Peutermoord houdt Britten spiegel voor

LONDEN, 10 NOV. Vanuit Preston, een overigens onbetekenend plaatsje even ten zuiden van het Lake District, krijgt Engeland de laatste tien dagen een spiegel voorgehouden. En wat de spiegel reflecteert is niet de vriendelijke, zorgzame samenleving van middle class Miss Marple of de toffe kameraadschap van de werkmans-Coronation Street.

In plaats daarvan zien de Britten met ontzetting aan hoe in een dichtbevolkte wijk van Liverpool niemand genoeg vraagtekens zette, niemand genoeg protesteerde, niemand verhinderde hoe twee van school spijbelende jongens van tien in februari van dit jaar de tweejarige Jamie Bulger meelokten uit een overdekt winkelcentrum, hem in het volle aanzicht van passanten meesleurden naar een verderop gelegen spoorwegtalud, hem onderweg schopten en sloegen, hem bij de spoorweg stenigden en sloegen met een ijzeren staaf en hem ten slotte voor dood op de rails achter lieten, waar een passerende trein zijn lichaam in tweeën reed.

Sinds het begin van het proces, op 1 november, heeft getuige na getuige onder tranen bekend dat ze Jamie tijdens zijn twee uur durende lijdensweg wel gezien hadden, dat hij huilde, dat hij een buil op zijn hoofd had, dat hij zich verzette tegen de twee oudere jongens die hem meesleurden of onhandig meezeulden als was hij een zak aardappels - maar niemand had echt iets gedaan.

Terwijl in het overdekte winkelcentrum Jamie's moeder wanhopig op zoek was naar haar kind - terwijl ze slager Timmins betaalde, had ze even niet op Jamie naast haar gelet - zag bijvoorbeeld Lorna Brown hoe het kind de straat buiten over gedragen werd door twee oudere jongens. Hij was net gestruikeld en had een buil op zijn voorhoofd.

Kathleen Richardson zat bovenin een bus. Zij zag hoe de twee jongens Jamie tussen zich in zwaaiden aan zijn armen, zo hoog op, dat ze zich volgens haar getuigenis omdraaide naar de andere buspassagiers en uitriep: “What the hell are those kids doing to that poor kid?”

En dan was er nog Irene Hitman, die het drietal was tegengekomen, net toen het bij een voetgangersonderdoorgang was aangekomen. Jamie brulde, had een buil op zijn hoofd en stribbelde tegen. Mevrouw Hitman had de oudere jongens gezegd dat ze het jongetje snel naar zijn moeder moesten brengen. Ze had er nog over gedacht naar de politie te gaan. Maar uiteindelijk leidde haar eigen kleinkind haar af en ze was haars weegs gegaan.

Omdat in het Britse strafprocesrecht de waarheidsvinding op de zitting plaats heeft, konden jury, betrokkenen en toeschouwers in Preston de afgelopen tien dagen de gruwelijke toedracht in alle details opgediend krijgen. Er werd veel verbleekt en teruggedeinsd en één vrouwelijk jurylid werd onwel, na het zien van de foto's van Jamie's lichaam, zoals het uiteindelijk op de spoorlijn is gevonden. Gisteren beschreef de patholoog-anatoom de tweeënveertig verwondingen die hij op het stoffelijk overschot heeft aangetroffen, alle zo ernstig dat het hem onmogelijk is aan te geven welke precies tot de dood heeft geleid.

De Britse media - zelfs de schandaalpers - zijn opmerkelijk geserreerd in hun beschrijving van wat zich in de rechtszaal afspeelt: de feiten spreken al genoeg voor zichzelf. En daarnaast: Jamie's ontvoering en dood had de schuldige verbeelding van de natie al gegrepen ver vóór het proces, omdat opnamen van veiligheidscamera's in het winkelcentrum en daarbuiten de ontvoering van Jamie - een klein kaboutertje dat blij meeloopt tussen twee grotere schoolkinderen - rechtstreeks in de huiskamer hadden gebracht. Dat was toen de politie de kleuter nog niet had gevonden en toen een betraande mevrouw Bulger voor de televisie een oproep deed, in de hoop dat hij alleen maar meegenomen was.

Maar angstiger makend nog dan het lot van Jamie is de vraag naar de aard van de daders. Wat voor samenleving is het die mogelijk maakt dat twee kinderen van tien ongecontroleerd, ongehinderd door besef van goed en kwaad een peuter van twee meelokken, die ze vervolgens tot moes slaan?

In de beklaagdenbank zitten ze: kind A en kind B, zoals ze op last van de rechtbank moeten worden aangeduid. Ze zijn inmiddels 11 jaar geworden. Ze hebben witte overhemden aan en een das voor en ze worden vergezeld door een maatschappelijk werker. Kind A verveelt zich openlijk, kind B moet soms wel eens huilen. Dat doet hij tegen de arm van de maatschappelijk werker. Voor kind A zijn geen ouders aanwezig, die van kind B zitten van hem verwijderd en kijken niet naar hem.

Beide jongens ontkennen de tenlastelegging: ontvoering en doodslag. Maar tegen de politie hebben ze hun hele verhaal verteld, elkaar de schuld gevend. Hoe ze probeerden een ander kind dan Jamie mee te nemen, maar hoe de moeder van dat kind hen betrapt had en haar zoontje had teruggenomen. Hoe ze Jamie verteld hadden dat ze verstoppertje gingen spelen. Hoe hij buiten het winkelcentrum ging huilen. Hoe ze hem geslagen hadden om hem stil te krijgen. Hoe hij was gestruikeld, hoe ze hem geschopt hadden. Hoe ze mensen die hen naar het huilende jongetje vroegen, gezegd hadden dat ze a) zijn broertjes waren, b) op weg waren naar het politiebureau, c) hem naar zijn moeder brachten. Hoe ze op het spoorwegtalud met bakstenen naar hem hadden gegooid. Hoe hij op de grond had gelegen en hoe kind A had gesuggereerd dat ze zouden proberen op zijn hoofd te mikken. Hoe ze hem met bakstenen hadden bedekt. Hoe ze hem met een ijzeren staaf hadden geslagen. Hoe ze hem ten slotte, dood toen al, op de spoorlijn hadden gelegd om te zien wat daarvan nog het effect zou zijn. En hoe ze toen naar huis waren gegaan voor hun tea en niets thuis gezegd hadden.

De grote vraag is wat er met deze twee jongens moet gebeuren. Zullen hun verdedigers de jury ervan kunnen overtuigen dat hier van een uit de hand gelopen kwajongensstreek sprake is? Of slaagt de vervolger in zijn betoog dat hier van bewust kwaad sprake is? En in beide gevallen: moet men blij zijn dat het Britse strafrecht voor minderjarigen geen levenslange opsluiting kent? En - moeilijkste vraag van al - wat moet er dan met hen gebeuren, zó dat de spiegel een mate van inkeer en rechtvaardigheid kan reflecteren?

    • Hieke Jippes