Italiaanse tsarina liet een politieke bom ontploffen

ROME, 10 NOV. De tsarina, zo wordt ze genoemd: Matilde Paola Martucci, een vrouw van 55 jaar, kil, de schoonheid grotendeels in de verleden tijd, een secretaresse die een deel van de macht van haar baas heeft overgenomen en nu de centrale figuur is geworden in een poging van Italiaanse geheim agenten om president Scalfaro ten val te brengen.

Martucci was van 1987 tot 1991 secretaresse van Riccardo Malpica, de ex-directeur van de civiele inlichtingendienst Sisde. Deze was verliefd geworden, nadat hij haar in het restaurant van de Sisde had ontmoet en maakte haar tot zijn secretaresse.

Die positie, zo dicht bij de macht, heeft Martucci goed gebruikt. Familieden kregen een baan bij de Sisde, al zorgde zij ervoor dat haar schoonzoon werd weggepest toen hij haar dochter aan de kant had gezet. Voor zichzelf regelde ze reizen naar Latijns Amerika, maar liefst zeven appartementen in Rome, en af en toe wat juwelen. Geld was er nooit tekort, want met medeweten van haar baas 'leende' Martucci regelmatig wat van de geheime fondsen die de inlichtingendienst ter beschikking heeft en waarvoor maar zeer globaal verantwoording hoeft te worden afgelegd.

Gekleed in haute couture, met pantoffels voor de zere voeten, ontving Martucci in haar kantoor. Tientallen mensen heeft zij zo iets toegestopt. Maar er was ook een vijftal directe vertrouwelingen die de zwendel in het groot hebben opgezet. Gezamenlijk hebben zij in een paar jaar naar schatting 75 miljoen gulden gestolen van de geheime fondsen.

Inmiddels zijn vier mensen gearresteerd in deze affaire, twee anderen zijn nog voortvluchtig. Zij hebben besloten hard terug te slaan en hebben gezegd dat de Sisde op royale schaal geld heeft toegestopt aan politici. De belangrijkste beschuldiging daarbij was dat president Scalfaro in de jaren tachtig een van de ministers van binnenlandse zaken is geweest die iedere maand een cheque van 120.000 gulden kregen.

Dat was een politieke bom. Scalfaro, die bekend staat als een integer man, claimde vorige week woensdag tv-zendtijd om de beschuldiging af te wijzen als een alarmerende destabilisatiepoging. Doel zou zijn om hem tot aftreden te brengen en zo vervroegde verkiezingen te voorkomen.

Scalfaro's uitspraak dat hij steeds binnen de wet is gebleven, heeft niet iedereen overtuigd. Vrijdag ontstond er paniek op de financiële markten toen het gerucht de ronde deed dat Scalfaro toch zou aftreden. En gisteren heeft Alessandro Voci, de opvolger van Malpica als directeur van de Sisde, verklaard dat de documenten die de gearresteerde geheim agenten hebben overhandigd als bewijsmateriaal voor de betalingen, authentiek zijn. Hij vertelde ook dat hij heeft horen praten over een topontmoeting vorig jaar december, waarbij ook president Scalfaro en minister van binnenlandse zaken Nicola Mancino aanwezig zouden zijn geweest en waarop zou zijn afgesproken al het mogelijke te doen om het schandaal van de geheime fondsen geheim te houden.

Voci was aangesteld als buitengewoon commissaris van Rome nadat het stadsbestuur daar wegens politieke onenigheid is uiteengevallen, maar hij heeft die functie gisteren neergelegd omdat hij nu ook een verdachte is geworden in het schandaal.

Vrijwel alle politieke partijen hebben hun solidariteit uitgesproken met president Scalfaro. De inlichtingendiensten hebben zo'n reputatie van duistere affaires dat Scalfaro vooralsnog het voordeel van de twijfel krijgt. Het parlement heeft wel gisteren een spoeddebat gehouden over deze affaire.

Premier Carlo Azeglio Ciampi omschreef de beschuldigingen in dit debat als “subversieve manoeuvres”. Hij herhaalde zijn steun voor Scalfaro en riep het parlement op haast te maken met zijn wetsvoorstel voor een ingrijpende hervorming van de inlichtingendiensten.

De protestpartij Lega Nord, die het besluit van de president om niet af te treden steunt, pleitte er opnieuw voor een datum vast te stellen voor vervroegde verkiezingen, om aan alle groeperingen die politieke verandering willen tegenhouden duidelijk te maken dat dit niet meer mogelijk is. Hij heeft de christen-democratische partij en de ex-communistische Democratische Partij van Links voorgesteld daarover een afspraak te maken, maar de christen-democraten hebben dat afgewezen. Bossi heeft daarop gisteren opnieuw gedreigd dat de Lega, die in het noorden van het land onbetwist de grootste partij is, zijn kamerleden en senatoren zal terugtrekken als er niet snel een datum wordt vastgesteld voor vervroegde verkiezingen. Bossi dreigde dat de Lega op zijn partijcongres half december kan besluiten uit het parlement te stappen en een “provisorische regering” uit te roepen als tegenwicht voor het huidige kabinet.

    • Marc Leijendekker