Het Jordaanse keerpunt

IS DE FUNDAMENTALISTISCHE golf in de islamitische wereld alweer over haar hoogtepunt heen? De vertwijfelde Algerijnse elite die op het punt staat voor het fundamentalisme op de vlucht te slaan, zal niet gemakkelijk tot die conclusie komen. In Frankrijk neemt de vrees ervoor snel toe. De Franse autoriteiten zijn inmiddels begonnen op grond van ervaring en rekening houdend met mogelijke ontwikkelingen de voorhoede van het godsdienstfanatisme al vast van de straat te halen. In menige Europese studie worden de mediterrane betrekkingen met het oog op een voorziene fundamentalistische bedreiging van democratische waarden besproken in apocalyptische termen.

Maar in Jordanië blijkt onverwachts een keerpunt te zijn bereikt. Bij verkiezingen kwam niet alleen een ongewoon groot deel van de bevolking naar de stembus, maar bovendien heeft het electoraat het fundamentalisme daar scherp terug gewezen. Op die manier werd de opening verruimd waardoor sinds het akkoord tussen Yasser Arafat en de Israelische regering duurzame vrede in het Midden Oosten wordt binnengelaten. Nog tijdens de Golfoorlog voelde de Jordaanse koning zich gedwongen het Palestijnse nationalisme te volgen in zijn bewondering voor de figuur van Saddam Hussein. Na de Iraakse nederlaag heeft het Palestijnse nationalisme in de door Israel bezette gebieden en in Jordanië zelf meer en meer religieuze trekken gekregen. Sinds de verkiezingsuitslag van afgelopen weekeinde kan worden vastgesteld dat die ontwikkeling op haar grenzen is gestoten.

DE BETEKENIS van het nieuws uit Jordanië voor de toekomst van de regio kan dus moeilijk worden overschat. Koning Hussein kan een eigen rol in het vredesproces spelen nu de dwarsliggers in zijn land zijn gecorrigeerd. Maar het is verleidelijk de Jordaanse stembusuitslag een nog wijdere strekking te geven. Waar in de islamitische wereld de oorzaak van frustraties wordt weggenomen, neemt het extremisme, ook in zijn religieuze vorm, af. Anders gezegd, het fundamentalisme mag diepgeworteld zijn, zijn jongste bloeiperiode is toch vooral bevorderd door een mengsel van gevoelens van vervreemding en achterstelling.

Waar die gevoelens uit binnenlandse omstandigheden zijn ontstaan - te denken valt aan landen als Egypte en Algerije - zijn de mogelijkheden voor beïnvloeding van buiten af vanzelfsprekend beperkt. Toch kan uit het Jordaanse keerpunt inspiratie worden geput. Vooralsnog zijn de reacties in West-Europa op het islamitische fundamentalisme vooral door vrees ingegeven en daardoor defensief van aard. Maar naarmate de oorzaken en achtergronden van dat verschijnsel nauwkeuriger in kaart (kunnen) worden gebracht, laat zich misschien ook een aanpak schetsen waarmee die oorzaken kunnen worden beteugeld. Die aanpak zal niet overal dezelfde kunnen zijn. Daarvoor zijn de bronnen van de frustratie in de islamitische wereld te verscheiden. Maar het fundamentalisme behoeft geen satanisch spookbeeld te blijven dat slechts met bezwering en uitdrijving zou zijn te bestrijden. Dat is nu in Jordanië aangetoond.