Daggeldrente tijdelijk extreem laag

AMSTERDAM, 10 NOV. Eergisteren is de daggeldrente even naar het uitzonderlijk lage niveau van 3,75 procent gezakt. Normaal ligt het daggeldtarief dicht bij de beleningsrente, op dit moment 6,1 procent. Het extreem lage tarief kwam tot stand ondanks het gegeven dat de door DNB ter beschikking gestelde liquiditeitssteun (gemiddeld toelaatbaar beroep op voorschotten van 4,2 miljard gulden plus een speciale belening van 3,5 miljard gulden) redelijk goed aan sloot bij het geldmarkttekort. Per saldo bleken de banken namelijk, naast de beleningsfaciliteit, 4 miljard gulden van DNB nodig te hebben: de voorschotten bedroegen 4,4 miljard gulden (exclusief de uit de verleden stammende bijzondere liquiditeitssteun), terwijl de banken 0,4 miljard gulden credit stonden bij DNB. Het verschil tussen de benodigde 4 miljard en de (gemiddeld) beschikbare 4,2 miljard gulden is te gering om de daling van de daggeldrente te verklaren. De verklaring moet daarom waarschijnlijk gezocht worden in de scheve verdeling van het tekort over de partijen. Velen zaten daarom met een zodanig groot liquiditeitsoverschot, dat zij aanvankelijk bereid waren dit tegen steeds lagere tarieven uit te zetten bij de partij(en) met een tekort. Vreemd genoeg hebben sommige banken er op een gegeven moment voor gekozen om, in plaats van liquiditeitsoverschotten uit te zetten tegen nog lagere tarieven, deze renteloos aan te houden bij DNB (creditpost 'Banken in Nederland'). Daar dit de betreffende banken rente-inkomsten kost, hebben beleidsmatige overwegingen blijkbaar de doorslag gegeven. Normaal gesproken zou alleen een situatie van een geldmarktoverschot een substantiele omvang van de post 'Banken in Nederland' kunnen veroorzaken.Uit hoofde hiervan behoorden corrigerende maatregelen van DNB tot de mogelijkheden. De Nederlandsche Bank heeft niet ingegrepen teneinde aan deze in beginsel ongewenste situatie een einde te maken. Het geldmarktbeleid van DNB is mede gericht op handhaving van een zoveel mogelijk ordelijk en rustig marktbeloop. Gisteren is het daggeldtarief echter weer op een wat normaler niveau gekomen, zodat sprake lijkt te zijn van de uitzondering die de regel bevestigt.

Op het rentefront was er een geringe hoop op een wat lager tarief voor de speciale beleningen. Ondanks de lage daggeldrente en de relatief sterke positie van de gulden ten opzichte van de D-mark, heeft DNB de beleningsrente ongewijzigd gelaten. Ook is de dollar de laatste tijd ten opzichte van beide munten in waarde getegen. De hieraan ten grondslag liggende groeiende verschillen in economische prestaties tussen vooral de Duitse en de Amerikaanse economie en de tegengestelde renteverwachtingen zullen voorlopig hun invloed doen gelden. Bovendien kan het nakende einde van het D-mark-steunende effect van de aanvulling van de valutareserves door de centrale banken in Europa extra verzwakking veroorzaken.

De Agent van Financiën maakte deze week de uitgifte bekend van van nieuwe schatkistcertificaten. Dit nieuwe schuldpapier zal op 18 november worden geïntroduceerd. Het kent een looptijd tot 31 oktober 1994. Het Agentschap mag maximaal voor5 miljard gulden emitteren. Zij wil dit jaar nog 3 miljard gulden hiervan binnen halen. Een en ander moet gezien worden in het licht van de afspraken van het verdrag van Maastricht. Bij de invoering van de tweede fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU) per 1 januari 1994 mag de Staat niet meer bij DNB lenen. Het gewoonlijke beroep van de Staat op het zogenaamde financieringsarrangement en de voorschotten, zal dus volgend jaar niet meer plaats mogen vinden. De introductie van de schatkistcertificaten voorzien onder andere in de hierdoor ontstane leemte.

Bron: Economisch Bureau ING Bank