Privatisering en vrijhandel zullen dwingen tot een andere mentaliteit; Pijnlijke oefening in Europese zelfkritiek

PARIJS, 10 NOV. Morgen is Frankrijk dicht. Dan viert men Armistice. Welke wapenstilstand? Die van 1918. Zelfs de postbode blijft dan thuis. Meestal is hij er drie keer op een dag, ook al heeft hij 's middags niet veel meer in zijn tas. De vuilnisman komt zeven dagen per week. Vertrouwde schimmen uit het verleden in een wereld die zich opmaakt voor vrije handel, voor afrekenen op prestaties, voor concurrentie op alle gebieden.

Frankrijks minister-president Balladur had heel wat uit te leggen toen hij gisteren om de hoek bij zijn ambtswoning een Herald Tribune-conferentie over de Toekomst van Privatisering in Europa opende. Hij mocht trouwens van geluk spreken dat de staking van Air France net voorbij was, want als de meeste buitenlandse sprekers te laat binnen komen hijgen omdat de nationale vliegmaatschappij niet geprivatiseerd kan worden, dan is er voor zo'n premier geen beginnen aan.

Vandaag staken ze bij de binnenlandse maatschappij Air Inter. Tegen concurrentie op de lijnen Parijs-Marseille en Parijs-Toulouse. Het kan ook Parijs-Nice zijn, en het speelt pas over een paar jaar. Maar ze zijn er niet voor, bij Air Inter. Zoals ze bij France Télécom af en toe demonstreren tegen het plan van de Franse regering het telefoonbedrijf te privatiseren. Men wil de ambtelijke privileges niet verliezen

Frankrijk is niet het enige land in Europa dat er moeite mee heeft zijn economische activiteit weg te voeren uit de sfeer van de openbare nutsbedrijven. De Duitse telefoondienst gaat ook niet zo makkelijk de markt op als de regering zou willen. Italië kan moeilijk afstand doen van zijn verstrengelde staatszaken. Sprekers uit de Verenigde Staten, Engeland en Nederland zijn er als de kippen bij om te vertellen dat het anders kan. Hou ze in de gaten als ze kans op een monopolie ruiken.

British Airways heeft de toekomst al sinds het midden van de jaren tachtig gezien en het werkt onmiskenbaar. BA is ongeveer de enige Europese luchtvervoerder die winst maakt, terwijl de 'broodjes' niet veel slechter zijn. Wim Dik, voorzitter van de raad van bestuur van Koninklijke PTT Nederland, vertelt de conferentie dat niet alleen zijn Telefoon maar zelfs zijn Post winst maakt - in de Europese vergadering van posterijen is de Nederlandse Tante Pos de enige die zonder protectie verder durft.

Het is een even fascinerend als absurd moment om over privatisering te praten. Frankrijks minister van economische zaken, Edmond Alphandéry, heeft gelijk als hij zegt: “Privatisering is geen onderwerp van ideologische discussie meer. Iedereen is voor. En hij vertelt opgetogen dat de centrum-rechtse regering in Parijs 21 bedrijven op de lijst heeft staan,met de Banque Nationale de Paris, Rhône-Poulenc (chemie) en Elf Aquitaine (olie) als solide koplopers.

Maar privatisering is meer dan veranderen van eigendoms-verhoudingen. Het gaat over een mentaliteit, binnen bedrijven, en in de wereld. Op dit kruispunt komen recessie, GATT en Oost-Europa elkaar tegen. Iedereen heeft de neiging één stap vooruit en twee stappen terug te zetten. “Behalve de kleine landen en de landen van Latijns-Amerika en Oost-Europa, die geen keus hebben”, zegt Peter Sutherland, de aanstekelijk overtuigende directeur-generaal van de GATT tijdens een messscherpe lunchtoespraak.

Privatisering is oud nieuws, en tegelijk onhaalbaar nieuw. In heel Europa schrikken regeringen terug voor de sociale en politieke consequenties. Een prangend perspectief, veertig dagen voordat een wereldwijd akkoord over verdere vrijmaking van de handel moet worden gesloten. Sutherland strijkt de gastheren bekwaam tegen de haren in met een anecdote waaruit blijkt dat de Fransen enthousiaster werden jegens Napoleon naarmate de Corsicaan/keizer zich dichter bij Parijs bevond. Hij hoopte ook nog eens zoiets met de GATT mee te maken.

Terwijl Balladur enige uren eerder nog had beweerd dat de wereld al jaren zonder dat akkoord functioneert, hield Sutherland het aarzelende deel van de wereld voor dat iedereen oneindig veel beter af is met de stimulans van nieuwe handelsmogelijkheden dan met de kater van een mislukking. “Wij hebben ook een morele verplichting ten opzichte van die landen in Midden- en Oost-Europa die wij zo lang de zegeningen van de markt-economie hebben voorgehouden. Die kunnen we nu niet laten zitten.”

De organisatie van Westerse economieën, de Oeso, komt Sutherland te hulp. In een gisteren in Parijs gepubliceerd rapport wordt berekend dat de wereld 270 miljard dollar wint door verlaging van de tarief-barrières volgens het GATT-akkoord dat op het spel staat. Nog afgezien van alle niet te becijferen voordelen van een akkoord in december.

Juist het gebrek aan groei maakt een doorbraak wenselijk. Om nieuwe markten te openen. Maar die zelfde recessie maakt mensen angstig en doet vakbonden op de rem trappen. Wat een GATT-akkoord internationaal is, is privatisering in het eigen land: een gok voor vertrouwen in vrije markt-mechanismen. Daar heeft centrum-links in Nederland kennelijk relatief meer fiducie in dan centrum-rechts in Frankrijk.

Steeds duikt de vraag weer op: moet het banen kosten? Voor de Franse minister is de waarheid te omvangrijk om concreet te antwoorden. Air France, de Spoorwegen, de PTT, Crédit Lyonnais, Bull, Renault, er moeten nog zo veel verlieslijdende reuzen worden bevrijd uit de gemoedelijke praktijk van weleer. Bankiers, ambtenaren en andere niet-politici zijn er duidelijker over: op korte termijn kan het banen kosten, op langere termijn levert bevrijding van marktkrachten meestal zo veel groei op dat de werkgelegenheid uiteindelijk toeneemt.

Het meest krasse verhaal heeft een topambtenaar van het State Department. Hij stelt dat de Amerikaanse luchtvaart-industrie sinds de deregulering van 1978 in het binnenland verdubbeld is en international drie keer zo groot is geworden. Rekening houdend met de inflatie is de gemiddelde prijs per passagiersmijl 35 procent gedaald. De arbeidsproduktiviteit is nu 28 pocent hoger dan in de Europese luchtvaart. En de totale werkgelegenheid in de Amerikaanse luchtvaart is 75 procent groter dan vòòr de deregulering, met een gemiddeld inkomen van 52.000 dollar.

Dat beeld wordt bevestigd door de ervaring bij British Airways en bij de drie jaar geleden geprivatiseerde Britse elektriciteitsmaatschappij Power Gen. Meer werk, lagere prijzen, “en het licht is niet uitgegaan”, zoals de Britse elektriciteits-directeur Edgar McCarthy verzekert. Concurrenten en ex-concurrenten van British Airways zouden kunnen getuigen tegen welke prijs de winst daar wordt behaald.

De vijf principes waarlangs premier Balladur de economische restauratie-politiek van zijn regering wil ontwikkelen, klinken vertrouwd in Nederlandse oren: consultatie, dialoog, onderhandeling, voortgang en gelijkheid. Uitgangspunten met een onmiskenbaar hoog gehalte aan Europese cultuur. Het is maar de vraag hoe veel tijd Europa krijgt om inhoud te geven aan deze principes. Privatiseringen mogen geen ideologisch debat meer opleveren, het blijven pijnlijke oefeningen in zelfkritiek.

    • Marc Chavannes