Purper bokst vergeefs op tegen eerder succes

Voorstelling: Purper 10, door Erik Breij, Frans Mulder, Alfred van den Heuvel en Hans van der Woude. Regie: Frans Mulder. Gezien: 9/11 in Nieuwe de la Mar-theater, Amsterdam. Aldaar t/m 21/11, daarna elders.

De triomf met Purper 9 kwam net op tijd. Het groepje met de telkens wisselende bezetting was voordien ietwat stuurloos geraakt en had veel van de vroegere glans verloren. Maar opeens viel in de herencombinatie van dat negende programma alles als vanouds op zijn plaats; de aanstekelijke muzikaliteit was terug, de zweverige introspectie had weer plaats gemaakt voor dwaasheid en de voorspelbare opeenvolging van soli was weer vervangen door veel hecht ensemble-werk. Het was alsof alle zwakke seizoenen in één keer werden weggespeeld.

Geen wonder dat Purper 10 dezelfde bemanning vertoont als dat negende programma. Geen wonder ook dat het hervonden élan deze keer geen verrassing meer is. Integendeel: Purper moet nu opspelen tegen de herinnering aan een onverwacht groot succes. Voor de hits uit de vorige voorstelling moeten equivalenten worden gevonden en voor de momenten waarop het hardst werd gelachen, moeten nieuwe komen. Zo althans stel ik mij voor hoe eraan is gewerkt, en die indruk hield ik er gisteravond aan over. Helemaal gelukt vond ik het niet, maar mislukt evenmin. En het publiek gaf uitbundig blijk van een hoogst vermakelijk samenzijn.

Nog altijd blinkt Purper uit in malicieuze pret en fraaie samenzang in de door Erik Breij met groot vernuft samengestelde potpourriën. Daarbij leverde Friso Wiegersma een paar mooie chansons in de goede, oude cabarettraditie, terwijl Frans Mulder een spitse sketch schreef over passief meeroken en Hans van der Woude een scène bijdroeg die aangename herinneringen oproept aan de tijd dat Wim Sonneveld cursiefjes van Simon Carmiggelt op zijn repertoire zette.

Maar meer nog dan de vorige keer leunt de groep op de veilige veronderstelling dat het publiek het leuk vindt als er ordinair wordt gedaan, en dat men de lachers nog verder op zijn hand kan krijgen door het spelen van mallotige toneelstukjes. Vooral in de eerste helft is het ideeënmateriaal ditmaal, vind ik, beduidend dunner. Pas daarna staan de nummers weer steviger overeind.

Op de beste momenten is Purper 10 een intimate revue, met knap gecomponeerde onzingesprekken tussen vier heren en zorgvuldig geweven zangpatronen voor vier stemmen. Maar ook wat mij minder beviel, werd toegejuicht. Daarom lijkt succes me opnieuw verzekerd.

    • Henk van Gelder