De politie zet de Amsterdamse politiek klem; Fractievoorzitters VVD en PvdA over infiltratie

Twee fracties in de Amsterdamse gemeenteraad zijn getipt door de politie dat ze zouden worden geïnfil- treerd door criminele organisaties. Veel meer dan afwachten wat de politie van plan is kunnen ze niet doen.

AMSTERDAM, 10 NOV. “Als we schoon schip willen maken en die infiltrant royeren, kúnnen we dat niet omdat we geen bewijzen in handen hebben”, zegt de fractieleider van de Amsterdamse VVD, Annelize van der Stoel. “En we gaan niet zomaar in het wilde weg royeren, want dan krijg je McCarthy-praktijken. We zitten dus in een klempositie.”

De infiltratie door zogeheten 'criminele elementen' stelt de hoofdstedelijke VVD en PvdA voor een aantal dilemma's waar tot nu toe geen enkele politieke partij in Nederland ooit mee te maken heeft gekregen. Wat te doen met een lid waarvan de politie zegt dat hij verbonden is aan een criminele organisatie, zonder dat er sprake is van een arrestatie of zelfs maar een formele beschuldiging? Kan en mag een partij zo iemand royeren? Zo ja, wanneer en op welke gronden?

Vorige week maandag kreeg de VVD van burgemeester Van Thijn te horen dat er op haar kandidatenlijst (die 16 november definitief wordt gepresenteerd) een infiltrant van een criminele organisatie staat. De PvdA kreeg een dergelijk bericht zes maanden geleden. “Van Thijn informeerde onze voorzitter dat deze man zou proberen op de kandidatenlijst voor de gemeenteraad te komen, maar gelukkig is dat niet gebeurd”, zegt de PvdA-fractieleider Eberhard van der Laan. Niettemin is de man nog steeds actief in de PvdA. De geheimhoudingsplicht die de fractieleider en de partijvoorzitter tegenover de burgemeester hebben aanvaard, gebiedt hen te zwijgen. Zij zijn de enige twee partijleden die weten om wie het gaat. Stappen tegen de betreffende infiltrant kunnen zij niet ondernemen, wegens de geheimhoudingsbelofte aan Van Thijn, die op zijn beurt weer geheimhouding aan de politie heeft beloofd.

Zowel de PvdA als de VVD zit in een uitermate lastig parket. “Mijn innerlijke stemmetje zegt: indien mogelijk eruit gooien. Maar dan moet ik dus wel bij mijn geheimhouders op tafel slaan en roepen dat ik het niet langer meer houd. Dan loop ik het risico dat zij zeggen: ik vertel je nooit meer wat. En dat betekent dat je niet meer weet wat er in je eigen partij aan de hand is”, schetst Van der Laan het dilemma. Van der Stoel: “Iemand die verdacht is, is nog niet schuldig. Zo gaat dat niet in een democratie. Wat moeten we nou met die figuur als zo meteen blijkt dat het geen strafzaak wordt?”

Beide fractieleiders hebben sterk het vermoeden dat het nog heel lang zal duren voordat de politie duidelijkheid geeft over de strafrechtelijke positie van de infiltranten. Als die er ooit al komt. “De nieuwe politie-methode is dat je boeven niet altijd gelijk vangt. De kleintjes van een criminele organisatie laat men soms heel lang rondlopen om de groten te vangen”, zegt Van der Laan.

Hoewel de PvdA-infiltrant tot een grote criminele organisatie zou behoren, laat Van der Laan doorschemeren dat de man zelf weleens een 'piepkleintje' zou kunnen zijn. “Bij de nieuwe vormen van criminaliteitsbestrijding kan een officier van justitie beslissen om een figuur die in een gestolen auto geld van A naar B brengt te laten lopen, omdat het belangrijker is degene van wie hij het geld krjgt en aan wie hij het gééft te pakken. Dat kan in ons geval dus betekenen dat er noót een veroordeling komt, die wij volgens de beste grondrechtenexperts nodig hebben om iemand uit de partij te gooien. Wat moeten we dan?”

Volgens Van der Stoel gaat het nog veel verder. Regelmatig zou het voorkomen dat verdachten niet eens bij de officier van justitie worden gemeld, maar gewoon een telefoontje van de politie krijgen met de mededeling: 'Hou ermee op, anders krijg je problemen.' “Dat is toch verdorie eigen rechtertje spelen”, zegt Van der Stoel. “Zoiets hoort op het bordje van het openbaar ministerie. Dat hoort in een rechtsstaat te beslissen of er vervolgd moet worden of niet.”

Toen Van de Stoel de politie hiermee confronteerde, voerde deze het cellentekort aan als argument. Voor Van der Stoel is dit geen excuus. “Je kan als politie niet een beetje zelf gaan zitten bepalen om de zaak met een waarschuwingstelefoontje af te doen. Dan word je als politie oncontroleerbaar. En iemand die de samenleving grof zit te tillen komt er straffeloos vanaf. Hij wordt gewaarschuwd, verdwijnt misschien naar het buitenland en graait dan ook al zijn crimineel verdiende geld mee.”

Van der Stoel wil meer duidelijkheid over de nieuwe vormen van misdaadbestrijding die de laatste jaren door de politie zijn ontwikkeld. “Ik vind dat ze hun werk moet doen en de strijd tegen de georganiseerde misdaad moeten voeren”, zegt Van der Stoel. “Maar het moet wel helder zijn hoe de lijnen lopen.” Ze voelt er niets voor om alle 170 kandidaten voor de groslijst op het bureau van hoofdcommissaris Nordholt te gooien met de vraag of hij ze 'even kan doorchecken'. “Dan kom je uit op een heksenjacht. En ik wil nog steeds wel zelf kunnen bepalen met wie ik mijn avonden doorbreng, zonder verdacht gemaakt te worden.”

Ook van der Laan vindt dat er duidelijkheid moet komen. “Het is niet ondenkbaar dat er op een gegeven moment paal en perk gesteld moet worden aan deze nieuwe vormen van misdaadbestrijding”, aldus Van der Laan. Wil zijn partij stappen nemen tegen de infiltrant, dan moet zij zich op een minimum aan gegevens kunnen baseren. Hij heeft er echter minder moeite mee dan Van der Stoel om die grens niet bij een strafrechtelijke veroordeling te stellen. “In ons statuut staat dat je de partij niet mag benadelen. Dan maakt het voor mij nog wel uit of je een gewoon partijlid hebt dat door een persoonlijke malaise het verkeerde pad op is gegaan. In dat geval zeg ik - ook vanuit mijn beroep als advocaat - kijk eerst eens of het echt wel zo is en wacht tot er een strafrechtelijke veroordeling komt. Maar behoort iemand al tot een criminele organisatie en wordt hij bewust lid van onze partij, dan zeg ik: je moet geen seconde aarzelen. Ook al is niet formeel bewezen dat er strafbare feiten gepleegd zijn: Eruit, en meteen.”

Volgens Van der Laan is de royementsprocedure van de PvdA met genoeg waarborgen omgeven om te zorgen dat geen onschuldigen worden geschrapt. “Het blijft natuurlijk een probleem als zo'n infiltrant gaat terugvechten en bijvoorbeeld roept: Het was mijn broer. Maar het gigantische probleem van de georganiseerde misdaad waar we sinds een paar jaar mee worden geconfronteerd, leert ons dat we ook niet té principieel moeten zijn. Stel, je krijgt als gemeente een aanwijzing dat een ondernemer met wie je als gemeente op het punt staat in zee te gaan criminele gelden witwast? Dat moet je dat contact volgens mij verbreken. Soms zijn de risico's voor de democratie groter door nét op een aanwijzing van de politie in te gaan, dan door alleen naar de individuele belangen te kijken.”

Zo stelt de georganiseerde criminaliteit de politiek voor geheel nieuwe vragen. “Ik ben me een aap geschrokken”, geeft Van der Laan toe. “Als advocaat zou ik beter moeten weten. In mijn werk kom ik de grootste boeven tegen. En toch heb ik de koppeling met de politiek nooit gemaakt.” Nu de eerste schrik is gepasseerd, grijpen de beide Amsterdamse fractieleiders de kwestie aan om ook in bredere zin na te denken over de 'kwetsbaarheid' van de politiek en het openbaar bestuur. “Iemand is lid van een criminele bende, okee. Maar wat doe je met iemand die een ongelukkig dineetje heeft gehad? Wat doe je met nevenfuncties en commissariaten”, filosofeert Van der Stoel hardopverder.

De problemen houden niet op bij de criminele infiltraties. Zo zou er volgens de fractieleiders een gedragscode voor politici moeten komen. “Je ontwikkelt als gemeente miljoenenprojecten zoals de IJ-oevers of de Noord-Zuidlijn”, zegt Van der Laan. Als woordvoerder IJ-oevers in de raad heeft hij het aan den lijve ondervonden. “Je wordt benaderd, aangesproken. Bedrijven komen met allerlei aanbiedingen langs en zeggen: kijk nou eens naar òns plan. Bij zulke projecten loopt velen natuurlijk het sap in de mond. Je moet van die plannen kennis nemen. Dat is je werk als raadslid. Zoals je praat met die ene freak die een plan heeft uitgebroed voor het maken van goedkope fietsenstallingen, zo praat je ook met die ondernemer. Maar je moet natuurlijk goed beseffen dat die mensen alleen uit zijn op hun eigen zakelijk belang.”

Volgens Van der Laan zouden politici dit soort contacten openbaar moeten maken. “Je moet als raadslid natuurlijk wel blijven praten. Maar het moet voor iedereen inzichtelijk en controleerbaar zijn met wé.” Hoe vervelend het ook is, volgens Van der Laan zijn de tijden voorbij waarin men in de politiek alleen maar uitgaat van het goede in de mens. “Je moet meerveiligheidskleppen in gaan bouwen.”

Beide fractieleiders zijn er van overtuigd dat er meer controle op ambtenaren moet komen. “Soms zie je dat miljoenendeals, bijvoorbeeld op het gebied van onroerend goed, in laatste instantie afhangen van één ambtenaartje”, zegt Van der Laan. Die krijgen hierdoor gevaarlijke sleutelposities. “Zo'n ambtenaar bouwt op een gegeven moment zijn netwerk en zijn contacten op. Een bedrijf komt met een bepaald probleem te zitten, en die ambtenaar lost het wel effe op. Ze kennen elkaar, want ze hebben samen al eens eerder een lastig probleem opgelost. Dat schept een band. Maar die bánd kan ook worden misbruikt.”

Van der Laan steunt dan ook van harte een voorstel van de VVD om een strikte scheiding aan te brengen tussen de ambtenaren die beleid maken en degenen die controleren en de financiën regelen. Beide fractieleiders willen dat ambtenaren in de toekomst in algemene bestuursdienst komen, zodat ze kunnen worden gerouleerd en niet eeuwig meer in een bepaalde dienst blijven vastzitten.

“Je komt er niet meer mee te roepen dat hier geen Italië is”, zegt Van der Laan. “Het gaat erom van de ellende daar te leren.” Zo is ook de financiering van politieke partijen een onderwerp waarover moet worden nagedacht. Mag een partij giften van het bedrijfsleven aannemen of niet? De ledentallen en dus de contributies bij veel partijen lopen terug, maar de kosten van de verkiezingscampagnes stijgen door bijvoorbeeld televisiereclame. Hoe gaan de partijen deze kosten dekken? Zo vertelde de nieuwe kandidaat op de Amsterdamse PvdA-lijst, de reclame-miljonair George Geudeker in deze krant dat hij het Amsterdamse bedrijfsleven 'warm' wilde maken voor de PvdA. Stel nu dat hij ze zo warm krijgt dat ze in de partijkas gaan storten? Van der Laan zou hier 'principieel op tegen zijn'. Maar hoe dan wel?

Over al dit soort zaken moet discussie komen, menen Van der Laan en Van der Stoel. Ze hebben zich dan ook mateloos geërgerd aan de afwerende reacties in Den Haag. “Ze waren blij dat de infiltratie niet bij hun was. Daarmee was de discussie gesloten en konden ze in de Kamer verder slapen”, zegt Van der Stoel. “De klassieke Pavlov-reactie”, zegt Van der Laan. “Toen de hoofdcommissaris de infiltraties bekend maakte, werd hij gelijk afgeschoten. Ze ontkennen, zeggen: dit gebeurt niet bij ons.” Nu zal bewuste infiltratie in de lokale politiek makkelijker gaan dan in de landelijke, alleen al omdat de route korter is. “Maar het wordt toch tijd dat ook zij gaan nadenken. Al was het omdat die andere categorie, de mensen die afdwalen en corrupt worden gemaakt, ook in de landelijke poltitiek een rol kunnen gaan spelen.”