Het Zwinplankier

Je ondergaat de ruimte van het Zwin, je ruikt een frisse adem, ziet een hemels licht. Je kent het wel en wordt er toch verrast. Alsof je zelf een beetje groter wordt.

Het Zwin was een machtige zeearm, de levensader van een wereldstad als Brugge. Maar door de eeuwen dichtgeslibd en ingekort. Er lopen vogels zoekend langs het geultje dat nog over is. Een tureluur kan wadend naar de overkant.

Zelfs voor een klomp-met-zeiltje heeft het Zwin geen diepgang meer en in de broze ruimte is een planken pad gemaakt, een vette groene lijn die domweg voor je voeten ligt, de onverbiddelijke streep onder een handtekening.

Om deze voorziening te begrijpen moet je je even losmaken van het seizoen. Zo'n pad heeft in de late herfst maar weinig zin. Het is een pad voor zomergasten. Die planken werden in het rulle zand gelegd voor mensen die gebukt gaan onder kinderen, klapstoelen en koelboxen. Dat helpt hen in hun opmars naar het strand. Dat scheelt een hoop gezeul, dat scheelt wel een minuut of vijf.

Om de erkentelijkheid van deze mensen in goede banen te leiden staat er een bord met Sponsors van het Zwinplankier. Van CSM-Breda tot NMB-Oostburg - ik heb het nageteld: een lijst met achtendertig firmanamen.

Er wordt nog goed gedaan in Nederland, maar liever niet in stilte.

    • Koos van Zomeren