Een goedwillende Nederlander in gevecht tegen handelsreizigers

Voorstelling: Lunapark, door Justus van Oel. Spelers: Justus van Oel en Frank Rigter. Decor, licht en regie: Jan Boiten. Gezien: 5/11 in De Meerse, Hoofddorp.

Een man in een pak, van het type zoals Benoit ze tekent, zit aan een tafel in een kamer met geblindeerde ramen. Hij bouwt een kaartenhuis. Terzijde stelt zich een tweede man op, met een regenjas aan en een koffer in de hand. Hij oogt als een handelsreiziger en is dat ook. Over de mensheid koestert hij de cynische gevoelens die handelsreizigers nu eenmaal over de mensheid koesteren. “Wat willen de mensen? De mensen willen niks,” zegt hij. “Ze denken maar wat, ze doen maar wat, ze kopen maar wat. En achteraf denken ze dat ze het zelf hebben gewild.” Daarop reageert de eerste man door denkbeeldige antwoorden te formuleren op het reclamedrukwerk dat in zijn brievenbus is beland. Ze moeten niet denken dat hij die beledigingen van zijn intelligentie zomaar over zijn kant laat gaan.

Justus van Oel, voorheen de schrijvende spil van de cabaretgroep Zak en As, is gespecialiseerd in provocerend doorredeneren waar anderen allang gestopt zouden zijn. Hij kan bewijzen, bijvoorbeeld, dat Tahiti niet alleen in het zuiden, maar ook in het noorden ligt. Zijn humor is pesterig, soms zelfs ijzig, maar net niet nihilistisch - daarvoor ligt er, weliswaar goed verborgen, te veel bekommernis onder.

Minder dan ooit is het hem in Lunapark, een toneelstuk voor twee heren, om de grappen te doen. De door Frank Rigter gespeelde kaartenhuisbouwer doet zijn uiterste best de manipulatoren van commercie en massamedia van zijn lijf te houden. Hij wil weldenkend blijven. Van Oel, als de handelsreiziger, zoekt 's mans zwakke plek. Maar als hij die lijkt te vinden, krijgt de voorstelling een onverwachte draai: opeens blijken de beide heren zich eigenlijk in hetzelfde schuitje te bevinden. Daarna verandert de handelsreiziger in een alter ego dat de ander aanzet tot opstandigheid. “Jij bent gek!” roept hij. “Ik pas me aan,” zegt de ander. “Dat is iets heel anders.”

Terwijl licht, decor en attributen hun eigen, spannende rol gaan spelen, raken de dialogen nu steeds meer op existentialistisch terrein. Van Oel slaat de boel kort en klein, en als hem vernietigingsdrang wordt verweten, antwoordt hij dat hij slechts uit is op verandering. Maar wat is het verschil? Dit gaat over de zin van het leven en de rol van de dood - een thema dat al vaker tot artistieke machteloosheid aanleiding gaf. Wat de heren daar tenslotte over te berde brengen, heeft mij geen nieuwe gezichtspunten opgeleverd. Ik had liever geweten hoe het die goedwillende Nederlander verder verging, in zijn gevecht tegen de ons omringende handelsreizigers.