Campagneteam Braks gaat op zoek naar een schuldige

ROME/DEN HAAG, 10 NOV. Het campagneteam van oud-minister Braks is bezig met een informeel onderzoek naar eventuele fouten bij de Nederlandse lobby voor de benoeming van Braks tot directeur-generaal van de wereldvoedselorganisatie FAO. Een vraag daarbij is of Nederlandse ambassades in de zestig landen die Braks vooraf heeft bezocht, niet een te rooskleurig beeld hebben gegeven van de kansen.

Het Tweede-Kamerlid Weisglas (VVD) trekt in dit verband een parallel met 'Black Monday', 30 september 1991, toen het Nederlandse ontwerp-verdrag voor een politieke unie ('Maastricht') door alle andere EG-lidstaten op België na naar de prullenbak werd verwezen. Premier Lubbers heeft gisteren van de Kamer opdrachT gekregen op korte termijn met een verslag te komen over de gang van zaken. Braks kreeg in de eerste stemmingsronde maandag slechts negen van de 162 geldige stemmen en in de tweede ronde nog slechts één (die van Nederland). Gekozen werd uiteindelijk de Senegalees Jacques Diouf.

Was Nederland te optimistisch? Een direct betrokkene bij de campagne: “Je moet wel optimistisch zijn als je zo'n campagne voert, want een dood paard trekken kan niet.” Een onderzoek naar de rapportage van de ambassades is echter nodig, vindt hij. “Iedereen heeft de neiging om slechte berichten uit de weg te gaan en daarom hebben ze misschien allemaal de zaak iets rooskleuriger voorgesteld dan zij in werkelijkheid was. Waarom hebben wij de kritische geluiden niet eerder gehoord?”

Een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken acht een dergelijk onderzoek overbodig. “De heer Braks was immers zelf bij de gesprekken in de zestig landen; hij weet dus heel goed hoe er werd gereageerd op zijn kandidatuur.” Volgens deze woordvoerder hadden “omstreeks twintig” landen “een redelijk harde toezegging gedaan. Zeker twaalf daarvan hebben zich niet aan die toezegging gehouden; dat is natuurlijk ook het risico van een geheime stemming.”

Een woordvoerder van de Nederlandse ambassade bij de EG in Brussel ontkent berichten als zou de ambassade de afgelopen tijd herhaaldelijk hebben gewaarschuwd dat Braks geen kans had. “Wij zijn bij de lobby voor Braks slechts betrokken geweest vóór de zomer, toen we een poging hebben gedaan het eens te worden met de partners over één EG-kandidaat. Normaal gesproken houden we dan een stemming onder de ambassadeurs, waarna de kandidaten die de minste stemmen krijgen zich terugtrekken. Tot zo'n stemming is het echter niet gekomen, omdat allevier de Europese kandidaten, de Griek, de Ier, De Duitser en de Nederlander, vooraf te kennen gaven zich niet te willen terugtrekken. Stemming had dus geen zin.”

Nederland wist derhalve al geruime tijd, dat het wat de twaalf EG-landen betrof slechts op zeer beperkte steun kon rekenen. Bij de FAO in Rome wordt geconstateerd dat deze verdeeldheid zich tegen Braks heeft gekeerd. De Duitsers hebben Braks steeds gezien als een spelbreker, omdat hun eigen kandidaat, Bonte Friedheim, al ruim een half jaar aan het campagnevoeren was toen Braks zijn kandidatuur bekendmaakte.

Nadat maandag bleek dat Braks in de eerste ronde negen stemmen had en Bonte Friedheim zestien, is van Duitse zijde gesuggereerd dat dit het moment was om Braks terug te trekken en met één Europese kandidaat de tweede ronde in te gaan. Twee bronnen hebben dit bevestigd en ook van Duitse zijde in Rome wordt gezegd dat dit verzoek is gedaan. De woordvoerder van minister Bukman zei vanmorgen dat er geen formeel verzoek is geweest en dat terugtrekking in het telefonisch overleg tussen Bukman en premier Lubbers, direct na de eerste stemming, niet aan de orde was. Bovendien besloot de voorzitter van de vergadering zonder schorsing door te gaan naar de tweede stemronde. FAO-stafleden zien hierin de hand van de scheidende directeur-generaal, Edouard Saouma, die grote bezwaren had tegen Bonte Friedheim.

Inmiddels blijft men ook in Nederlandse kringen in Rome naar de oorzaken van de afgang speuren. Een van de punten van kritiek is dat de campagne wellicht te soft is geweest. “Braks zelf heeft er volgens mij nooit in geloofd”, zegt een Nederlands FAO-staflid. “Ik was een keer bij een presentatie van hem en toen zei hij: 'Als het mij mocht overkomen dat ik directeur-generaal wordt' - zoiets zeg je toch niet.”

Ook het feit dat Nederland de belangrijkste financier is van de buiten-budgettaire FAO-projecten, is onvoldoende uitgespeeld. “We hebben helemaal niet gezegd wat voor projecten we willen gaan financieren, terwijl we dat met gemak hadden kunnen doen”, zegt een betrokkene. “Er zouden best wat afspraken te maken zijn geweest waarbij we mensen aan een aantrekkelijke post hadden kunnen helpen of aan een goed project.”

“Je moet nu eenmaal beloftes doen”, zegt een hoog FAO-staflid. “Dat hoort bij het spel. De meeste daarvan zijn toch na een jaar of zo weer vergeten.”

    • Rob Meines
    • Marc Leijendekker