Jeroen Krabbé charmant als hopeloos inefficiënte vader

King of the Hill. Regie: Steven Soderbergh. Met: Jesse Bradford, Jeroen Krabbé, Lisa Eichhorn, Spalding Gray, Elizabeth McGovern, Karen Allen. In: Amsterdam, Alfa 2 en The Movies 1; Den Haag, Babylon 2; Utrecht, Movies.

Het is alweer vier jaar geleden dat Steven Soderbergh (toen 26) de jongste winnaar van een Gouden Palm werd uit de geschiedenis van het festival van Cannes. Het wonderkind uit Baton Rouge, Louisiana zal wel zijn leven lang achtervolgd blijven door het succes van z'n debuut sex, lies and videotape. Van Soderberghs recalcitrantie en stilistische stoutigheid viel in zijn tweede film Kafka weinig meer te bespeuren. Opus drie, King of the Hill, is een alleraardigste, sympathieke en bescheiden film zonder noemenswaardige dadendrang.

Er zijn al heel wat films gemaakt die liefdevol een behoeftige jeugd in het Amerika van de Depressiejaren reconstrueren. De basis van King of the Hill vormen de gelijknamige herinneringen van auteur A.E. Hotchner aan de 'coming of age' van een twaalfjarige, intelligente en inventieve jongen in St. Louis, 1933. Aan fantasie ontbreekt het Aaron Kurlander (innemend gespeeld door Jesse Bradford) niet; in zijn imaginaire wereld dient hij vliegenier Charles Lindbergh gevraagd en ongevraagd van advies. Een onderwijzeres (Karen Allen) stimuleert de talentvolle jongeman in zijn ontwikkeling, maar de overige werkelijkheid loopt hem steeds voor de voeten: een ziekelijke moeder (Lisa Eichhorn), een wegens de permanente armoede uit logeren gestuurd jonger broertje en een zeer charmante, maar hopeloos inefficiënte vader (Jeroen Krabbé). Om nog een paar kruimels brood op de plank te brengen, vent Krabbé met horloges langs de deur en moet zijn oogappel alleen achterlaten in een hotel vol vreemde kostgangers.

King of the Hill is vooral het verslag van de overlevingsstrategieën die de jongen weet te ontplooien ten opzichte van de honger, de op geld gebrande hoteleigenaar en een bont assortiment bizarre medebewoners, onder wie de altijd opmerkelijke Spalding Gray. Door wilskracht, vertrouwen en slimheid slaat Aaron zich door de tegenslagen heen en belichaamt zo bijna op micro-niveau het idealisme van de New Deal.

Vooral de acteurs, van wie Krabbé een hem op het lijf geschreven creatie zeer overtuigend tot leven weet te brengen, maken de film de moeite waard. Het is allemaal nogal voorspelbaar en braaf, deze ode aan de veerkracht van een klein mens in het nauw, maar als hij die al niet achter zich had, zou je regisseur Soderbergh een gouden toekomst voorspellen.