrijpend veranderen. Vrijdag stelde minister d'Ancona een bedrag van 15,5 miljoen gulden ter beschikking waarmee aan de eerste fase van een renovatieplan kan worden begonnen. Het museum is gevestigd in het voormalig Academisch ziekenhuis aan de Steenstraat, dat in 1868 werd gebouwd en sindsdien nauwelijks is veranderd. Voor een modern museum is het ongeschikt. Binnen heerst nog steeds een typische ziekenhuissfeer: lange gangen met aan weerskanten grote en kleine kamers. Na de verbouwing zal het gebouw van binnen onherkenbaar zijn veranderd. De kamers worden gesloopt om plaats te maken voor grote zalen met een expositieruimte van in totaal 4000 m2 en moderne depots. De buitenkant van het gebouw, een strak ontwerp met lange, bakstenen gevels, blijft intact. Als de onderhandelingen over verdere financiering gunstig verlopen, kan het museum in april 1999 klaar zijn.

Het vernieuwde museum, dat vlak bij het NS-station ligt, past in het stedebouwkundige plan dat voorziet in een face-lift van de omgeving van het station, zegt dr. S.B. Engelsman, directeur van het museum. “De NS bouwt een nieuw station en de gemeente knapt de toegang tot de stad op. Aan de andere kant van het station gaat in 1997 het nieuwe Nationaal Natuurhistorisch Museum open. Er komt een verkeerstunnel en wij liggen straks aan de voetgangersroute van het station naar de binnenstad”.

Het Rijksmuseum voor Volkenkunde, dat per 1 januari 1995 wordt geprivatiseerd, bestaat sinds 1837. In 1937 werd het ondergebracht in het oude ziekenhuiscomplex. Met 200.000 voorwerpen van niet-westerse culturen is het een van de grootste volkenkundige musea ter wereld. Het museum kampte met enorme conserveringsproblemen maar is voorlopig geholpen met een bijdrage van WVC (15 miljoen) in het kader van het Deltaplan voor cultuurbehoud.

De huisvestingsproblemen van het museum kregen landelijke aandacht door een rapport van de Algemene Rekenkamer. Met het aantreden van Engelsman als nieuwe directeur in 1992 en door tussenkomst van de Rijksbouwmeester werd besloten een renovatieplan te maken. De architect Martien Jansen van het Eindhovense OD 205 maakte een structuurplan voor het hele, 15.000 m2 grote, complex. Met het project is een bedrag van in totaal 53 miljoen gulden gemoeid. Engelsman rekent ook voor de volgende fasen op steun van het ministerie. Een tiende van de kosten wil hij van sponsors zien te krijgen.

Het vroegere anatomisch laboratorium aan de Steenstraat, dat in 1944 door een bom werd getroffen en nooit is hersteld, zal weer in de oude staat worden teruggebracht en als kantoorruimte dienen. Het museum, dat aan twee kanten door een gracht wordt begrensd, krijgt rondom een openbare parktuin met een café-restaurant. In het park komen als bliktrekkers tien grote vitrines te staan, één voor elk cultuurgebied dat in het museum is vertegenwoordigd. Engelsman: “'s Avonds worden die fel verlicht. We willen er kleurige, spectaculaire stukken in zetten, zoals totempalen of boeddha-beelden.”

Het museum is op dit moment slechts gedeeltelijk in gebruik voor tijdelijke exposities. Nu zijn er de tentoonstellingen Tegen kou over poolkleding, de fototentoonstelling Tillema en De Glorie van Sri Lanka te zien, met boeddhistische en hindoeïstische bronzen beelden. Engelsman wil vermijden dat tijdens de verbouwing het museum dicht moet, maar sluit niet uit dat dat toch enkele maanden het geval zal zijn.

Begonnen wordt met de westvleugel van het hoofdgebouw, daarna worden in fasen de andere delen van het museum en het buitenterrein onder handen genomen. De westvleugel is bestemd voor tijdelijke tentoonstellingen. Engelsman streeft naar twee grote exposities per jaar en vier kleinere. In de voorvleugel van het hoofdgebouw komt een vaste opstelling in zalen met geklimatiseerde vitrines. De bezoeker zal er een soort rondgang rond de aardbol maken, te beginnen bij Japan, Korea en China, via India, Indonesië en Afrika naar Zuid-Amerika en het noordelijk poolgebied. Engelsman: “Een nieuw element is dat we bij de overgangen van de ene cultuur naar de andere ook de verbanden ertussen laten zien. Bij voorbeeld hoe Japan, China en Korea elkaar via het schrift hebben beïnvloed. We willen ook aandacht besteden aan de geschiedenis van de cultuurgebieden, waarbij we ook een verband zullen leggen met de actualiteit. Wij kunnen hier de achtergronden laten zien van conflicten die in onze tijd tussen verschillende culturen spelen. Ook zullen we de rol van de verzamelaars benadrukken op wier collecties dit museum is gebaseerd.” Engelsman wil vooral flink uitpakken met de verzameling etnografica en Japanse prenten van de arts Von Siebold (1796-1866), die de grondslag vormen van het Rijksmuseum voor Volkenkunde.

Dit jaar worden 50.000 bezoekers verwacht. Voor de gedeeltelijke sluiting waren dat er bijna twee keer zoveel. Het museum hoopt na de verbouwing weer op 100.000 bezoekers te komen. “Dat is niet slecht voor een lokatie als Leiden”, vindt Engelsman. “Maar als Leiden opstoomt in de vaart der volkeren en er meer dagjesmensen komen, kan dat nog wel oplopen tot 150.000”.

    • Gerda Telgenhof